Stichting Bargerveen

Ruim tien jaar geleden vervoegde Staatsbosbeheer zich met het Bargerveen bij de universiteit van Groningen. Ze hadden een raadselachtige opleving van grauwe klauwieren geconstateerd. Daar moest eens een wetenschapper naar komen kijken. Hans Esselink zat destijds in Groningen op een project aan zware metalen bij roofvogels. Hij dacht meteen dat misschien wel een heel landschap in de grauwe klauwier kon worden samengevat, dat daar onderzoek mogelijk was dat tot diepgaande beheersadviezen kon leiden.

,,Jij houdt ervan de natuur te beheren?''

,,Ik hou ervan om complete, of in ieder geval zo compleet mogelijke landschappen te behouden. Of te herstellen.''

,,Hoe oud was je toen?''

,,In '92? Achtendertig.''

,,En toen al bevangen door nostalgie?'', zeg ik. Je maakt zo'n opmerking om iemand tot tegenspraak te prikkelen. Maar Hans geeft gewoon toe. Ja, toen al bevangen door nostalgie. Geboren op een boerderij in 't Woold bij Winterswijk, het gerammel van stalkettingen nog in de oren, de geur van knollen en bieten nog in de neus. Het had allemaal ook zo kunnen lopen dat hij nu een beetje een alternatieve boer was geweest.

De grauwe klauwier paste slecht in Groningen. Ganzen, doen ze daar. Ganzen en steltlopers. Bovendien meer gericht op het begrijpen dan op het behouden van de natuur. Hans moest het zelf maar uitzoeken.

Ik hou er niet van om met andersmans psyche te koop te lopen, maar van Hans mag je toch wel zeggen dat hij iemand is die het waarschijnlijk altijd zelf maar moet uitzoeken. Een karaktermens. Zo'n mens heeft de keus uit twee volledigheden; volledig slagen of volledig mislukken.

Staatsbosbeheer wilde onderzoek in het Bargerveen, maar geld was er niet. Wat er wel was: het voorhuis van een voormalige boerderij aan de rand van het gebied. Noem het een veldstation. Esselink zelf zat daar in een wacht- geldregeling, zijn medewerkers hadden een uitkering. Prima jongens, voortreffelijke veldbiologen. Hun inzet en kennis konden alleen onder het zegel van werkloosheid tot gelding worden gebracht.

Esselink: ,,Pas toen de Melkertbanen werden gecreëerd..., dat was een hele stap voor ons, toen hadden we plotseling mensen in dienst.''

Intussen was de Stichting Bargerveen opgericht. Er kwam een startsubsidie van de provincie Drenthe en de gemeenten Schoonebeek en Emmen: 50.000 gulden, hoofdzakelijk besteed aan drukwerk, geld om geld te genereren. Als regel voor dit soort initiatieven geldt dat je de zaak binnen drie jaar op poten moet hebben, anders wordt het nooit wat.

En een stichtingsbestuur: mensen die naar binnen toe de samenhang bevorderen en naar buiten toe de weg weten naar geldbronnen en beleidsmakers (voorzover dat niet hetzelfde is). In dit licht kan overigens ook een verstandig samengestelde raad van advies wonderen doen.

Iemand wees de weg naar de directeur Natuurbeheer van het ministerie van LNV. Dat leverde 60.000 gulden op uit het potje EGM – Effectgerichte Maatregelen (namelijk tegen verzuring, vermesting en verdroging). Esselink: ,,Toen konden we eindelijk een post personeelskosten in de boekhouding opnemen.''

Iemand wees de weg naar het Prins Bernhard Cultuurfonds, een project voor drie jaar voor 85.000 gulden per jaar. Eerst ja, daarna nee. Esselink: ,,Het probleem is dat je telkens weer voor een vol huis komt te staan. Je kunt je niet naar binnen vechten zonder anderen naar buiten te vechten.'' Dus die aanvraag grondig herschreven en die komt ter behandeling ook nog eens bij een commissie onder een nieuw voorzitterschap en die hele commissie is bereid zich in het Bargerveen te laten rondleiden om met eigen ogen te aanschouwen wat daar verricht wordt en uiteindelijk toch ja van het Prins Bernhard Cultuurfonds.

Esselink: ,,Het bewerken van commissies is voor mij een tweede natuur geworden. Ik ben een terriër. Ik blijft net zo lang bellen tot ze denken: het is goedkoper om hem dat geld te geven dan alsmaar de telefoon op te nemen.''

