Hollands Dagboek: Marijke Jongbloed

Cineaste Marijke Jongbloed (46) filmde afgelopen week Nederlandse militairen in Kabul, Afghanistan. Ze wil de macht van onrustige warlords onderzoeken. `Alles kan natuurlijk geregeld worden in een land met grote armoede. Het is en blijft een kruitvat.'

Woensdag 8 januari

De hele nacht onbedaarlijk liggen hoesten en ondraaglijke pijn aan al mijn tanden en kiezen. Al sinds mijn eerste bezoek aan Kabul, Afghanistan, worstel ik met een kwakkelende gezondheid. Stof hoort bij Kabul, als de wolkenkrabbers bij Manhattan. Iemand vergeleek het eens met het inhaleren van zo'n twintig pakjes sigaretten per dag. Vanaf half november volgden prikkelhoest, een infectie aan mijn luchtwegen en een bijholteontsteking elkaar op, zonder enig herstel.

Ik twijfel wat ik moet doen. Vandaag moet ik naar Afghanistan vliegen. Na kort telefonisch overleg met huisarts Van Zwieten raadt ze mij af om te gaan. Ik sputter tegen: ,,Er gaat maar éénmaal per week een vliegtuig via via naar Kabul vanuit Frankfurt...'' Ik heb nog een week om voor te bereiden, totdat mijn crew komt. Alles staat op scherp. Onze hoofdpersonen, de Alfa-groep, de kolonel Oude Lohuis en de militairen met civiele taken hebben we gefilmd tijdens hun eerste onwennige twee weken in Afghanistan en daarvóór tijdens hun klaarstoomperiode op de Veluwe. Als we nu weer filmen, kunnen we de laatste twee weken van hun missie vastleggen, voordat ze weer afgelost worden. De draaiperiode rond Kerstmis tussen de moskeeën moest vervallen vanwege geldgebrek. Een week waarbij mijn hoofdpersonen werden geconfronteerd met een bloedige zelfmoordactie aan de poort en een helikopter die neerstortte met zeven Duitse militairen. Een belangrijk fonds, dat zelf nogal ponteneurderig over Nederlandse documentairemakers doet die te weinig inspelen op beladen maatschappelijke onderwerpen, heeft ons plan afgewezen. Nederlandse militairen in crisisgebieden zijn beladen geworden. Ik wil met deze film juist niet op pad gaan met vaststaande hypotheses, maar met open vizier. De structuur en aanpak liggen vast, maar de rest...tja. Het is een fragiele situatie, de veiligheid te bewaren in een land dat voor ons volkomen ondoorzichtig is. Je door oprechte nieuwsgierigheid laten verrassen is niet erg populair bij dit fonds.

Gewapend met neussprays begeef ik mij toch naar Schiphol.

In Frankfurt eerst op zoek naar Ariana Afghan Airlines. Iedereen haalt net als ik een stapel dollars te voorschijn. Als ze al vliegen (hun bijnaam: `Inshallah Airlines'), kan er alleen ter plekke cash een ticket gekocht worden.

Donderdag

Pas als ik weer opstijg in Istanbul, hoor ik dat we via Teheran gaan vliegen. Dat is vier keer opstijgen en dalen. Ik ga door de grond! De 30 jaar oude 727 zit afgeladen vol. Om mij heen volg ik de discussies van ontwikkelingswerkers die speculeren over de mogelijke VS-aanval op Irak. Keren de Afghanen zich dan tegen ons? In hoeverre zien zij de Irakezen als hun islamitische broeders? Bij mijn vorige bezoek hoorde ik maar één ding: ze willen vrede na 23 jaar vechten. Chaos is goed voor opiumteelt en wapensmokkel. Op mijn verjaardag, 19 oktober, zaten we drie uur in de bunker, na een raketaanval op de ISAF-basis. Een angstige ervaring voor een Europeaan zonder oorlogservaring. Het blijft tot nu toe bij incidenten. Tijdens deze draaiperiode wil ik serieus onderzoeken of mensen zich voor het karretje laten spannen van onrustige warlords. Alles kan natuurlijk geregeld worden in een land met grote armoede. Het is en blijft een kruitvat.

Onder mij gaat de zon op. Het vliegtuig laveert tussen de besneeuwde bergketens door. Een bijbels landschap. Alles bestaat uit één kleur. Afhankelijk van het licht terra, siena of geel. De vierkante muren, opgetrokken van leem, vormen een fort waarmee families zich weren tegen vijanden.

Mijn producent Vik Franke staat enthousiast te zwaaien op het dak van het aankomstgebouwtje. Dat betekent een snelle aftocht. Wederom bevestigen de eerste indrukken mij waarom ik gefascineerd ben door dit land. Terwijl mijn oren nog potdicht zitten, laat ik mij meevoeren in een surrealistische stomme film. De clowneske bonte stoet van militaire uniformen in vele variaties, waarbij hun kalashnikovs vaak groter zijn dan zijzelf.

