Principes

In de eerste plaats een rectificatie. Vorige week schreef ik: `Voorzitter Femke Halsema van Groenlinks vindt dat ouders hun kinderen verplicht in de eigen wijk naar school moeten sturen. Alleen als ouders een bijzondere reden hebben, kan een uitzondering worden gemaakt.'

Ik ontleende dit aan een bericht in deze krant, maar dat schijnt de krant verkeerd te hebben begrepen. In een debat met Thom de Graaf van D66 lichtte Halsema dat desgevraagd toe. Groenlinks, benadrukte zij, wil dat niet verplichten, maar alleen verplichten tenzij men gemotiveerd aangeeft waarom men dat niet wil, maar als ouders dat niet willen motiveren willen we dat niet afdwingen. Het wordt dus vrijwillig verplicht, mits gemotiveerd, tenzij men dat niet wil.

Wat ik zo treurig vind, is dat er zo weinig diepgaand is nagedacht over het probleem van integratie en schoolkeuze. Dat geldt ook voor Wouter Bos die eerder een pleidooi hield voor de buurtschool. Hij mailt me: `Ouders die hun kinderen niet naar een school in de buurt willen sturen, zullen daartoe verleid moeten worden door goede voorlichting en het steeds beter maken van die scholen. De tegenstelling die u dus lijkt te poneren tussen enerzijds keuzevrijheid van ouders en anderzijds de door ons gewenste buurtfunctie van een school, is wat ons betreft dus niet aan de orde.'

Bos' `steeds beter maken van die scholen' suggereert dat kwaliteit een objectieve maatstaf zou zijn. Als de school in de buurt maar goed genoeg is, kiezen de ouders daar wel voor. Wat schoolkeuze voor ouders in de grote steden echter zo ingewikkeld maakt, is de diversiteit van het aanbod. Dankzij de enorme vrijheid die het onderwijs in Nederland kent, kunnen scholen zich heel verschillend ontwikkelen. Zowel in didactische als pedagogische als levensbeschouwelijke zin. Het is niet een kwestie van goed, beter, best. Ouders kiezen voor een school die voldoet aan hun particuliere kwaliteitsmaatstaven. En die kunnen van ouder tot ouder sterk verschillen.

Bos wil dus niet tornen aan de keuzevrijheid van de ouders. Sterker nog, zo verzekert hij mij: `Ik vind dat de keuzevrijheid van ouders zelfs moet worden uitgebreid door ervoor te zorgen dat zij de zekerheid krijgen dat, als zij de grondslag van een school onderschrijven, hun kinderen ook op die school geaccepteerd moeten worden.' D66 vindt onderschrijven niet echt nodig. Respecteren moet voldoende zijn. `We respecteren veel in het leven wat we niet noodzakelijkerwijs hoeven te onderschrijven', aldus de nummer zeven op de lijst van D66, Ursie Lambrechts, van wie het treurig zou zijn als zij uit de Kamer zou verdwijnen. Niet alleen omdat zij geen last heeft van modieuze kretologie maar ook omdat zij er niet is neergezet als zetbaas ter behartiging van bestaande belangen. Vrij uitzonderlijk waar het gaat over onderwijs.

Het is natuurlijk volstrekt begrijpelijk dat veel mensen een ontzettende hekel hebben aan scholen die hun grondslag uit de kast toveren wanneer hen dat zo uitkomt. Dat roept bij ieder fatsoenlijk mens weerstand op. Maar naast de vele opportunisten zijn er ook scholen voor wie het menens is: zoals de joodse school die kinderen weigert die niet zijn geboren uit een joodse moeder. Zo zijn er nog wel meer voorbeelden te bedenken waarbij scholen hun principes uiterst serieus nemen. Scholen houden die ruimte binnen de door de Socialistische Partij geformuleerde eis dat `bij inschrijving de toelating niet afhankelijk mag zijn van de maatschappelijke achtergrond van de leerling.'

Van het CDA niets vernomen en dat is ook wel logisch voor een partij die op dit gebied nooit andere principes heeft gekend dan het uit de wind houden van scholen die wel wilden weten van de voordelen maar niet van de principes die het predikaat RK of Christelijk met zich meebrengt.

prick@nrc.nl