`N-Korea lijdt aan alles gebrek'

Over de grens met China stouwen Noord-Koreanen hun vrachtwagens vol met spullen waaraan in hun land gebrek is. En dat is aan vrijwel alles.

In zijn elektronicazaak poetst een man in een warme leren jas met een tandenborstel en een bakje zeepwater het vuil van een kleine, zwart-wit televisie van Japanse makelij. Het toestel is bestemd voor het communistische broederland Noord-Korea, dat voor het tweedehands exemplaar nog graag wat harde Amerikaanse dollars over heeft.

,,Ik lever mijn tv's vooral aan Noord-Koreaanse chauffeurs'', zegt hij. Chauffeurs die elke dag met hun oude, tweedehands Japanse vrachtwagens de grensrivier tussen China en Noord-Korea oversteken. Daar laden en lossen ze niet alleen hun officiële handelswaar, ze maken ook van de gelegenheid gebruik om hun cabine vol te stouwen met producten waaraan in Noord-Korea een groot tekort is. ,,En dat is aan bijna alles'', zegt de man.

Niet alleen aan levensmiddelen als rijst, sojameel, bloem, kookolie, vers fruit, sterke drank en tabak, maar ook aan thermisch ondergoed, synthetische sjaals, warme kleding, behangpapier, potten en pannen en auto-onderdelen. Al die dingen zijn net over de grens in Dandong wel volop te koop, en de handel is er voornamelijk in handen van Koreaanse Chinezen, die met de chauffeurs in het Koreaans kunnen spreken. Als de koop is gesloten, dan wordt de handel op open bakfietsen geladen. De oude mannen die de bakfietsen besturen leveren de goederen af bij de chauffeurs. De Noord-Koreaanse douane knijpt aan de grens graag een oogje toe voor deze illegale handel, zo lang als de chauffeurs de douaniers maar iets toestoppen.

De serieuze, grootschaliger handel gebeurt in het enige viersterrenhotel van het verpauperde Dandong. Voor de deur staan BMW's en andere luxe auto's geparkeerd, waar hoge Chinese ambtenaren uitstappen. In het hotel lopen veel Noord-Koreanen rond in strenge, maar keurige donkere pakken. Ze zijn makkelijk te herkennen, want ze dragen allemaal het rode speldje met de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-Il of van diens vader op hun revers. Dit zijn geen gewone Noord-Koreanen, dit zijn hoge ambtenaren die namens hun regering onderhandelen met de Chinese overheid of met grote Chinese privé-handelaren. Ik spreek er met een Chinese zakenman die al jaren handel voert met de Noord-Koreanen. [Vervolg NOORD-KOREA: pagina 15]

NOORD-KOREA

'Wat zij maken is uit de tijd'

[Vervolg van pagina 13] De Chinese zakenman kwam er tijdens een bezoek aan Noord-Korea achter dat de vis er van opvallend hoge kwaliteit is. Er is namelijk vrijwel geen industrie in het land, dus niemand loost op het rivier- en zeewater. Ook varen er nauwelijks schepen, dus er komt geen olie in het water terecht. Hij besloot om in Noord-Korea een koelhuis neer te zetten om de vis meteen te kunnen verwerken. Daarvoor moest alles, tot de schroeven en moeren en de schroevendraaiers aan toe, vanuit China worden aangeleverd. Het koelhuis is nog geen succes. Er wordt zo weinig gevist, dat er niet genoeg aanvoer is. Daarom heeft hij nu maar besloten om ook een aantal vissersschepen aan het land cadeau te doen, in de hoop dat de handel dan beter gaat lopen.

Hij levert ook aan Noord-Korea: voornamelijk kunstmest en landbouwgif, zaken waaraan het land een groot tekort heeft. ,,Eerlijk gezegd is dit niet het moment om in Noord-Korea te investeren'', zegt de man. ,,Het is er politiek niet stabiel, en je weet nooit wat je te wachten staat.'' Zo wilde hij een keer met een schip verse vis de Noord-Koreaanse haven Wonsan uitvaren, toen Kim Jong-Il per schip een bezoek aan de haven kwam brengen. Geen schip mocht er meer in of uit, alle buitenlanders moesten het gebied meteen verlaten. Toen hij weer bij zijn vis mocht, was de lading bedorven. ,,Daarover klagen heeft geen zin: dat is je beroepsrisico als je daar handel drijft.''

Van de vrachtwagens die niet leeg terugkomen, zijn er opvallend veel beladen met bruine kartonnen dozen. ,,Daarin zitten kledingstukken en tassen'', zegt een chauffeur. De materialen daarvoor zijn van Zuid-Korea via China naar Noord-Korea gebracht. De klare spullen gaan weer terug naar Zuid-Korea. Dat heeft Noord-Korea ontdekt vanwege de goedkope arbeid.

Toch komen verreweg de meeste vrachtwagens leeg uit Noord-Korea terug. De Chinezen zijn namelijk geen grote afnemers van Noord-Koreaanse producten. China was in 2000 goed voor 38 procent van de totale import van Noord-Korea, maar het enorme land nam slechts 6 procent van de Koreaanse export af. Veel van wat China aan Noord-Korea levert, geschiedt als een vorm van strategische ontwikkelingshulp. China wil niet dat de Noord-Koreaanse economie volledig implodeert, al was het alleen maar omdat er dan een eindeloze stoet `economische vluchtelingen' aan China's deur zal komen kloppen.

De kleine handelaren die ik spreek, zijn geen van allen dol op Noord-Koreaanse producten. ,,Wat zij maken, is hier al lang weer uit de tijd'', zegt een van hen. Zelfs de kleurige Noord-Koreaanse postzegels van Kim-Jong-Il die aan de Chinese grenstoeristen worden verkocht, blijken vrijwel allemaal gewoon gedrukt te zijn in China.

    • Garrie van Pinxteren