Via de grauwe klauwier is hij het Bargerveen ingedoken. Van de grauwe klauwier naar de insecten, van de insecten naar de vegetatie, van de vegetatie naar de randvoorwaarden die vervat liggen in bodemsamenstelling en waterhuishouding. Van boven naar beneden en van beneden weer naar boven: de grauwe klauwier als indicator voor een gezond ecosysteem.

,,En daar is hij zelf niets mee opgeschoten'', zeg ik.

,,Nee'', zegt Hans. ,,De grauwe klauwier zullen we niet kunnen redden. Maar we hebben enorm veel geleerd, onze inzichten zijn gegroeid, onze methoden verbeterd. We zitten nu zo'n beetje in alle terreinen waar nog wat te beleven valt: hoogveen, laagveen, heide en duinen, en dit jaar gaan we ook het kalkgrasland in.

Het probleem is: het Nederlandse landschap is zo overdekt met littekenweefsel dat je nergens meer gezonde huid kunt vinden. Esselink: ,,We moeten naar het buitenland om onze referenties te halen – Estland, Ierland, Denemarken en de Hoge Venen in België.'' Het probeem is: deze landschapstypen blijken nog veel gecompliceerder in elkaar te zitten dan we al dachten. Ook van de beheersmaatregelen die inmiddels overal ingang hebben gevonden, gaan nivellerende effecten uit – zeker bij grootschalige toepassingen ervan.

Esselink: ,,Het lukt wel om het landschap open te houden, het lukt zelfs wel om de vegetatie te herstellen, maar we merken dat een herstelde flora nog geen herstelde fauna betekent – integendeel: de kaalslag, die in de hogere echelons al heeft plaatsgevonden, gaat gewoon verder in de wereld van de ongewervelden.''

Heidebeheer. Begrazing, maaien, plaggen, branden – vaak in te grote dichtheden, over te grote oppervlakten ineens. Een artikel hierover in De levende natuur van juli 2001 werd geïllustreerd met de biologie van de wrattenbijter.

De wrattenbijter, een sprinkhaantje, zal om tot eileg te komen, moeten kunnen foerageren, baltsen, opwarmen en paren. Elk van deze bezigheden of verrichtingen stelt bepaalde eisen aan de vegetatie, met name de structuur ervan. En dat in een ruimte van vijf bij vijf meter. De gelegde eitjes zullen bovendien met rust moeten worden gelaten zolang ze in de bodem zitten en nog tot ontwikkeling kunnen komen – twee tot acht jaar.

Dan denk ik: dat gaat nooit goed.

Dan denkt Hans: daar is veel zorg voor nodig.

Hij doceert nu twee dagen in de week dierecologie aan de Katholieke Universitelt Nijmegen. Er heerst, zegt hij, in Nederland een schreeuwend gebrek aan getrainde veldbiologen. Dus daarin moet worden voorzien.

De Stichting Bargerveen is ook in Nijmegen ondergebracht, in het souterrain van het faculteitsgebouw. De huisvesting komt voor rekening van de universiteit. In ruil daarvoor levert de Stichting veldwerk voor studenten en onderzoeksopdrachten voor promovendi.

Het beheer van natuurgebieden wordt er in ons land niet eenvoudiger op. De overheid heeft haar eigen onderzoeksmogelijkheden prijsgegeven aan de golven van de privatisering. Zo verschraalt niet alleen de natuur zelf, maar ook onze kennis daarvan. Dan is zo'n Stichting Bargerveen toch een mooi ding.

Er zijn nu vijftien mensen in dienst, merendeels in Melkertbanen. In 2001 was de omzet bijna twee miljoen euro, voor ongeveer de helft uit het vroegere potje EGM, inmiddels omgedoopt tot OBN (Overlevingsplan Bos en Natuur).

Esselink: ,,LNV is onze grootste opdrachtgever, en tevens de meest onzekere. Voor 2003 kan ik gewoon geen begroting opstellen. We hebben voor de komende jaren voor 5 à 6 miljoen projecten ingediend en we horen niets meer!''

De minister heeft op Kamervragen geantwoord dat het desbetreffende budget nagenoeg gelijk blijft. In de praktijk worden echter alleen bestaande verplichtingen nagekomen; verder lijkt het erop dat alle beslissingen zijn geblokkeerd.

Esselink: ,,Ik begrijp niet hoe de natuur, waarvoor zo'n enorme belangstelling bestaat in de samenleving, zo'n lage prioriteit kan hebben bij politici.''

Het belang van de Stichting Bargerveen bij de Kamerverkiezingen is evident: behoud van de Melkertbanen en heropening van het potje OBN. Mede met het oog op wrattenbijters (en hun eieren in de grond).

    • Koos van Zomeren