STRAFFEN

Naast de celstraf kent het Nederlandse strafrecht nog twee hoofdstraffen: geldstraffen en taakstraffen. De rechter kan een veroordeelde daarnaast ook een zogeheten maatregel opleggen. Een overzicht.

Administratieve sanctie De meeste lichte verkeersovertredingen worden bestraft met zogenoemde administratieve sancties. De betrapte verkeersovertreder krijgt een beschikking thuis gestuurd door het Centraal Justitieel Incasso Bureau. Op deze beschikking wordt een korte omschrijving van de overtreding gegeven. De overtreder moet via de bijgevoegde acceptgiro een bepaalde geldsom betalen.

OM-transactie Voor overtredingen waarvoor de politie geen transactiebevoegdheid heeft en waarvoor geen administratieve sanctie kan worden uitgereikt, biedt het openbaar ministerie (OM) in de meeste gevallen een transactie, oftewel boete, aan. Het OM reikt deze transacties onder andere uit aan mensen die zware verkeersovertredingen begaan, zoals bijvoorbeeld overschrijding van de maximumsnelheid met meer dan dertig kilometer per uur.

Schadevergoedingsmaatregel De veroordeelde die deze maatregel krijgt opgelegd, moet een opgelegd bedrag aan zijn slachtoffer betalen.

Ontnemingsmaatregel Deze maatregel is bedoeld om een verdachte de winst af te nemen die hij met zijn misdrijven heeft gemaakt. Deze maatregel wordt veelal opgelegd in het geval van diefstal, oplichting of handel in verdovende middelen.

Leerstraf Deze straf heeft een educatief karakter. Een voorbeeld van een leerstraf is een cursus sociale vaardigheden. Vooral jongeren krijgen dergelijke straffen opgelegd.

Werkstraf Wetsovertreders die een werkstraf krijgen opgelegd, moeten onbetaalde arbeid verrichten bij bijvoorbeeld gemeenten, ziekenhuizen, Staatsbosbeheer of andere niet-commerciële instellingen.

HALT-afdoening De politie kan jongeren die zich schuldig maken aan vandalisme of winkeldiefstal doorverwijzen naar een HALT-bureau. Het schadebedrag mag dan niet hoger zijn dan 700 euro per persoon of 3.500 euro per zaak. Bij diefstal mag de waarde van het gestolen goed niet hoger zijn dan 115 euro. Wanneer de jongere het strafbare feit heeft bekend, spreekt het bureau een zogenoemde HALT-procedure met hem af. Meestal betekent dit dat hij een aantal uren moet werken en de veroorzaakte schade moet vergoeden.

Elektronisch toezicht Medio 1995 werden de eerste wetsovertreders als experiment bestraft met elektronisch toezicht. Dit is een soort huisarrest waarbij de gedetineerde niet in de inrichting verblijft, maar onder constante controle staat. Over de dagbesteding van de veroordeelde zijn afspraken gemaakt. Hij draagt een enkelband met zender, waarmee een computer registreert of de gedetineerde zich op de afgesproken tijdstippen thuis bevindt. Het experiment werd destijds begeleid door wetenschappelijke onderzoekers. Uit hun onderzoek bleek dat de betrokkenen de vrijheidsbeperking niet alleen als een zware straf beschouwden, maar tevens als een positieve ervaring. Daarom heeft de minister van Justitie eind 1997 besloten elektronisch toezicht landelijk in te voeren.

Terbeschikkingstelling (tbs) De officier van justitie vraagt de rechter deze maatregel op te leggen bij verdachten met een psychische stoornis voor wie dwangverpleging nodig is. Verdachten aan wie de rechter deze maatregel oplegt, komen terecht in een speciale tbs-kliniek. Na de celstraf wordt in de TBS-kliniek toegewerkt naar een verantwoorde terugkeer in de samenleving.