RAMP VOOR HET LAND

Bèta-Nederland is woedend. Want de verlichting van de tweede fase gaat vooral ten koste van de exacte vakken. `De macht is aan de alfa's en aan het geouwehoer in Den Haag.'

Het lesprogramma in de bovenbouw van havo en vwo is te zwaar, zo besloot toenmalig staatsecretaris Adelmund twee jaar geleden. Want leerlingen en docenten bleven maar klagen. Maar waar moest worden geschrapt. De sfeer in de lerarenkamers werd er niet beter op. De aardrijkskundeleraar vroeg zich hardop af of geschiedenis nog wel een verplicht profielvak moest zijn. De leraar Nederlands vond dat Engels best wat uren in kon leveren.

De overleggroep Tweede fase heeft nu knopen doorgehakt. In het vorige week gepresenteerde voorstel komen de talen er goed vanaf. De taalvakken worden weer volwaardige vakken in plaats van deelvakken. Dat betekent ook: meer lesuren per week. De klappen vallen vooral in de hoek van bèta en techniek. Zo is natuurkunde geschrapt uit het profiel natuur en gezondheid. Wiskunde levert ook veel uren in. Op het vwo slinkt wiskunde in het profiel natuur en techniek met een derde. Ook de leerlingen die kiezen voor natuur en gezondheid of economie en maatschappij krijgen straks beduidend minder wiskunde. Havo-leerlingen die voor cultuur en maatschappij kiezen, krijgen helemaal geen wiskunde meer. Verder verdwijnt algemene natuurwetenschappen (ANW) uit de natuurprofielen.

Bèta-Nederland is woedend. De discussiesite van de Nederlandse Vereniging voor het Onderwijs in de Natuurwetenschappen (NVON) vulde zich meteen na de bekendmaking van de plannen met boze reacties. ``Vijftien jaar geleden hadden we `Kies exact'. Nu hebben we `Marginaliseer exact'. Onbegrijpelijk'', schrijft een natuurkundedocent. Er is ook veel verontwaardiging op de site van de Nederlandse Vereniging van Wiskunde Leraren: ``Waren er al te weinig exact georiënteerde leerlingen, nu wordt zelfs aan die paar die er nog komen, de kennis onthouden om zich te ontwikkelen tot capabele wetenschappers en/of technici. De macht is aan de alfa's en aan het geouwehoer in Den Haag.''

Het Nationaal platform voor techniek Axis heeft de minister van onderwijs op hoge poten een brief geschreven. Daarin vraagt het platform met klem om een gesprek ``over een reëel alternatief''. Axis vindt dat de minister met oogkleppen op heeft gesneden in het aantal verplichte vakken. Het platform schrijft: ``Wij willen u voorstellen om de discussie over `overladenheid' van het lesprogramma niet alleen vanuit een kwantitatief oogpunt te voeren maar ook meer vanuit een kwalitatief oogpunt en daarbij te bezien hoe wij kunnen komen tot aantrekkelijk onderwijs in de exacte vakken''. De brief van Axis is ondertekend door werkgevers in de techniek en door onderwijsinstellingen en belangenorganisaties op bètagebied.

Hoogleraar natuurkundedidactiek aan de Universiteit van Utrecht Harrie Eijkelhof vindt de voorgestelde herziening ook niet logisch. ``Het lijkt me volstrekte willekeur: we willen van vier naar drie vakken in het profiel, wat zullen we er dan uithalen? Ach, doe maar natuurkunde.'' De overleggroep Tweede fase had de aansluiting met het vervolgonderwijs beter in de gaten moeten houden, vindt hij. Met het huidige profiel natuur en gezondheid kunnen leerlingen nog alle kanten op. Het legt een basis voor een breed spectrum aan vervolgopleidingen. Maar het op tafel liggende voorstel doet dat volgens Eijkelhof niet.

grensvlak

In geen van de bètaprofielen zitten de vier bètavakken nog bij elkaar. Biologie en natuurkunde komen in geen enkel profiel samen. Dat is lijnrecht tegen de huidige trend in, zegt Eijkelhof. ``Steeds meer opleidingen op universiteiten en hogescholen spelen zich af op het grensvlak van de bètadisciplines. Neem zoiets als life science and technology. Daar heb je toch echt kennis van zowel natuurkunde als biologie bij nodig. En kijk naar het natuurkundeonderzoek. Dat richt zich steeds meer op processen in levende cellen en op gentechnologie.'' Scholieren krijgen nu bij het vak algemene natuurwetenschappen nog wat van beide vakgebieden, maar dat vak wordt juist geschrapt voor bètaleerlingen.

Met Axis vindt Eijkelhof dat de minister de samenhang tussen de bètavakken moet respecteren. Om de studiedruk te verlichten zou er meer ruimte kunnen komen voor niveaudifferentiatie. Dan is het schrappen van bètavakken niet nodig en wordt het bètaonderwijs meteen een stuk aantrekkelijker voor leerlingen.

