LEUK, SPANNEND, TOEKOMSTGERICHT

Aan de Universiteit Leiden wordt de digitale leeromgeving Blackboard ingevoerd. Bij sommige docenten leeft huiver en onwil.

Chatten met hoogleraren overzee, een rijkdom van links naar andere sites, werkstukken per email inleveren, snel je cijfer voor het laatste tentamen terugvinden. De digitale leeromgeving Blackboard, die vanaf september 2003 op alle faculteiten van de Universiteit Leiden beschikbaar zal zijn, biedt het allemaal. Maar niet iedereen staat te juichen.

``We hebben in oktober één chatsessie gehad die echt fantastisch verliep'', vertelt dr. Ingrid Tieken - Boon van Ostade, universitair hoofddocent aan de opleiding Engels. ``Dat was met Maria Fernandez-Gil, die aan de Universiteit op de Canarische Eilanden promoveert op de eerste vrouwelijke grammatica. Ik heb vijf studenten die daar veel over hebben gelezen en haar zo vragen konden stellen. Er is geen geld om zo iemand in te vliegen en een gastcollege te laten geven. Dan is dit een prima alternatief. Soms gaat het ook minder goed hoor. Toen ik begin januari in plaats van een vragenuurtje voor een tentamen een chatsessie wilde organiseren, lag het systeem plat.''

Tieken is erg enthousiast over het gebruik van Blackboard. ``Het is een nieuw medium waarin ik mij graag verdiep. Het is leuk, spannend, toekomstgericht en het biedt voor onze studie heel veel mogelijkheden. Ik vind dat studenten moeten leren om te gaan met internet, als academische vaardigheid. Er ligt een enorme rijkdom aan materiaal, maar je moet het wel weten te vinden en kunnen beoordelen of het betrouwbaar is.''

Al pratend zet Tieken de computer in haar werkkamer aan. `Announcements', met mededelingen over de cursussen, `course documents', met teksten en opdrachten, `external links', met verwijzingen naar andere interessante links op het Internet.

Tieken gebruikt het Blackboard veelvuldig om haar studenten van extra informatie te voorzien, buiten de college's om. ``Ik wil bijvoorbeeld dat mijn studenten zich een beeld vormen van hoe mensen in de veertiende eeuw leefden, dat ze zich een voorstelling kunnen maken van het ontstaan van de Canterbury Tales. Daarom heb ik een plaatje uit een historische atlas van het Londen in die tijd opgenomen, zodat ze kunnen opzoeken waarvandaan Chaucer vertrok. En vroeger? Dan hoopte je dat studenten de moeite namen een historische atlas in te kijken.''

Sommigen van haar collega's vinden dit een vorm van voorkauwen die hen tegen de borst stuit, vertelt Tieken. ``Er zijn docenten die vinden dat een student zelf in de bibliotheek informatie moet vergaren. Maar het is ontzettend moeilijk om studenten de Universiteitsbibliotheek in te krijgen. Mijn punt is: ik wil graag dát ze het lezen, dát ze die informatie bekijken. En hoe ze er aan komen vind ik minder belangrijk.'' Docent Moderne Engelse Letterkunde Valeria Tinkler is het daar niet geheel mee eens: ``Als docent moeten wij onze studenten de basis aanreiken, maar je moet ze niet álle informatie op een dienblad aanreiken. Als ze bij een opdracht bepaalde zaken moeten opzoeken moet je ze niet meteen naar dé site verwijzen. Dat moet het eindresultaat zijn van hun eigen zoektocht. Maar je moet ze wel adviezen geven over wat goede en wat slechte sites zijn.''

Het valt Tinkler wel op dat het met name de betere studenten zijn die actief gebruik maken van Blackboard en het systeem weten te waarderen. ``Ik heb bijvoorbeeld zeer gemotiveerde deeltijdstudenten, die overdag werken, maar die 's ochtends eerst even op Blackboard kijken of er mededelingen zijn. Daarom zet ik er nu ook meer interessante dingen op. Maar ik heb ook studenten die voor de derde maal een herkansing moesten doen. Voor hen had ik het afgelopen semester iets op Blackboard gezet dat hen echt had kunnen helpen bij het tentamen. Als ze gekeken hadden. Maar dat hadden ze niet.''

Via Blackboard is het vanzelfsprekend mogelijk om werkstukken en opdrachten digitaal in te leveren bij docenten. Toch zijn er nog docenten die verlangen dat hun studenten in de trein stappen om de uitgeprinte versie van het werkstuk in het postbakje van de docent te droppen. Onvoorstelbaar eigenlijk, vindt ook studente Karlijn Navest (22), vijfdejaars Engelse Taal- en Letterkunde. Karlijn deed ook mee aan de chatsessie die Tieken organiseerde met de Spaanse promovenda. ``Het was geweldig om direct persoonlijk antwoord te krijgen op mijn vragen.'' Karlijn zou graag zien dat alle docenten Blackboard zouden gaan gebruiken. ``Het maakt een cursus veel levendiger en completer dan wanneer je alleen college hebt en eigen aantekeningen maakt. De links naar andere relevante sites voegen echt veel toe. Je kunt je gemakkelijk verder verdiepen als je wilt. Als studente ben je afhankelijk van wat de docent er aan informatie instopt. Sommige docenten weigeren te werken met Blackboard. Dat vind ik jammer.''

Als het aan Patrick Klaassen, functioneel beheerder van Blackboard op de Universiteit Leiden, ligt, moeten Karlijn en haar collega-studenten dat vooral tegen de docenten zeggen. Want de huiver of onwil van docenten om met Blackboard te werken vormt één van de grootste hobbels in de ontwikkeling van het systeem. ``Het vergt een verandering in de manier van lesgeven, en dat is altijd moeilijk. Wij zien het systeem als een aanvulling op het bestaande onderwijs en dan vooral wat betreft de communicatie tussen docent en student. We zijn momenteel bezig met een experiment om te onderzoeken of met Blackboard een chatsessie een college kan vervangen.'' Om het werken met Blackboard te stimuleren krijgen docenten cursussen aangeboden en zijn er helpdesks ingericht.

Bij de opleiding Engels was er vorig schooljaar een experiment met het verplicht gebruik van Blackboard in de propedeuse. ``Dat project is mislukt'', zegt Tieken hierover. ``Al het materiaal moest ook schriftelijk aangeboden worden, dus was er niet echt een stimulans om met Blackboard aan de slag te gaan.''

Eén van de studenten die toen in het eerste jaar zat is Daan Korten (22). Hij is tevens voorzitter van de opleidingscommissie die de kwaliteit van het onderwijs bewaakt en een vraagbaak voor studenten is. ``Binnen de commissie heb ik nooit iets gehoord over Blackboard. Het leeft niet echt.'' Zelf merkte Daan vorig schooljaar grote verschillen tussen de verschillende docenten. ``En dit jaar heb ik geen één vak waarbij Blackboard wordt gebruikt. Raar eigenlijk, ben je er net voor warmgedraaid en dan krijg je er niets meer van.''

    • Jacqueline Kuijpers