Red de nerd!

NIEUWE COLUMNIST Bastiaan Geleijnse begint vandaag een tweewekelijkse column in Leven &cetera;. Hij wisselt zijn column af met die van Corine Vloet. Geleijnse is de G uit RGvT, het drietal John Reid, Geleijnse en Jean-Marc van Tol, dat de dagelijkse Fokke & Sukke-cartoon in NRC Handelsblad maakt.

Van de kleuterschool herinner ik me een paar bijbelverhalen, dat de meisjes bij voortduring `ik vind ròs de mooiste kleur' zeiden, en dat ik beloofd had om met Corry te trouwen, wier vader een verhuisbedrijf had. Maar ik kan me niet voor de geest halen hoe de verhoudingen in onze klas waren. Of ik toen bij de populaire kinderen hoorde, of juist niet, en hoe dat dan zijn beslag kreeg in de zandbak – ik weet er niets meer van.

Van de lagere school wel. Het is bekend dat meisjes meestal één beste vriendin hebben, terwijl jongens opereren in grotere groepen waarin permanent strijd wordt geleverd om het leiderschap. Zo was het ook in mijn vriendenclubje: we voerden verhitte onderhandelingen over wat we zouden gaan doen, over welke regels er bij het knikkeren golden, en over wie de Duitsers moesten zijn. Dus werd mijn knikkerzak almaar leger, en liep ik geregeld in een geallieerde hinderlaag.

De statuskwestie werd pas echt belangrijk op de middelbare school. Het was in de jaren '80, dus bij ons op school ontstonden er drie kliekjes: de kakkers met hun poloshirts en hockeyfeesten, de alternatievelingen (`pluizen') die vooral zwarte kleren droegen en tegen kernenergie waren, en tenslotte die onreine outcasts, de nerds. Ach die arme nerds, stelletje rukkers waar iederéén op neerkeek, die niet eens op een geloofwaardige manier een sigaret konden vasthouden, mislukte stoere verhalen vertelden, en eigenlijk alleen scoorden als het om rapportcijfers ging. En af en toe hadden ze van die onbegrijpelijke trends, bijvoorbeeld samen ingewikkelde sommen maken! Er waren verhalen dat ze ook wel eens een feestje hadden, wat er op neerkwam dat ze met een groepje jongens samen een paar flessen whisky leegdronken en een pornofilm keken. Wat een triestigheid.

Nou hoor je altijd dat de puberteit de meest vormende periode van je leven is. Dat kan best wezen, maar ik weet zeker dat je status op de middelbare school níet bepaalt of je een succes van je leven kunt maken. Meteen al bij aankomst op de universiteit bleken de kaarten opnieuw geschud te zijn. De sportieve jongens waar alle middelbareschoolmeisjes van droomden, werden bijvoorbeeld ontmaskerd als dertien-in-een-dozijn-corpsballen. Terwijl allerlei voorheen onaangepaste nerds opeens naar de voorgrond kwamen, juist omdat ze een afwijkend geluid hadden. En bij het betreden van de arbeidsmarkt was er wéér een herijking, waarbij sommige van de meest aansprekende banen juist naar de nerds gingen. En zo kan die sociaal geïsoleerde gymnasiumnerd van toen op zijn dertigste opeens partner blijken te zijn bij een internationaal adviesbureau. En terecht. Want aan nerds héb je tenminste wat. Waarom zou je op een feestje over politiek gaan praten met de gastheer die met een Amstel fresh in de hand braaf de mening van een columnist nabauwt? Als je even zoekt vind je vast iemand die je kan vertellen over zijn onderzoek bij de deeltjesversneller, of over waarom het zo moeilijk is de databases van de verschillende overheidsinstellingen aan elkaar te koppelen, of over tekstvarianten in apocriefe bijbelboeken. Dan heb je een veel beter gesprek, al was het alleen maar vanwege het onversneden enthousiasme waarmee zo iemand praat.

Maar de nerds onderscheiden zich natuurlijk vooral op inhoud. Het zijn mensen die zich niets aantrekken van de waan van de dag. Zij willen écht weten hoe iets is of hoe iets werkt, en zijn bereid jaren van hun leven te investeren om die kennis te vergaren. En alleen op basis van kennis kun je tot inzichten komen. Daarom zijn nerds zo belangrijk voor de overheid en het bedrijfsleven, want alleen dankzij hun inspanningen is het mogelijk om goed beredeneerde beslissingen te nemen.

Maar de soort zit in de verdrukking. De bedrijven klagen dat de universiteiten steeds meer vlotte mensen afleveren waar ze intussen niet zoveel aan hebben. Want wie studeert er nou nog wis- of natuurkunde? Sociale vaardigheden, een vlotte babbel, een aansprekend persoon; dáár gaat het alleen nog maar om; marketing. Degelijkheid en verstand van zaken hebben afgedaan. De ellende begint inmiddels al bij het studiehuis, waar de leerlingen alleen nog kennis opzoeken; ze hoeven niets meer te weten. Maar als je niets weet, heb je ook niets om over na te denken.

Vorig jaar dacht ik nog dat zijn nerdy uiterlijk bijgedragen had aan het succes van Balkenende. Na decennialang klagen over mannetjesmakerij in de politiek, staat er opeens iemand op met allemaal academische titels, in combinatie met die bril en dat haar – die móet wel inhoud hebben! Maar nu hij alle communicatiecursussen doorlopen heeft, maak ik me toch weer zorgen over de toekomst van de nerd. Als zelfs JP het au naturel niet redt, zullen er dan ooit nog ouders zijn die hun nerd-kinderen in hun waarde laten? En komt het dan ooit nog goed met Nederland? Ik ga maar eens een gironummer openen.

    • Bastiaan Geleijnse