Karakterkoppen

In Wenen is een expositie van de 18de-eeuwse beeldhouwer Franz Xaver Messerschmidt. Topstuk is een buste van de Nederlandse arts Gerard van Swieten. Een portret met onderkin, slordig gebit en zonder pruik, want Messerschmidt was een onbarmhartig beeldhouwer.

Grinnikend, lachend, verbeten of dromerig keken ze ons aan: de zogenaamde Charakterköpfe van de 18de-eeuwse beeldhouwer Franz Xaver Messerschmidt. Wij werden rondgeleid door een aan deze kunstenaar gewijde tentoonstelling in het Weense paleis Belvedere (te zien tot 10 februari). Messerschmidt, die meende dat iemands gelaatstrekken zijn karakter weergeven, maakte tussen 1770 en 1783 een serie van niet minder dan 69 karakterkoppen: bronzen en albasten mannenhoofden die menselijke typen voorstellen. Met hun eerlijke grimassen zijn de onconventionele koppen verrassend modern. We liepen langs `De Zwartgallige', `De Booswicht', `De Grappenmaker', `De Huilebalk' en `De Constipatielijder'.

Zulke onbarmhartige beeltenissen waren in Messerschmidts tijd revolutionair. Vorsten en andersoortige vips lieten zich doorgaans fraaier afbeelden dan ze in werkelijkheid waren. Dus portretteerde Messerschmidt de leden van de keizerlijke familie van Habsburg gewoontegetrouw als machtige heersers met kronen op het hoofd en ordetekenen op de borst.

Rond 1770 kreeg hij echter genoeg van dergelijke `heersersportretten'. Hij wilde de werkelijkheid weergeven. Een van de eerste mensen die Messerschmidt zo levensecht mogelijk afbeeldde was niemand minder dan onze beroemde en geëerde landgenoot dr. Gerard van Swieten (1700-1772). Deze Leidse geneeskundige, leerling van Boerhaave, woonde sinds 1745 in Wenen. Keizerin Maria Theresia had hem persoonlijk naar Oostenrijk gehaald en tot haar lijfarts benoemd. Later kreeg hij ook andere opdrachten; zo zorgde Van Swieten onder meer voor een hervorming van het universitaire onderwijs.

Op de tentoonstelling in paleis Belvedere staan Messerschmidts beeltenissen van deze twee beroemdheden vlak bij elkaar: Maria Theresia op traditionele wijze levensgroot in al haar vorstelijke waardigheid, Van Swietens hoofd waarachtig en onopgesmukt. Hij heeft een onderkin, een halfopen mond met een wat slordig gebit en draagt niet de toen gebruikelijke pruik.

Maar Gerard van Swieten was dan ook een echte Hollander, die helemaal niet van uiterlijk vertoon hield. Vanaf het moment dat hij aan het keizerlijke hof kwam, liet hij dit blijken. Zo weigerde hij aanvankelijk zich te kleden volgens de zwierige kledinggebruiken van het Weense hof. Dus liep hij ongepruikt rond en staken bij hem geen kunstige kanten manchetten uit de mouwen van zijn jasje zoals dat bon ton was aan het keizerlijke hof. Pas toen de keizerin hem zulke manchetten liet bezorgen, gaf hij toe.

Dat Van Swieten niets om praal, titels en eerbewijzen gaf, bleek ook toen hij door Maria Theresia in 1749 werd geadeld. ,,Ik kon het niet laten'', schreef hij aan een bevriende collega, ,,maar ik moest erg lachen, toen ik zonder dat ik 't wist opeens `gebaroniseerd' was'' (Je me trouvais baronifié sans en savoir un mot). Al eerder had hij genoteerd, dat ,,ik liever een kleine republikein ben dan dat ik een pompeuze titel heb die ertoe dient een heuse slavernij toe te dekken''.

Met zijn afkeer van fratsen was Van Swieten waarschijnlijk een ideaal model voor de nieuwe aanpak van beeldhouwer Messerschmidt. Onze rondleider dr. Michael Krapf, conservator van het Belvedere Museum, liet ons tijdens zijn uitvoerige toelichting dan ook weten dat hij de kop van Van Swieten de mooiste en de beste vindt. Daarop vertelde ik hem dat het toeval wil dat bij mijn ouders thuis aan de muur het portret van Van Swietens echtgenote (met wie wij verwant zijn) hangt. Daar keek hij van op.

In Wenen wemelt het van de eerbewijzen aan de grote Gerard van Swieten: standbeelden, geschilderde portretten, borstbeelden, penningen, een Van Swieten Genootschap, een Van Swietengasse, en zo voort. Ook zijn zoon Gottfried van Swieten, directeur van de keizerlijke bibliotheek en componist (Beethoven droeg zijn 1ste symfonie aan hem op) geniet ruime bekendheid. Maar van hun echtgenote c.q. moeder weet men vrijwel niets. En een afbeelding van haar is al helemaal onbekend. Daarom een primeur: voor het eerst wordt hier een portret van Van Swietens vrouw afgebeeld: zij heet Maria Lambertina Elisabeth Theresia ter Beeck van Coesfelt en is op dit portret uit 1735 23 jaar oud.