Sluier en emancipatie

In het katern Leven &cetera; van zaterdag 11 januari schrijft Paul Steenhuis over rebellerende pubers die juist datgene doen wat echt niet kan. Hij maakt daarbij onderscheid tussen westerse meiden die zich vooral tegen ouders en andere autoriteiten afzetten door zich bloot, bloter, blootst te kleden en islamitische meiden die zich juist zoveel mogelijk bedekken. Tegelijkertijd belicht Steenhuis de ontwikkeling van de seksuele vrijheid van vrouwen en ziet hij een verband tussen roklengte c.q. `bedekkingsgraad' van het vrouwenlichaam en emancipatie. Paul Steenhuis gooit een aantal zaken - vrouwen en seksualiteit, religie en seksualiteit, etniciteit, vrouwenemancipatie, cultuur en kleedgedrag en pubergedrag - voor het gemak op één grote hoop en husselt ze vervolgens tot een taaie brij.

Allereerst wil ik een grote misser rechtzetten: in de jaren '60 en '70 van de vorige eeuw woedde niet de eerste feministische golf, maar de tweede. Het artikel `Het onbehagen bij de vrouw' van de hand van Joke Smit dat in 1967 in De Gids verscheen, was het startsein voor deze tweede golf. De eerste feministische golf kwam op in de tweede helft van de 19de eeuw en had als voornaamste strijdpunt het vrouwenkiesrecht. Paul Steenhuis mag zijn geschiedenisboeken nog eens goed doornemen.

Van oudsher hebben feministes zich beziggehouden met het fenomeen mode. Al in 1851 ontwierp Amelia Bloomer een soort broekpak bestaande uit een pofbroek (de `bloomer') en een tuniek als reactie op het insnoeren van vrouwen in die tijd. Rond de eeuwwisseling vochten vooruitstrevende vrouwen voor emancipatie en voor het wettelijk afschaffen van het korset; zij propageerden de zogenaamde `reformkleding'. Coco Chanel was de eerste die rekening hield met het feit dat veel vrouwen onder haar cliëntèle een maatschappelijk actief leven leidden. Voor deze vrouwen ontwierp zij in de jaren '20 simpele, functionele doch stijlvolle kleding. Met de New Look van Dior in 1947 is het korset echter weer terug van weggeweest.

De minirok die Mary Quant in de jaren '60 introduceerde (met het uiterst magere meisje Twiggy als het nieuwe schoonheidsideaal) had meer van doen met de jongerencultuur die in het midden van de jaren '50 opkwam dan met de Dolle Mina's. De jeugd begon te rebelleren tegen elke vorm van gezag, tegen normen en taboes. De Dolle Mina's en andere feministen van de tweede feministische golf in de jaren '60 verzetten zich juist tegen de ongemakken van naaldhakken, puntige beha's, korsetten en andere stereotiepe idealen van vrouwelijkheid die door de mode werden bevestigd. In die tijd wierpen feministische vrouwen het juk van de mode van zich af en liepen massaal in tweedehands kleding en tuinbroeken.

De geschiedenis van de steeds minder verhullende mode loopt volgens Paul Steenhuis parallel met de ontwikkeling van de seksuele vrijheid van de vrouw. Daar valt wat voor te zeggen, maar dat geldt eveneens voor de kritiek die feministes hebben op de seksualisering van het vrouwenlichaam waardoor het louter tot een (lust)object verwordt.

Hoe weet Paul Steenhuis trouwens zo zeker dat die islamitische meiden haar lichaam zo veel mogelijk bedekken uit zedigheid en om haar seksualiteit voor haar wettige echtgenoot te bewaren? Misschien zijn deze meiden wel de voorloopsters van de derde feministische golf, een golf die het nieuwe keurslijf van de 21ste eeuw, belichaamd door de schaars geklede en ook nog eens hyperslanke Cheeky Girls, ter discussie stelt.

U kunt brieven sturen aan Leven &cetera;, postbus 3372, 1001 Amsterdam of e-mail leven@nrc.nl. Postadres vermelden. Brieven kunnen worden bekort.