`Minder loon? Ik ga nergens op bezuinigen'

De koopkracht neemt voor bijna alle Nederlanders af. De loonstrookjes voor januari zijn bij de meesten nog niet binnen, maar zorgen over hun loon lijken zij zich nog niet te maken. ,,Ik ga nergens op bezuinigen.''

Peter Jan Mulder (39) denkt er dit jaar financieel niet op achteruit te gaan. Hij werkt fulltime als ambulance-verpleegkundige in Apeldoorn. Hoeveel hij extra gaat betalen aan premies, zoals de ziekenfondspremie, weet hij nog niet, omdat hij nog geen loonstrookje voor januari heeft. Maar Mulder verwacht binnenkort ongeveer 100 euro per maand extra te ontvangen, omdat hij sinds vorig jaar een hogere functie heeft die hij nu met terugwerkende kracht uitbetaald krijgt. ,,Dat heft de premieverhogingen waarschijnlijk wel op.''

Volgens het Nibud, het Nationaal Instituut voor budgetvoorlichting, gaat een modaal gezin er in koopkracht het meest op achteruit, ongeveer 2 procent. Het gezin Mulder – Peter Jan en Astrid en hun drie dochters – heeft een inkomen van `een kleine 50.000 euro bruto' per jaar. Zij horen daarmee bij de 60 procent van de Nederlanders die een bovenmodaal – meer dan 29.300 euro bruto – inkomen hebben. De overige 40 procent zijn behalve mensen met een benedenmodaal inkomen ook iedereen met een uitkering. Per maand verdient Peter Jan Mulder ongeveer 2.000 euro netto, inclusief alle toeslagen voor onregelmatig werk. Zijn vrouw Astrid werkt één dag per week, goed voor 350 euro netto per maand.

Mulder houdt goed bij waar zij hun geld aan uitgeven. Toen zijn vrouw drie jaar geleden minder ging werken, bleken zij aan het eind van het jaar een tekort te hebben van ruim 700 euro. Ze besloten daarop het abonnement op de krant te delen met de buren en de abonnementen op tijdschrift de Viva en de sportschool gingen de deur uit. Per week gaat er 250 euro `in de knip', voor boodschappen. Bijpinnen mag niet, is de afspraak.

Mulder denkt niet dat het nodig is om dit jaar te bezuinigen. Hij geeft ook les bij de ambulancedienst. Hij gaat komend jaar meer verdienen, omdat de betaling voor lesgeven gescheiden wordt van het werk als verpleger.

Ook Bert Pott (41), manager bij zuivelproducent Nutricia, verwacht weinig te merken van een afname van de koopkracht. Bij Nutricia werkt hij 24 uur per week. Zijn salaris neemt dit jaar met 3,5 procent toe tot 3.000 euro bruto per maand. Hij is eveneens manager bij een bedrijf dat hij met vrienden heeft opgezet, Vitablend. Hij werkt daar één dag per week en verdient daarmee 1.500 euro bruto per maand. Het gezin heeft elke maand zo'n 5.000 euro bruto te besteden. Hij is hoofdkostwinner, inclusief vakantiegeld en bonussen is dat bruto 65.000 euro per jaar. Zijn vrouw werkt ook. Zij is specialist in opleiding en verdient bruto zo'n 40.000 euro. ,,Het is zeer waarschijnlijk dat zij over een jaar de hoofdkostwinner is.''

Pott heeft wel gemerkt dat de prijzen stijgen. ,,Vooral in het restaurant.'' Niet dat hij daarom iets anders bestelt. Ook de kosten voor de gastouder, die twee dagen per week komt om op de kinderen te passen, zijn voor Pott gestegen. Per uur betaalt Pott de gastouder nu 5 euro, 75 eurocent per uur meer dan vorig jaar. Aan zijn aandelen, die een waarde hadden van ruim 50.000 euro, verloor hij afgelopen jaar zo'n 15.000 euro. ,,Maar gezien het loon van mij en mijn vrouw, lig ik daar niet wakker van.''

Cynthia (40), die liever niet met haar volledige naam in de krant wil, is een alleenstaande vrouw met een 18-jarige zoon en zij werkt in de beveiliging. Ze verdient benedenmodaal, maar ook zij verwacht niet dat ze haar uitgavenpatroon moet veranderen. ,,Ik pas me makkelijk aan de veranderingen aan. Als ik iets niet kan kopen, koop ik het niet.''

Per uur verdient ze bruto 9,72 euro. Netto per maand zegt ze voor 160 uur per vier weken, inclusief de toeslagen voor onregelmatig werk, ongeveer 1.500 euro te verdienen. ,,Ik ga er denk ik wel op achteruit.''

Haar ziektekosten zijn van 21 naar 38 euro per maand gegaan. Ze merkt ook dat de prijzen in supermarkten zijn gestegen. Per week geeft ze ongeveer 75 euro uit aan boodschappen. Ze gaat zoveel mogelijk naar de markt en vergelijkt daarnaast de prijzen in de winkels. ,,Nu let ik nog meer op de prijzen en koop vooral bij de Lidl of Aldi.''

Ze gaat meestal om het jaar op vakantie naar Suriname, waar ze vandaan komt. ,,Ik wil in 2004 weer naar Suriname en daarvoor leg ik nu elke maand iets opzij.'' Pott krijgt een dertiende maand uitbetaald en Mulder krijgt per jaar 8 procent van zijn salaris aan vakantiegeld. Mulder: ,,En als we vaker op vakantie willen, werken we er gewoon wat meer voor.''

De drie kostwinners maken zich geen zorgen over geld. Anders is er altijd nog familie. Bert Pott heeft een hypotheek geregeld bij wat hij noemt, `de kleinste bank van Nederland: mijn moeder'. En Cynthia kan altijd rekenen op de hulp van haar familie in Nederland. ,,Als mijn zoon Gerley hen om de week bezoekt, krijgt hij alles van ze. Maar als mijn neefjes of ouders in Suriname iets nodig hebben, dan krijgen ze dat ook van mij. Typisch Surinaams dat we elkaar zo helpen.''