Terechtwijzing

Bij de opening van het Corustoernooi hoorde ik van Lex Jongsma, de schaakverslaggever van de Telegraaf, dat hij uit een bericht in een streekkrant had begrepen dat ik me een partijfragment van hem had toegeëigend.

Grootmeester Eduard Gufeld heeft eens tegen Jongsma een beslissende foutzet teruggenomen, hoewel hij het stuk waarmee hij die zet deed al lang had losgelaten. Volgens de streekkrant had ik tijdens een lezing gezegd dat Gufeld dat tegen mij had gedaan, wat een kras geval van ijdeltuiterij zou zijn geweest. Ik kon het met een goed geweten ontkennen en gelukkig geloofde Jongsma me, dus dat liep nog goed af.

Maar een half uur later kwam Gert Ligterink naar me toe, de schaakverslaggever van de Volkskrant, en hij zei: ,,Zeg, die partij die jij vorig jaar in de krant hebt gezet, zogenaamd gespeeld door de toen twaalfjarige Sergej Karjakin, is in werkelijkheid door een heel andere Sergej Karjakin gespeeld, een Est die in 1964 geboren is.'' Dat was dus binnen een half uur de tweede partij die ik aan de verkeerde persoon zou hebben toegeschreven.

Dat tweede geval viel moeilijker te ontkennen. Ik had geen idee gehad dat er twee Sergej Karjakins waren, maar toen ik het later nakeek was het duidelijk: de in deze rubriek afgedrukte partij Karjakin-Sjevtsjenko, Tallin 1998, is niet gespeeld door het Oekraïense wonderkind, maar door de Est.

,,Zijn behoedzame stijl is er al goed in te herkennen'', had ik toen geschreven. In het spel van de Est had ik de stijl herkend van zijn naamgenoot.

In mijn database worden overigens aan de Estse Karjakin partijen toegeschreven die in 1934 en 1935 zijn gespeeld, wat ook niet kan kloppen en dus moet betekenen dat er zeker drie schakende Sergej Karjakins zijn. Het was wel een dag waarop ik op de vingers werd getikt, want 's ochtends was Tabe Bas bij me langsgekomen en die had het ook al op me voorzien.

Veel schaakschrijvers hebben Tabe Bas wel eens laten optreden in hun artikelen en Bas zelf is eens iemand tegengekomen die dacht dat hij niet echt bestond, maar door de schaakschrijvers verzonnen was. Zoiets als Otto Normalverbraucher of Nomen Nescio, die ook niet echt bestaan hebben. Dat is niet juist. Tabe Bas bestaat echt en is ook wel eens opgetreden in een artikel van Karel van het Reve, en die was geen schaker.

,,Zeg'', zei Bas, ,,jij hebt laatst nu wel zo nonchalant geschreven dat wit in die partij Kostenjoek-Karjakin uit Hastings nooit voldoende compensatie voor haar geofferde kwaliteit kreeg, maar dan moet je hier toch eens naar kijken.'' We pakten het schaakbord.

Wit Kostenjoek-zwart Karjakin, Hastings 2002/2003.

Wit speelde hier 26. Ph4-g6+ en verloor, maar het kan anders: 26. Pg4. Nu kan zwart twee paarden nemen, maar 26...gxh4 verliest na 27. Pxf6 en na 26...Pxg4 heeft wit minstens remise met 27. Df7 Lg7 28. Pg6+. Zwart moet zich na 26. Pg4 dus verdedigen met 26...Pbd5 en daarop had Bas iets moois bedacht: 27. Pg6+ (nu wel) Kg7 28. Pxh6! Kxh6 29. Lxg5+! De ene zet is nog mooier dan de andere.

Als zwart nu bescheiden 29...Kg7 speelt, heeft wit na 30. Ph4 een geweldige aanval. Zwart moet dus ook het tweede stukoffer aannemen met 29...Kxg5 en dan volgt weer even fraai 30. Pe5! Misschien gaat de zwarte koning wel mat en ieder geval wint wit de dame na 30...Kh6 31. Pf7+.

Bas is nog niet gecomputeriseerd, hij denkt nog met het eigen brein en vindt soms dingen die iemand ontgaan die bij het naspelen van een partij de computer op de achtergrond laat meedraaien.

De schaakcomputer maakt lui, maar heeft ook voordelen. Hij geeft bij nadere inspectie aan dat de zwarte koning niet mat gaat na 30. Pe5 en dat wit niet beter heeft dan de damewinst, waarna zwart voordeel houdt. En erger nog, de computer bevestigt ook het vermoeden dat zwart het stukoffer 28. Pxh6 niet aan hoeft te nemen en dat er na simpel 28...Dd7 (in plaats van 28...Kxh6) aan zijn voordeel niet te twijfelen valt.

Al die pracht en praal van bovenstaande variant kan het witte spel objectief gezien dus niet redden. Maar wel laat het nog eens zien hoeveel onverwachte mogelijkheden er in een partij zijn en hoeveel je ontgaat als je bij het naspelen lui vertrouwt op de behaaglijk meesnorrende computer. Het was een leerzame dag geweest, waarop ik op mijn feilen werd gewezen. Maar moedig voorwaarts! Zoals Kramnik het op die openingsdag van het Corustoernooi in een ander verband zei: ,,Je leert je oude fouten kennen om ze te corrigeren en daarna nieuwe te maken.''

    • Hans Ree