Terug naar de 19de eeuw

De maatschappelijke visie op gevangenen is terug te zien in de gebouwen waarin ze worden opgesloten. Van vrolijk vakantiepark tot sobere strengheid.

Al duizenden jaren worden misdadigers opgesloten, maar wonderlijk genoeg bestaan gevangenissen in West-Europa pas sinds de tweede helft van de 18de eeuw. In de voorgaande eeuwen werden mensen gevangen gezet in gebouwen die niet speciaal als gevangenis waren ontworpen. Misdadigers werden in afwachting van hun berechting vastgezet in overbevolkte vochtige kelders van stadhuizen, stadspoorten en andere gebouwen.

Gevangenisstraf was in deze tijd ook niet zo gangbaar. Boeven kregen lijfstraffen, werden ter dood gebracht of verbannen. Slechts zelden kregen ze gevangenisstraf en voor de paar gevangenen die er waren werden geen afzonderlijke gevangenissen gebouwd. Zo werd de politieke gevangene Hugo de Groot in de 17de eeuw door de Oranjes gevangengezet in slot Loevestein.

Met de Verlichting veranderden de opvattingen over het strafrecht en straf en daarmee ook over gevangenissen. Verlichte strafrechtgeleerden begonnen vrijheidsstraf niet alleen als straf te zien, maar ook als middel om mensen te verbeteren. Hiervoor was het nodig dat de gevangene niet langer verkommerde in vochtige kelders tot de dood erop volgde, maar dat hij werd onderworpen aan de discipline van een ijzeren dagritme, noeste arbeid en bovenal een streng toezicht. Vooral de opvattingen van de Britse filosoof Jeremy Bentham hebben grote invloed gehad op de gevangenisbouw. Hij maakte een ontwerp voor een gevangenis in de vorm van een panopticum, een rond gebouw met de verblijfsruimtes van de gevangenen aan de buitenzijde en in het midden de ruimte voor de bewaker. Zo kon één bewaker de hele gevangenis overzien.

Ook in Nederland zijn, zij het pas laat in de 19de eeuw, panoptische gevangenissen gebouwd: de indrukwekkende koepelgevangenissen in Breda en Haarlem. Nadeel van de koepelgevangenissen is natuurlijk dat ze ruimte verslinden. Op een onderkomen voor de bewaker en een kapelletje na bleef de kolossale middenruimte onbenut. Daarom werden in de 19de eeuw vaker kruisvormige gevangenissen gebouwd. Ook hier kon een bewaker vanuit het middelpunt de vier armen met cellen rondom een zogeheten vide in de gaten houden, maar werd niet zoveel ruimte verspild als in de koepelgevangenissen.

Tot ver in de twintigste eeuw bleef de kruisvormige gevangenis het gangbare type. Weliswaar veranderden in de tweede helft van de 19de eeuw de opvattingen over gevangenisstraf en werd steeds meer heil verwacht van eenzame opsluiting die de gestrafte tot inkeer moest brengen, maar voor de gevangenis als gebouw had dit geen gevolgen.

De gevangenisbouw veranderde pas drastisch in de jaren zestig en zeventig van de 20ste eeuw, het tijdperk van het geloof in de maakbare samenleving en de veranderbare gevangene. De gevangene was niet langer een misdadiger die moest worden gestraft en gedisciplineerd, maar een `gedetineerde' die moest worden voorbereid op zijn terugkeer in de samenleving. Een gedetineerde moest daarom niet eenzaam worden opgesloten in een cel, maar zijn straf uitzitten in een soort namaakgezin waar hij kon wennen aan wat hem te wachten stond als hij de gevangenis weer verliet. Er werden verschillende `penitentiaire inrichtingen' gebouwd in Nederland waar de gedetineerden zo hun dagen konden doorbrengen.

Hiervan is die in Duivendrecht, ook wel de Bijlmerbajes genoemd, de bekendste. Als het aan de ontwerpers van de Bijlmerbajes had gelegen, het echtpaar Pot-Keegstra, was deze `penitentiaire inrichting' een soort vakantiepark geworden, compleet met een zwembad, een tuinderij en een park vol recreatieve toestellen.

Dit ging het ministerie van Justitie te ver, hoewel ook de beleidsmakers hier toen in de ban waren van de veranderbaarheid van de gedetineerde. Uiteindelijk werd de in 1978 geopende Bijlmerbajes een soort studentenflat. Op elke etage van de zes torens huisden twaalf gevangenen, die naast hun eigen cel de beschikking hadden over een grote zit/eetkamer waarin gemakkelijk een biljart kon staan. Aan de voet van de torens bevindt zich een complex met bezoekersruimtes, een kerk, sportzalen en -veldjes. Het enige verschil tussen de Bijlmerbajes en de naburige studententorens in Diemen was dat de penitentiaire inrichting was omgeven door een vijf meter hoge betonnen muur.

Maar ondanks alle goede bedoelingen waren de Bijlmerbajes en de andere penitentiaire inrichtingen uit de jaren zeventig geen succes. Van het gezellige afdelingsleven op de torenetages bleken de gedetineerden geen betere mensen te worden. Bovendien bleek de Bijlmerbajes in tegenstelling tot de koepel- en kruisgevangenissen bijzonder onhandig en inefficiënt. Er zijn in de Bijlmerbajes twee keer zoveel bewakers nodig als in een panopticum. Een paar jaar geleden werd dan ook het besluit genomen om de Bijlmerbajes in 2004 weer af te breken.

In de jaren tachtig en vooral in de jaren negentig veranderde de gedetineerde weer in een gevangene. Het geloof in de maakbare samenleving en de veranderbare gevangene was voorbij en opnieuw werd het opbergen van gevangenen het voornaamste doel van een gevangenis. Het is dan ook niet verrassend dat de vele gevangenissen die de laatste vijftien jaar in Nederland zijn gebouwd onder druk van de publieke roep om meer cellen, een terugkeer naar de 19de-eeuwse gevangenisbouw zien. Het zijn weer panoptica, meestal kruisgevangenissen, maar soms ook een koepelgevangenis, zoals in Lelystad.

Alleen voor vrouwelijke gevangenen wordt een uitzondering gemaakt: zij worden nog steeds beschouwd als veranderbare gevangenen. Vrouwelijke gevangenen breken ook zelden uit, zo bleek in verschillende vrouwengevangenissen en vrouwwenvleugels, en ze gijzelen nooit de bewaking. Vrouwen hoeven dan ook niet zo hermetisch te worden opgesloten als mannen. Daarom werd bij Heerhugowaard twee jaar geleden de vrouwengevangenis Amerswiel gebouwd, ontworpen door Martin van Dort van Archivold Architecten. Amerswiel bestaat uit kleurige rijtjeshuizen, waar de vrouwelijke gevangenen een bijna normaal leven leiden. Zoals de Bijlmerbajes leek op een ommuurd complex studentenflats, zo doet Amerswiel nog het meest denken aan een Vinex-wijkje met een muur eromheen.