Justitie hield gegevens vast

Het ministerie van Justitie heeft een extra verdenking tegen de afgelopen maandag uitgezette Iraakse Koerd mullah Krekar niet toegevoegd aan het zogeheten uitleveringsdossier. Daardoor is de Haarlemse rechtbank niet volledig geïnformeerd over de verdenkingen tegen Krekar.

Dat blijkt uit een vertrouwelijk ambtsbericht van de Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst (AIVD), de voormalige BVD. Justitie heeft steeds gezegd dat mullah Krekar ,,van meet af aan'' alleen maar verdacht werd van drugshandel. Voor die verdenking had Jordanië om zijn uitlevering gevraagd.

Uit de AIVD-informatie blijkt evenwel dat Amman nog een andere verdenking heeft. Krekar, leider van de islamistische organisatie Ansar al-Islam, wordt ook gezocht wegens betrokkenheid bij een bomaanslag in februari 2002 op het hoofd van de afdeling contraterrorisme van de Jordaanse veiligheidsdienst. Daarbij kwamen twee omstanders om het leven.

De AIVD heeft die informatie reeds op 12 september 2002, de dag dat Krekar op Schiphol werd aangehouden, doorgegeven aan het hoofd van de Immigratie en Naturalisatiedienst. Overigens ontkent Krekar betrokkenheid bij de aanslag.

Het openbaar ministerie in Haarlem zegt nooit op de hoogte te zijn gebracht van de bomaanslag-verdenking, waardoor ook de rechtbank hierover niet geïnformeerd was. Ook Krekars advocaat was niet op de hoogte. Een woordvoerder van het ministerie van Justitie wilde gisteravond geen inhoudelijk commentaar geven op deze zaak.

Voor de verdenking van betrokkenheid bij een bomaanslag kan Nederland niet uitleveren aan Jordanië. De enige mogelijkheid tot uitlevering aan dat land, op basis van een verdrag van de Verenigde Naties, is een drugsverdenking – al is dat nog nooit gebeurd. Als er daarnaast andere verdenkingen zijn, is uitlevering uiterst onwaarschijnlijk.

Volgens Krekars raadsman, V. Koppe, is de rechtbank misleid doordat de informatie over de aanslag niet is doorgegeven: ,,Als men in september geweten had dat er een verdenking over een bomaanslag was, had mijn cliënt vrij moeten komen.'' Volgens Koppe was de drugszaak een voorwendsel om Krekar in Jordanië te krijgen en een ,,vriendendienst'' aan de Verenigde Staten om zijn cliënt in dat land te kunnen ondervragen.

Krekar zat, tot hij maandag werd uitgezet, vier maanden vast in Nederland. Zijn arrestatie trok internationale belangstelling, omdat Krekar in verband is gebracht met het terreurnetwerk Al-Qaeda van Osama bin Laden. Demissionair minister Donner van Justitie sprak in september over de arrestatie met zijn Amerikaanse ambtgenoot Ashcroft, op een bijeenkomst in Kopenhagen.

Maandag maakte Donner onverwacht een einde aan Krekars uitleveringszaak, die 23 januari voor de rechtbank zou dienen. Krekar werd uitgezet naar Noorwegen, waar hij een vluchtelingenstatus heeft.

Volgens Donner zouden de Noorse autoriteiten hem daar arresteren, maar dat gebeurde niet. Justitie in Oslo zegt geen juridische basis te hebben om mullah Krekar vast te zetten.

ZATERDAGS BIJVOEGSEL: pagina 23