Late visite

Opgelicht door een nep-buurvrouw die geld kwam `lenen'. Daar horen we nooit meer wat van, dacht de bedrogen buurman. Verkeerd gedacht. Afgelopen week verscheen de `buurvrouw' voor de rechter.

Een kleine, ietwat gedrongen gestalte. Donker, halflang haar. Gedistingeerd gekleed in het zwart. Ik herkende haar meteen toen ze de rechtszaal binnenwandelde. Deze keurige verschijning belde twee jaar geleden op een koude novembernacht bij mij aan. Mevrouw woonde schuin tegenover mij, vertelde ze, en bij het uitzwaaien van de visite was haar deur in het slot gevallen. Helaas lag haar sleutel binnen. Of mevrouw bij mij even mocht telefoneren met haar zuster, die een reservesleutel had. Natuurlijk mevrouw, glaasje wijn mevrouw?

Gelukkig, haar zuster was nog wakker. Er was echter één probleem, zei het pratende mantelpak, nadat ze het telefoongesprek had beëindigd: ze had haar portemonnee niet bij zich. Of ze geld mocht lenen om naar De Kaag te kunnen reizen, waar haar zuster woonde. Ik aarzelde. Deze vrouw mocht dan wel de `buuf' zijn – hoewel ik in de vijf jaren die ik hier woonde nog nooit een glimp van haar had opgevangen, zelfs niet in de buurtsuper –, maar geld lenen...

,,Tsja, ik zal toch érgens moeten slapen'', dreigde ze met doordringende blik. Het koude zweet brak me uit: hoe raakte ik van dit mormel verlost? ,,Is 100 gulden genoeg?'', vroeg ik gehaast. ,,150 lijkt me beter, want ik moet ook nog met een taxi'', was het antwoord. ,,Dat heb ik niet'', loog ik, terwijl mijn `nieuwe' buurvrouw gretig met me meekeek in mijn portemonnee. ,,Ik gooi het morgen bij u door de brievenbus'', was het laatste wat ik van haar vernam. Terwijl ik het getik van haar pumps hoorde wegsterven in de nachtelijke stilte, wist ik het zeker: ik ben grotelijks belazerd. Dit was geen slachtoffer van late visite, dit was een personage uit een roman van Agatha Christie: keurig in deux-pièces, maar ondertussen wel een doorgeladen pistool in de handtas.

De volgende dag deed ik aangifte. ,,U bent te goed van vertrouwen'', spotte de politie-beambte, terwijl ze loom het procesverbaal tikte. De Telegraaf heeft toch gelijk, dacht ik: daar hoor je nóóit meer wat van. Verkeerd gedacht. Politie en justitie hielden me vanaf die dag nauwgezet op de hoogte van de vorderingen in de opsporing. Slachtofferhulp stuurde een handzaam boekje, waarin mij werd aangeraden in het geval van traumatisering stante pede contact op te nemen met mevrouw De Bruin.

Vorige week moest mijn `buurvrouw' voorkomen. Een 33-jarige dame zonder vaste woon- of verblijfplaats, moeder van drie kinderen. In haar jeugd ernstig getraumatiseerd, mishandeld, sinds haar 17de aan de drugs, drie keer eerder veroordeeld. Ze had haar babbeltruc 29 keer toegepast in Rotterdam en omgeving, wat haar honderden guldens had opgeleverd. Eén keer was ze zelfs met een demente oude vrouw naar de bank gegaan: in één klap 3.500 gulden rijker.

Politierechter Van der Groen citeerde met uitgestreken gezicht een gedupeerde: ,,Deze vrouw heeft de moordlust in me opgewekt.'' Conform de eis van de officier van justitie vonniste hij 240 uur dienstverlening, een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden en terugbetaling aan de slachtoffers. Met een zoete glimlach bedankte de dievegge haar advocaat. Trut! snauwde een klein, venijnig stemmetje binnenin mij.