Met hermandad op beleggingspad

Ook de politie werd in de jaren negentig door de politiek naar quangoland overgeheveld. Behalve boeven vangen gingen sommige korpsen ook beleggen.

Woedend is Jelle Kuiper, hoofdcommissaris van de Amsterdamse politie, als najaar 1999 de beleggingen van zijn korps in discussie komen. ,,De politie kan beter boeven vangen'', schrijft raadslid Tjalling Halbertsma (PvdA) in Het Parool. Maar hij en bezorgde Tweede-Kamerleden, vindt Kuiper, ,,kletsen uit hun nek''. De belegggingen van zijn korps zijn ,,volstrekt risicoloos'', zegt hij in het Korpsbericht.

Oorzaak van de opwinding is Karel Baarspul. Deze kasgeldbeheerder van Zuid-Holland heeft met provinciegeld voor honderden miljoenen guldens risicoposities ingenomen op de geldmarkt. Het is jaren goed afgelopen. Maar als Ceteco in 1999 failliet gaat, komt naar buiten dat de provincie miljoenen aan dat bedrijf heeft geleend. Een affaire breekt uit, ook commissaris van de koningin Joan Leemhuis sneuvelt. Baarspul krijgt in 2002 uiteindelijk drie maanden celstraf.

Na de affaire doet het rijk er alles aan om te voorkomen dat met belastinggeld nog zulke risico's worden genomen. Maar over veel instellingen hebben politici hun armslag verloren. Het blijkt als maart 2000 de Algemene Rekenkamer een onderzoek publiceert naar de vermogensvorming bij quango's (zelfstandige instellingen die met publiek geld wettelijke taken uitvoeren). Zij blijken samen 24 miljard gulden (bijna 11 miljard euro) te hebben opgepot.

Onlogisch is dat niet. Toen ze nog rijksdienst waren, hadden de meeste geen reserves nodig voor de aanschaf van een nieuw pand of een wagenpark, maar op eigen benen moeten ze hiervoor vermogen achter de hand hebben. En een deel van dat geld, blijkt in 2000, is belegd. Voor het grootste part in saaie obligaties, maar een klein stuk (439 miljoen gulden; bijna 200 miljoen euro) in risicovolle fondsen.

Een van de riskante beleggers is volgens het rapport de Amsterdamse politie: sinds 1996 belegt het korps de ruim honderd miljoen gulden die men achter de hand houdt voor vervanging van onroerend goed. De inlegsom is door ABN Amro gegarandeerd, alleen met de rente over dat geld wordt gespeculeerd. Het gebeurt in tweejaarlijkse termijnen. Tot dan toe is een gemiddeld rendement van 15 procent gehaald, aldus het rapport. Baarspul behaalde bij de provincie in het verleden meestal soortgelijke winst.

De Rekenkamer vroeg het kabinet destijds te verzekeren dat quango's zulke risico's voortaan afzweren. Zoals Pieter Zevenbergen van de leiding van de Rekenkamer nu zegt: ,,Zelfstandige instellingen moeten begrijpen dat ze met andermans geld werken. En dat zulk geld niet – nooit – kan worden belegd. Dat hóórt niet.'' Het kabinet neemt die opvatting maart 2000 over.

Toch besluit de Amsterdamse politie vier maanden later opnieuw geld bij ABN Amro te beleggen voor, in principe, twee jaar. Nu wordt 36,2 miljoen euro (bijna 80 miljoen gulden) ingelegd. Sceptici krijgen van korpschef Jelle Kuiper te horen dat het niet verkeerd kan gaan: ABN Amro verzekert immers dat het ingelegde bedrag terugkomt. Kritici die vinden dat het korps het geld beter kan besteden aan nieuwe agenten, krijgen van Kuiper te horen dat dit niet kan: het geld is bedoeld voor de eenmalige aanschaf of renovatie van politiebureaus; daar kan je agenten geen structureel salaris van betalen.

In één opzicht heeft Kuiper pech: Tjalling Halbertsma is behalve PvdA-raadslid ook bankier annex beleggingsadviseur. Sinds vorig jaar leidt hij bovendien de fractie. ,,Risicoloos beleggen bestaat niet'', zegt hij. ,,Daarom ben ik blijven volgen hoe de beleggingen van de politie het deden.''

