Ook botsende karakters gaan soms samen

Nu zijn het nog concurrenten. Maar als het aan Justitie ligt gaan reclassering en gevangeniswezen straks nauw samenwerken.

Een haat-liefdeverhouding. Zo kan de relatie tussen het gevangeniswezen en de reclassering in Nederland het best worden gekarakteriseerd. Ze kunnen niet zonder elkaar, maar van vriendschap kun je niet spreken. ,,Met twee kapiteins op één schip gaat het niet goed'', concludeerden onderzoekers van de Katholieke Universiteit Nijmegen (KUN) anderhalf jaar geleden in een evaluatie van de in 1999 ingevoerde Penitentiaire Beginselenwet (PBW).

Een van de oorzaken van die gebrekkige samenwerking ligt volgens de onderzoekers in de PBW zelf. Want sinds de wetgever het gevangeniswezen en de Stichting Reclassering Nederland (SRN) samen verantwoordelijk stelde voor de uitvoering van de reïntegratieprojecten voor (ex)gedetineerden – de zogenoemde penitentiaire programma's – is de onderlinge concurrentie sterk toegenomen. Penitentiaire inrichtingen, die in vele gevallen zelf een resocialisatieprogramma aanbieden, werken lang niet altijd samen met reclasseringsambtenaren, merkten de onderzoekers. En áls ze de handen al ineenslaan, wordt er vaak geklaagd over traagheid en slechte bereikbaarheid. Ook Jan van der Leek, algemeen directeur van Stichting Reclassering Nederland, erkent dat er sprake is van een incompatibilité d'humeur. ,,Maar het afgelopen jaar zijn er ook een aantal stappen gezet om die samenwerking te verbeteren. Wie weet ontstaat er ooit nog een natuurlijk partnerschap.''

Ook minister Donner van Justitie geeft toe dat de dubbele verantwoordelijkheid, zoals vastgelegd in de PBW, heeft geleid tot een lappendeken aan resocialisatieprogramma's waarvan het effect bovendien niet of nauwelijks kan worden bewezen. Met name dat laatste punt steekt, omdat Stichting Reclassering Nederland jaarlijks zo'n 90 miljoen euro aan overheidssubsidie krijgt en sinds een jaar ook wordt verplicht om die gelden door middel van doelen en streefcijfers te onderbouwen. In een brief aan de Tweede Kamer, gedateerd 16 oktober 2002, kondigde Donner dan ook een nieuw beleidsprogramma aan – `Terugdringen Recidive' – dat de effectiviteit van penitentiaire programma's moet vergroten. Een van de neveneffecten, zo belooft de minister, is ,,een verbetering van de taakverdeling en samenwerking tussen de reclassering en het gevangeniswezen''.

`Terugdringen Recidive', dat deze zomer zal worden getest in Noord-Holland, Rijnmond en Overijssel, omvat onder meer een vroegtijdige screening van gedetineerden – door reclassering én gevangeniswezen samen. ,,Al bij binnenkomst in de gevangenis wordt beoordeeld hoe groot het risico is dat een gedetineerde vervalt in crimineel gedrag'', vertelt programmamanager Bart van der Linden. ,,Vervolgens wordt bekeken welke factoren ten grondslag liggen aan een strafbaar feit. Op basis van die bevindingen stellen reclassering en gevangeniswezen een resocialisatieprogramma voor de gedetineerde op.'' De resultaten van de behandelprogramma's zullen worden bijgehouden met een door het ministerie van Justitie ontwikkelde recidive-monitor.

In Groot-Brittannië en Canada – waar het programma al enige jaren met succes draait onder de naam `What Works' – is het aantal veelplegers aanzienlijk teruggedrongen, vertelt Van der Linden. ,,De Engelsen hebben uitgerekend dat iedere euro die je in het programma investeert, het viervoudige oplevert.'' Als de samenwerking tussen reclassering en gevangeniswezen in Nederland goed van de grond komt, en de screening en behandeling van gedetineerden succesvol verloopt, verwacht Van der Linden hier een vermindering van het aantal veelplegers met tien tot vijftien procent.

Ook zwaardere criminelen zullen worden onderworpen aan een assessment, zo kondigt Donner in zijn brief aan de Tweede Kamer aan. En dat is opmerkelijk, omdat de ervaring leert dat juist díe categorie nu vaak buiten de boot valt. Stichting Reclassering Nederland vroeg het Willem Pompe Instituut voor Strafwetenschappen uit te zoeken hoe dat komt. Conclusie van het onderzoek Leren diversifiëren (2002): reclasseringsambtenaren steken – mede door de toenemende aandacht van Justitie voor `output' – hun tijd liever in minder moeilijke cliënten. Met name allochtonen, van wie velen de taal niet machtig zijn en wier normen ,,soms rechtstreeks indruisen tegen de normen die aan de overtreden strafbepaling ten grondslag liggen'' keren volgens de onderzoekers vaak zonder hulp terug in de maatschappij.

Als het aan programmamanager Van der Linden ligt, zal ook die groep in de toekomst een op maat gesneden resocialisatieprogramma krijgen. Want, zegt hij, de mogelijkheden van `Terugdringen Recidive' zijn onuitputtelijk. ,,Inburgeringscursussen via detentie? Ik acht het zeker niet uitgesloten.''

    • Danielle Pinedo