Renkum - Heveadorp

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week door de Renkumse bossen en Doorwerthse waarden.

Het is een dag van oude sneeuw. Een vers pak legt het landschap een verdwijntruc op, oude sneeuw legt accenten. En zo is het in de bossen boven Renkum. Ruim opgezet zijn die bossen, ze omringen velden en veldjes, weiden en kleine akkers. Kreupelhout of struikgewas kennen ze weinig, ze houden het op doorzicht.

Een aantal dagen terug viel er sneeuw, nu zijn alleen de stammen en de kruinen van gevelde bomen nog wit. Wat verticaal staat is allang weer zichzelf, de takken en twijgen een warrig silhouet in aubergine-purper dankzij het winterse licht. Tussen de boomwortels gloeit de oude sneeuw in de lichtbanen van de schriele zon. Door niet compleet te bedekken, onthult die sneeuw de honderden vormen van de verkruimelende eikenbladeren. Hij vulde de afdrukken van hoefijzers en smeedde dusdoende elliptische witte kringetjes in het bevroren zand. Hij houdt het ene veld glad bedekt, trok zich terug tussen de halmen van een ander met als resultaat een strogele opstand op een vloer van poedersuiker.

We zoeken onze weg over sporen en paden, langs beken die te hard stromen om te bevriezen, over gladde overstapjes en stijf bevroren brokken grond – voorheen modder. Voortmaken zou absurd zijn, dat hoeft nooit en nu dus helemaal niet. We gaan hier uren over doen. Niet marcherend maar kuierend en oh en ah fluisterend.

Langzaam gaan moet ook omdat de route beschrijving nogal eens chaotisch is. Zo lees ik: `In rechte bocht 10 m voorbij fietspad linksaf omhoog bos in en schuin rechts in bosrand langs akker.' Ik herhaal het maar even op dictee-snelheid. Het grenst aan hermetische poëzie. Man grijnst en verzint er een deuntje bij. Het beste is om de witrode vlaggetjes in de gaten te houden.

Het zijn er niet veel, maar ze wijzen de juiste weg. Gelukkig, want iedereen moet hier durven wandelen, juist in de winter, juist in dit licht.

,,Hoor ik daar geen specht'', vraagt man. ,,Nee, dat is een cirkelzaag.'' Flauwe grap, maar ik kan hem niet laten liggen. Natuurlijk is die specht met zijn geklop er, maar dat plotselinge gegier ook, net als de regelmatige brom van het snelverkeer. Mij stoort dat niet, want het hoort bij de Rijnbrug die zich vorstelijk uitstrekt over de Nederrijn, op pijlers met verdronken graffiti, het piept nog boven de waterlijn uit.

De rivier staat hoog, de uiterwaarden zijn overstroomd en de appelgaard van het middeleeuwse bouwsel kasteel Doorwerth staat in een ijsvloer tot aan zijn onderste takken. De stammen dragen witte kragen, want het water zakt en het ijs klampt zich vast rond het levende hout. Waar het water van de slotgracht naar de rivier wordt gepompt ligt een ijsvloertje op de weg. Slippende schoenen graaien naar evenwicht, man glijdt bijna om. Ik wil hem te hulp schieten en ga reddeloos onderuit. IJs is hard en mijn heup is beurs. In de verte lachen de stuwen van Doorwerth ons uit, twee wijd opengesperde muilen.

15 km. Kaarten 24 en 25 uit: Maarten van Rossumpad, uitg. Nivon. Begin- en eindpunt van de wandeling zijn verbonden met Connexxion buslijn 50. Inl tel 0900 9292

    • Joyce Roodnat