Stap voor stap vind ik uit hoe dit land werkt. Het lijkt veilig, maar de meerderheid van de vrouwen hult zich nog steeds in hun burqa's, bang voor de zonen van Allah, die straffeloos verkrachten. Als ik voel dat hun ogen achter dat fijnmazige gaasje naar mij kijken, zwaai ik en meestal zwaaien ze dan terug!

Vrijdag

Het is 04.30 uur, de mullah aan de overkant heeft er echt zin in. Met zijn lange melodieuze uithalen onderscheidt hij zich van zijn verveelde collega's. Ik ben nu klaarwakker en lees: `Bush at War' van Bob Woodward, het achter-de-schermenrelaas van Bush en zijn war cabinet voor de grote aanval op Afghanistan. Vele miljoenen dollars zijn cash aan warlords uitbetaald om hun loyaliteit te kopen.

Ontbijt met Vik. Er valt veel bij te praten. Hij heeft in de afgelopen week veel theevisites afgelegd bij de Afghaanse generaals en we willen ook achter warlords aan die zich vervelen in vredestijd. Generaal Amman, een belangrijke speler en vriend van de ISAF-kolonels De Koff en Oude Lohuis, nodigt ons uit om een Bushkashi-wedstrijd bij te wonen. Op de eretribune zit ik letterlijk bovenop de ruiters en hun paarden. Een kluwen van stijgerende, trappelende, zich verdringende paarden op elkaar, omgeven door een dikke mist van stof, die allemaal proberen de dode geit te bemachtigen en in een cirkel te gooien... Alles is geoorloofd. Het is winnen of sterven! Ik snap iets niet. Dit spel wordt met dezelfde passie en inzet gespeeld gedurende drie uur, zonder enige verslapping! Volgens adjudant Rijken staan deze ongecastreerde hengsten heel dicht bij hun oervorm. Wilde paarden dus, bereden door ruiters die geen angst kennen. Ik zie veel ISAF-soldaten driftig fotograferen en denk: ,,Dit is waar jullie tegenover staan.''

Zaterdag

Aan de poort van de ISAF-base staan de Duitsers. Dat wordt een gründliche aanpak. Zelfs een ISAF-perspas betekent: ,,Uitkijken. Kan niet zonder begeleider het kamp in.'' Ik besluit lijdzaam af te wachten en zo lang te genieten in het zonnetje en met de besneeuwde bergtoppen voor mij. Nadat ik ben gefouilleerd en de auto is `abgespiegelt', kan ik door. Vik heeft zijn kans aangegrepen om een bijeenkomst van dorpsoudsten te filmen met de kleine camera. Ze kwamen hun ontevredenheid uiten over de humanitaire projecten van ISAF. ,,We willen geen schooltjes of waterputten meer, maar fabrieken waar we geld kunnen verdienen!''

Zondag

Vandaag worden zeven tweedehands `Talibaan'-auto's weggegeven aan generaal Amman. Het geheel wordt omlijst met een heuse ceremonie, dat we met de kleine camera meepakken. De Duitse brigadegeneraal Freers legt uit dat naast de auto's nog pakketten worden weggegeven met tenten, dekens, slaapzakken, kookgerei, nachtkijkers en generators. De generaals Amman, Kabir en Wasil staan te glimmen naast de pick-up truck, terwijl de Nederlanders de rekening vereffenen met de Afghaanse zakenman met een grote konijnenmuts. Krijgen we nog quantumkorting? De konijnenmuts reageert niet.

Na afloop wordt er bier en wijn geschonken bij het Duitse feestmaal. De afgevaardigde van het ministerie van Defensie schenkt beide in hetzelfde glas. Een rode schuimkraag staat op zijn lippen, terwijl de koks Duitse schnitzels voorschotelen in een geluidsdecor van Duitse schlagers. Freers richt zich tot Amman en benadrukt zijn waardering voor Afghaanse initiatieven, die ISAF kan ondersteunen. In deze volgorde werkt het. Andersom niet!

Generaal Kabir ziet er nors en geërgerd uit. Hij staat mopperend op en vertrekt. Het komt Vik en mij vreemd voor. Dit is on-Afghaans. Eten is hier een ritueel dat je niet afslaat. Adjudant Rijken vermoedt dat hij liever niet met mes en vork eet...

