Het verborgen leven van ska en cocaïne

Van de 2-delige BBC-documentaire over de geschiedenis van de popmuziek op Jamaica, waarvan zondagmiddag het eerste deel wordt uitgezonden (volgende zondag deel 2) kan in elk geval niet worden beweerd dat die te vroeg komt. Zou er nog wel eens iemand een reggaeplaat opzetten? Alleen de Nederlandse groep Postmen gebruikt als een van de weinige populaire bands nog muzikale elementen uit die meest succesvolle variant van de stijlen die de afgelopen halve eeuw op het Caraïbische eiland ontwikkeld werden. Daarvan in dit eerste deel een fraai beeld.

De aflevering begint met opnamen van de Engelse prinses Margaret, die in 1962 de feestelijkheden ter gelegenheid van Jamaica's onafhankelijkheid van Groot-Brittannië bijwoont, en laat vervolgens allerlei hoofd- en bijrolspelers aan het woord. Zuster Ignatius bijvoorbeeld, van de Alpha Boys School, het jongensinternaat waar zoveel Jamaicaanse muzikanten niet alleen discipline, maar vooral een gedegen muzikale scholing kregen. En min of meer vergeten zangers als Derrick Morgan en Byron Lee vertellen hoe de oervorm van reggae, de ska, vóór de onafhankelijkheid een verborgen leven leidde: het was volgens de koloniale moraal van die dagen muziek voor de armen, en voor nette mensen niet geschikt om naar te luisteren. En hoe, aangezien ska dus ook niet op de radio kwam, de sound system werd uitgevonden: de al dan niet reizende openluchtdisco, in de getto's van de hoofdstad Kingston toen de grootste economische activiteit. Sterke verhalen genoeg over die tijd, hier smakelijk opgedist door legendarische figuren als Prince Buster en U-Roy, over met vuurwapens volgehangen eigenaren van drankwinkels annex sound systems.

Verhelderend is het programma ook doordat het de vindingrijkheid laat zien waarmee ondernemers zich aanpasten aan nieuwe zakelijke en artistieke kansen: hoe je van disco/drankwinkelier platenbaas werd, en vervolgens de met instrumentale versies van de hits op de A-kant van de singles begon vol te kletsen, te toasten. Een oervorm van rap en hiphop kortom, en die is achteraf gezien misschien wel belangrijker gebleken dan het succes van Bob Marley, die door zijn platenbaas overgehaald werd zijn muziek aan te passen aan de bleke smaak van de gemiddelde blanke consument. Het betekende achteraf gezien het begin van het einde.

Treurig is het om in deel twee te zien hoe Jamaica ondanks het succes van die muziek steeds verder afglijdt: hoe door de strategische ligging van het eiland, halverwege Colombia en de VS, de cocaïne zijn intrede doet en het daarmee gepaard gaande geweld ook in de muziek zijn sporen achterlaat.

Reggae: The story of Jamaican music. VPRO, zondag, Ned.3, 17.03-18.00u.

    • Bart Jippes