`Liever generaal VS dan oppositie aan de macht'

De inwoners van het autonome, overwegend Koerdische Noord-Irak hebben nog liever een Amerikaanse generaal aan de macht in de overgangsperiode na `regimewisseling' in Bagdad dan de oppositie die zich in ballingschap in Washington en Londen op het bewind over Irak na Saddam Hussein zit voor te bereiden. Dat blijkt althans uit een opiniepeiling die vorige week is gehouden onder 600 inwoners van de steden Arbil, Dohuk en Zakho.

De ondervraagden kwamen uit alle etnische en religieuze groepen van de bevolking, uit beide sekses en waren van laag tot hoog opgeleid. Hun was gevraagd hoe ze Irak het liefst bestuurd wilden zien in de periode tussen ,,de dictatuur en nationale algemene verkiezingen'': door een Amerikaanse generaal, door de Iraakse oppositie of door de Verenigde Naties. Het VN-mandaat won met 47,2 procent van de ondervraagden, gevolgd door de Amerikaanse generaal met 32,8 procent en de Iraakse oppositie met 20 procent. De oppositie zelf is juist van mening dat de bevolking een Amerikaanse bezetting en Amerikaans militair bestuur – waarvan in Washington eerder wel is gerept – niet zal accepteren.

De peiling werd uitgevoerd door het in Arbil gevestigde Iraaks Instituut voor Democratie van Hussain Sinjari, een Koerdische ex-minister die doorbreking bepleit van de traditionele partijstructuren op etnische en/of religieuze basis die het (Arabische) Ba'athregime maar ook de Iraakse oppositie kenmerken. Sinjari zei gisteren desgevraagd heel verrast te zijn over de resultaat van de peiling: ,,Ik had verwacht dat de oppositie niet meer dan 5 procent zou krijgen''.

Volgens Sinjari is de bevolking de leiders van de oppositiepartijen beu, ,,zonder uitzondering'', maar met voorop het Iraaks Nationaal Congres (INC) van Ahmed Chalabi. ,,Ze hebben er werkelijk meer dan genoeg van. Het imago van de oppositie is verschrikkelijk slecht.'' Daarbij wees Sinjari op beschuldigingen van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken tegen het INC van financiële onregelmatigheden en op de structurele onderlinge verdeeldheid van de oppositie. ,,Ze zijn niet geïnteresseerd in het Iraakse volk.''

De verdeeldheid van de oppositie bleek deze week opnieuw toen een bijeenkomst van haar nieuwe coördinatiecomité niet doorging. Het 65 leden tellende comité, dat na langdurige onderhandelingen op de grote eenheidsconferentie van de oppositie in Londen in december werd opgericht, zou afgelopen woensdag in Salahuddin in Noord-Irak bijeenkomen. Maar de bijeenkomst werd eerst tot 22 januari en vervolgens tot 5 februari uitgesteld. Volgens sommige oppositiebronnen gebeurde dat omdat de VS geen bescherming tegen een eventuele aanval door Saddam konden leveren behalve de reguliere luchtpatrouilles boven Noord- en Zuid-Irak. Maar een Amerikaanse regeringsfunctionaris zei dat het uitstel het werk was van de oppositie zelf. Een andere oppositiezegsman verklaarde dat niet-Koerdische oppositiegroepen meenden dat deze eerste ontmoeting van de oppositie in Koerdisch gebied in tien jaar de Koerdische partijen te veel macht gaf.

    • Carolien Roelants