Nieuw inzicht innestelen embryo

De eerste belangrijke taak voor een pas ontstaan embryo is zich in te nestelen in de baarmoederwand van zijn moeder. Vaak mislukt dat. Bij reageerbuisbevruchtingen zeker in driekwart van de gevallen. Hoe dat cruciale moment verloopt, was tot nu toe onbekend. Onderzoekers van de Universiteit van Californië in San Francisco hebben in het gisteren verschenen wetenschappelijke tijdschrift Science laten zien dat een jong embryo precies op tijd het hechtingseiwit l-selectine moet uitscheiden om te worden geaccepteerd door de baarmoederwand. De baarmoederwand moet tegelijkertijd een speciale ontvangende suikerverbinding (oligosaccharide) maken. Alleen als beide processen goed verlopen kan de eerste hechting tussen moeder en kind tot stand komen. Als het moleculair contact mislukt, gaat de innesteling mis en wordt de vrouw niet zwanger.

Een embryo ontstaat in de eileider, nadat een spermacel de eicel is binnengedrongen. De eerste celdelingen van het jonge embryo vinden plaats terwijl het door de eileider richting baarmoeder reist. Ondertussen speelt in de eierstok de achtergebleven oude omhulling van de gerijpte eicel een belangrijke rol.

Deze Graafse follikel produceert hormonen die de baarmoederwand (het endometrium) stimuleren om zich gereed te maken voor de innesteling van het embryo. Dat innestelen moet een dag of vijf na de bevruchting plaatsvinden. Na de innesteling groeien uit het embryo een placenta en een foetus. Onderzoeker Olga Genbacev en haar collega's hebben nu voor het eerst laten zien welke moleculaire processen rondom de innesteling belangrijk zijn. De innestelmoleculen zijn wellicht in de toekomst bruikbaar om het rendement van reageerbuisbevruchtingen te verbeteren.

De binding via l-selectine van het embryo aan speciale suikermoleculen in de baarmoederwand lijkt sprekend op de manier waarop in het bloed meestromende witte bloedcellen aan een bloedvatwand binden.