JEUGDDETENTIE

Straatrovertjes die het hebben gemunt op portemonnees, jonge vandalen, minderjarige drugskoeriers en geweldsplegertjes, ze lopen allemaal het risico gearresteerd en berecht te worden. Waar ze vervolgens terechtkomen hangt af van hun situatie.

Voor veroordeelde jongeren tussen de twaalf en achttien jaar bestaan in Nederland zeventien jeugdinrichtingen, waar in totaal plaats is voor 1.900 minderjarige wetsovertreders. Afhankelijk van de uitspraak van de rechter komt een minderjarige in een opvanginrichting of een behandelinrichting. Een opvanginrichting is een gesloten inrichting waar jeugddetentie wordt uitgezeten. Dit is de enige straf waartoe een minderjarige veroordeeld kan worden. In totaal zijn er elf opvanginrichtingen in Nederland. Voor jongeren van 12 tot en met 16 jaar is de maximumstraf een jaar, voor 17- en 18-jarigen maximaal twee jaar.

Uit cijfers van het ministerie van Justitie van oktober 2002 blijkt dat in totaal 1.981 jongeren in een inrichting zaten, van wie 855 in een opvanginrichting en 1.126 in een behandelinrichting. Van de 1.981 minderjarige gevangene was 1.481 van het mannelijke geslacht. In de opvanginrichtingen (de gesloten inrichtingen) zat in oktober van het afgelopen jaar bijna de helft van de jongeren in preventieve hechtenis, namelijk 388. Van alle jongeren die in 2001 in preventieve hechtenis zaten (in totaal 2.855), was dat in bijna 60 procent van de gevallen wegens geweldsmisdrijven. Bijna 30 procent van de minderjarigen werd verdacht van vermogensmisdrijven (bijv. autodiefstal, beroving, zakkenrollerij, winkeldiefstal en inbraak).

Naast jeugddetentie kunnnen jongeren ook op andere gronden voor een bepaalde tijd in een inrichting worden geplaatst. De strafrechtelijke maatregel `plaatsing in een inrichting voor jeugdigen' (PIJ) wordt gegeven aan jongeren met een ontwikkelingsachterstand die een misdrijf hebben gepleegd. Afhankelijk van de zwaarte van een misdrijf kan deze maatregel leiden tot een verblijf in een inrichting van maximaal zes jaar. De minder zware `ondertoezichtstelling' (OTS), een kinderbeschermingsmaatregel, leidt ertoe dat een minderjarige uit huis geplaatst kan worden en in een internaat, een pleeggezin of in een inrichting terecht komt. De maximumperiode voor de OTS is twee jaar.

Zowel bij een strafrechtelijke maatregel als bij een kinderbeschermingsmaatregel krijgt een jongere een plaats in een van de dertien behandelinrichtingen, een open inrichting. Jonge gedetineerden volgen hier een scholings- en trainingsprogramma waarbij voorbereiding op de terugkeer in de samenleving centraal staat.