Dat aantrekkelijker maken van bètaonderwijs is precies waar Cor de Beurs al vijf jaar aan werkt. De Beurs is medewerker van het `AMSTEL Instituut', een expertcentrum voor de ontwikkeling van bètaonderwijs. Het instituut brengt scholieren in aanraking met vervolgonderwijs in de bèta en techniek en ontwikkelt lesmateriaal waarin praktijkvraagstukken centraal staan. ``Ons bètaonderwijs is nu heel sterk gericht op cognitie. Op theorie, op het maken van sommetjes en het rekenen met formules. Dat maakt het onderwijs saai. Wij proberen meer ruimte te maken voor creativiteit en eigen ideeën van leerlingen.''

De Beurs vindt de huidige voorstellen `rampzalig' voor het bètaonderwijs. ``Als men in kortere tijd hetzelfde programma af moet draaien, komt dat neer op nog meer theorie, nog meer sommetjes. En nog minder tijd voor de dingen die de natuurwetenschappen nou juist zo leuk maken: het zelf onderzoeken, het zelf ontwerpen en ontdekken.''

Voorzitter Marian Kollenveld van de Nederlandse Vereniging van Wiskunde Leraren deelt de vrees van De Beurs. Wiskunde moet ``honderden uren'' inleveren, zegt ze verbolgen. En dat alleen maar omdat de talen er uren bij hebben gekregen. ``Wij moeten daar de offers voor brengen.'' Kollenveld vindt dat de bètaleerling op het vwo straks overdreven veel taalonderwijs moet gaan volgen. Terwijl de gemiddelde bèta daar helemaal niet op zit te wachten.

Nu wiskunde flink wat uren moet inleveren, zal het vak inhoudelijk concessies moeten doen. ``Ik neem aan dat we nu een derde van het programma af moeten halen. In ieder geval bij natuur en techniek. Maar ik zou niet weten welk deel. Die programma's zijn helemaal in overleg met universiteiten en hogescholen tot stand gekomen. Het kan niet anders dan dat snijden in het programma de aansluiting met het hoger onderwijs alleen maar verslechtert. En we wilden met de tweede fase toch juist een verbetering bereiken?''

Nou, dat zit er echt niet meer in, zegt voorzitter Jan Dekker van de sectie natuurkunde van de Nederlandse Vereniging voor het Onderwijs in de Natuurwetenschappen (NVON). Hij verwacht dat de doorstroming naar vooral de technische universiteiten flink zal verminderen. En die kunnen nu juist wel wat extra studenten gebruiken. Op de middelbare school is het profiel natuur en gezondheid een stuk populairder dan natuur en techniek. Nu pikken al deze leerlingen nog wat natuurkunde mee, straks niet meer. De stap naar technisch vervolgonderwijs ligt dan dus minder voor de hand. Dekker verwacht niet dat leerlingen massaal natuurkunde gaan kiezen in de vrije ruimte, want: ``natuurkunde is nu eenmaal een pittig vak''.

Vooral meisjes zullen minder in aanraking komen met natuurkunde. Meisjes kiezen namelijk nauwelijks voor natuur en techniek, wel voor natuur en gezondheid. ``Het is altijd de bedoeling geweest dat beide profielen toegang zouden bieden tot een technische vervolgopleiding'', zegt directeur Cocky Booy van de VHTO, de landelijke vereniging voor vrouwen in hogere technische opleidingen en functies. ``Het zou heel jammer zijn als die weg nu bij een van de profielen wordt afgesloten. Want dat zou betekenen dat we vooral vrouwen gaan uitsluiten van hoger technisch onderwijs.''

wim kok

De universiteiten staan ook kritisch tegenover de voorgestelde veranderingen van de bovenbouw. Universiteitenvereniging VSNU heeft de protestbrief van Axis mede ondertekend. Toch is het diezelfde VSNU die de minister van onderwijs op het idee heeft gebracht om natuurkunde te schrappen. Wim de Kok, die namens de Algemene Onderwijsbond (AOb) in de overleggroep Tweede fase zat, zegt daarover in Het Onderwijsblad: ``Universiteiten gaven aan dat als er een vak af moest, dat wat hen betreft natuurkunde zou moeten zijn. Dan geven de universiteiten in het eerste jaar wel extra natuurkunde aan degenen die dat nodig hebben.''

Volgens woordvoerder Jeroen Sparla van de VSNU heeft de minister de universiteiten inderdaad gepolst. En de VSNU heeft toen ook natuurkunde genoemd als te schrappen vak. Scheikunde en biologie zijn onmisbaar in de studies waarin leerlingen met het profiel natuur en gezondheid veelal terechtkomen: biomedische wetenschappen, geneeskunde, farmaceutische wetenschappen. Een van die twee vakken schrappen, lag dus niet voor de hand, legt Sparla uit. Maar de VSNU hoopt wel dat leerlingen straks in de vrije ruimte voor natuurkunde zullen kiezen. Want het liefst zien ook de universiteiten dat scholieren de bètavakken in samenhang bestuderen. ``Let wel: wij zijn nooit voorstander geweest van het schrappen van een vak. We hadden ook liever gezien dat alle vier de bètavakken verplicht bleven. We hebben een vak aangewezen, maar met het mes op de keel.''

    • Martine Zuidweg