Hoofdstukken apart

Zuid-Afrika in de fictie is een paradijs verscheurd door raciale tegenstellingen. Aldus Pieter Steinz in zijn serie over literatuur op locatie.

`Ik ben vooral een liegfabriek' zei de Zuid-Afrikaanse schrijver Etienne van Heerden vorige week in de bijlage Boeken van deze krant. De 48-jarige Van Heerden, dit weekend een van de gasten op het Haagse literatuurfestival Winternachten, maakte een grapje. Tijdens de apartheid in Zuid-Afrika (1949-1991) waren het juist schrijvers als hij die de leugens en de onmenselijkheid van het regime aan de kaak stelden. Indirect, zoals Van Heerden in zijn familieroman Toorberg (1986) of J.M. Coetzee in zijn kafkaëske allegorie Waiting for the Barbarians (1980). Of direct, zoals André Brink en de Nobelprijswinnaar Nadine Gordimer die in hun grote romans uit de jaren zeventig en tachtig onder meer het politiegeweld, de hypocrisie van de blanke upperclass en de hopeloosheid van de interraciale liefde literair vorm gaven.

Het beeld van Zuid-Afrika in de fictie is dat van een paradijs verscheurd door raciale tegenstellingen – een decor voor morele kwesties en keuzes dat zijn gelijke alleen heeft in het Duitse Rijk van de nazi's of de Sovjet-Unie van de communisten. Geen wonder dat de Zuid-Afrikaanse literatuur, of die nu geschreven is in het Engels of het Afrikaans, bijna altijd politiek geladen is. Dat is al zo vanaf de negentiende eeuw. Het populaire genre van de `plaasroman', over stoere boeren die pionierden op het Afrikaanse platteland, was behalve voor verstrooiing ook bedoeld om het recht van de blanke kolonisten op hun grond te bevestigen. Alan Patons beroemde roman Cry, the Beloved Country (1948) speelt vóór de apartheid, maar gaat in de eerste plaats over de conflicten tussen zwart en blank in Johannesburg.

Ook na de opheffing van de apartheid ontkomen schrijvers uit en over Zuid-Afrika niet aan de politieke en raciale werkelijkheid, zoals mag blijken uit Coetzees Disgrace en Gordimers The House Gun, de indrukwekkendste romans die het afgelopen decennium in Zuid-Afrika geschreven werden. Wie liever iets van het paradijs in het achterland van Kaap de Goede Hoop terugziet, kan zich het beste wenden tot de poëzie. Voor lezen op locatie gaat er niets boven de landschapsgedichten van Wilma Stockenström of de Kaapse `kaalvoetverzen' van de onlangs herontdekte Ingrid Jonker.

Volgende week: Israel en Egypte. Suggesties en opmerkingen: steinz@nrc.nl

    • Pieter Steinz