Maandag

We lopen op het kazerneterrein van de 5th Division van Generaal Kabir. Dit was het opleidingscentrum van de Talibaan en het is door de Amerikaanse bombardementen omgetoverd in een Steven Spielberg-warscene. Vorig jaar oktober liepen we hier met kolonel De Koff, die materiaal beloofde voor daken op enkele ruïnes. De rest is nog een treurig schouwspel van brokstukken waar steeds meer mujahedeenstrijders achter vandaan komen. Hun priemende blikken blijven mij volgen. Ik heb mijn Perzische sjaal zorgvuldig om mijn hoofd gedrapeerd. Ik weet van mijn chauffeur Nasir wat mannen sissen als mijn sjaal onverhoeds afzakt. We lopen de keuken binnen, waar een kok in gigantische vaten staat te roeren. Een middeleeuws decor, iets voor Peter Greenaway.

In grote crapauds gezeten, met uitzicht op de mooiste bergen, horen we generaal Kabirs verhaal. Gebarend vertelt hij dat de Duitse generaal Freers niet met hem, maar alleen met Amman op de foto wilde, terwijl híj het moeilijkste district beveiligt met zijn 2.100 mannen. Zijn allergrootste zorg is de soldij van zijn manschappen. Meer dan zeven maanden hebben ze niets ontvangen. Kabir heeft met de Amerikanen meegevochten, zegt daarna zijn eigen huis te hebben verkocht om zijn manschappen onder te brengen. Waarom krijgt hij geen geld van Defensie, willen we weten. ,,Minister Fahim Kahn weet mij te vinden, hij kent mijn probleem. Ik krijg niets!'' Wat gebeurt er als uw mannen hun gezinnen niet meer te eten kunnen geven? Kabir trekt zijn schouders op. Hij vraagt in vertrouwen zelfs óns om geld voor zijn mannen.

Dinsdag

Met Winus Dorenbos, groepscommandant van de Alfa-groep, zijn schema doorgenomen. In zijn district worden veel overvallen gepleegd door geüniformeerde (Kabirs?) mannen. Er moet snel wat gebeuren. Hij heeft zelf een goed contact opgebouwd met een generaal die zich bedient van een hand afkomstig van een etalagepop. Ook híj heeft Winus openlijk verteld dat hij zijn soldaten al maanden niet meer heeft kunnen betalen. De mogelijkheid bestaat dat ze over kunnen lopen naar de gevreesde warlord Hekmatyar.

Terug in het Mustafa-hotel spreek ik dr. Abdul, een telg uit de koninklijke familie. Zijn ouders moesten vluchten voor de Russen, toen hij acht jaar oud was. Nu is hij neuroloog in Amerika en hij wil zich hier zeker een jaar inzetten in ,,dit land dat door corruptie naar de knoppen gaat''. Hij fulmineert dat de minister van Defensie, Fahim Kahn, de grootste schurk, 38 miljoen dollar cash heeft ontvangen van de Amerikanen. ,,Hoe kunnen we dit stoppen?'', roept hij uit.

Woensdag 15 januari

We proberen de warlord Abdurrab Rasul Sayyaf te pakken te krijgen. Telecommunicatie werkt hier niet of nauwelijks. De enige manier is er heen te gaan. We gaan op weg door de wijk die Sayyaf met de grond gelijk heeft gemaakt en waar Nasir onze chauffeur de rudimenten aanwijst van waar ooit zijn grootvaders huis met zes kamers heeft gestaan. Daarna trekken we over hobbelige keien de bergen in. Een kale vlakte zonder bomen maar met veel bomkraters, die getuigen dat de Russen dit gebied niet konden beheersen en daarom maar platbombardeerden. Sayyaf, die inmiddels als `ustad' (meester) aangesproken dient te worden, omdat hij de islamitische leer in de moskee predikt, heeft zijn commanders te gast.

's Avonds krijgt de Alfa-groep een bommelding. Ze staan rond het koninklijk paleis, terwijl de persoonlijke beveiliger van president Karzai de stappen met hen doorneemt. Kan de explosievenopruimingsdienst nog vijf minuten wachten voordat ze de verdachte koffer opblazen? Iedereen moet eerst geëvacueerd! Winus wijst de Amerikaan erop dat deze dienst alle radioverkeer uit heeft staan. Radiogolven kunnen explosieven tot ontploffing brengen. BOEM! Dat was de koffer. Deze is met zorg kapotgeschoten. De honden snuffelen nu nog in de auto die is achtergelaten bij het paleis door twee verdachte Afghanen. De kust is veilig, de Alfa-groep stapt weer in.

Nauwelijks binnen klinkt via de radio dat de honden toch iets ruiken. Iedereen weer in positie! Na een kwartier blijkt dat de honden zich toch vergist hebben. Dit is de derde keer binnen korte tijd dat er een bomalarm is in het paleis. Pesterijtjes om ISAF uit te testen, dat officieel moet worden gezien als het privé-leger van Karzai of zijn het steekproeven om Karzai echt op te ruimen? Dat is in een nutshell de aard van deze missie. Het lijkt niet gevaarlijk, tot het tegendeel blijkt.

Morgen komt mijn crew. Dan kan ik eindelijk alles vastleggen op Digital High Definition.