Als vorig najaar het jaarverslag 2001 uitkomt weet hij genoeg. ,,Mijn vrees kwam uit.'' Het korps blijkt de belegging per 1 januari 2002 gestopt te hebben; het rendement was vies tegengevallen: 1,95 procent. ,,Als je het geld op een spaarrekening had gezet was de winst zeven á acht procent geweest'', zegt hij. Daarom heeft het korps, redeneert Halbertsma, nu 2 tot 2,5 miljoen euro minder dan men had kunnen hebben. ,,Voor politiebureaus, voor agenten op straat, voor wat dan ook. Een eigenaardig gegeven nu veiligheid zo'n belangrijk thema is en grote partijen streven naar meer politiezorg. Het bevestigt mij dat beleggen voor de politie uit den boze moet zijn.''

Als hij hierover vorig najaar in de raad de trom roert, reageert de politie niet. Een politiewoordvoerder zegt nu tegen deze krant dat is gebeurd wat is beloofd: het inlegde bedrag is niet verloren gegaan. ,,Maar gokken met rente is ook gokken'', zegt Halbertsma. ,,Drie jaar geleden werd mijn kritiek hooghartig afgewimpeld. Nu het mis is gegaan, blijft een openbare verklaring van de korpschef uit.''

Het illustreert, zegt hij, hoe slecht de verzelfstandiging van de regionale politiekorpsen in de jaren negentig is uitgepakt. Een korps valt sindsdien onder een niet-gekozen burgemeester (de korpsbeheerder) en een niet-gekozen hoofdofficier van justitie. Volksvertegenwoordigers hebben hooguit indirect invloed: via de burgemeester. Halbertsma: ,,Ik kan blaffen maar niet bijten. Zelfs als het korps evident in de fout gaat, zoals in dit geval, moet ik toekijken.''

Het geldt ook voor de Kamer. Nadat Het Parool vorig najaar berichtte over het beleggingsverlies, stelde de Kamer schriftelijke vragen. Uit de antwoorden van minister Remkes (Binnenlandse Zaken) blijkt dat de toezegging aan de Rekenkamer in 2000 – risico's bij beleggen door quango's uitbannen – niet is nagekomen. De instrumenten ontbreken. Wel wordt nu gewerkt aan een regeling waarin korpsen het beheer van hun vermogen in handen stellen van het ministerie van Financiën. Beleggingen zijn dan uitgesloten.

Het is typerend voor de dubbelhartigheid van de landspolitiek in zijn relatie met verzelfstandigde instellingen, zegt Ed d'Hondt, in de jaren negentig lange tijd voorzitter van de korpsbeheerders. Het speelt ook bij de universiteiten, vertelt hij: D'Hondt zit hun koepelorganisatie VSNU tegenwoordig voor. ,,Als je instellingen niet meer toestaat eigen geld te beheren, ontneem je ze de prikkel tot efficiënt werken. Wanneer iedere euro die je bespaart, toch naar Den Haag teruggaat, denk je algauw: wat maakt mij het uit.''

Het probleem van de politiek, zegt hij, is dat men te veel valse pretenties heeft. Zeker in verkiezingstijd, zeker inzake veiligheid. ,,Het gevolg van de verzelfstandiging van de politie is dat politici geen directe greep meer hebben op de inrichting van korpsen en hun uitgaven. Dus het is onzinnig om te zeggen: we geven zoveel geld extra, dan komen er zoveel agenten bij, dat brengt zoveel meer blauw op straat.'' Ook de prestatiecontracten die het kabinet met korpsen wil sluiten, suggereren ten onrechte greep van politici op de politie. ,,De politie is geen productiehuishouding. Je kan hooguit zeggen: we beloven dat we een bepaald delict meer oplossen. Dat kan je plannen. Maar dat zal snel ten koste gaan van iets anders. En er is geen enkel bewijs, ook niet wetenschappelijk, dat de toegenomen oplossing van misdrijven het gevoel van veiligheid verhoogt.''

Tjalling Halbertsma heeft ,,wel eens heimwee'', zegt hij. ,,Naar de oude gemeentepolitie. Wat nu gebeurt is eigenlijk onverteerbaar: de maatschappij hecht een groot belang aan de politiezorg, maar als politici moeten we maar hopen dat die zorg ook wordt geleverd.''

Dit is het vijfde deel van een serie over het schemergebied tussen publieke en private instellingen. Eerdere afleveringen verschenen op 4, 7, 11 en 16 januari. Zie www.nrc.nl

    • Tom-Jan Meeus