Het laatste bewijs

Dit is een klein stripverhaal. Het eerste plaatje toont een jongeman, streepjespak, vlinderdas, sluik haar, introvert type. Hij kijkt peinzend uit het raam, naar een winterse boom. Boven zijn hoofd zweeft het gedachtewolkje: ,,Ik denk dat ik in de tuin eens naar een vogel ga kijken.'' Op het tweede plaatje staat hij in de tuin, kijkt naar de vogel. Achter hem een televisieploeg, cameraman, geluid, regisseur, de hele mikmak. In het gedachtewolkje denkt hij: ,,Maar eerst moet ik door de televisie mijzelf laten opnemen, terwijl ik in de tuin naar een vogel kijk.'' Op het derde plaatje kijkt hij naar de televisie waarop hij zichzelf naar het vogeltje ziet kijken. Op de achtergrond een zendmast en een wirwar van ouderwetse antennes. Hij denkt: ,,En als ik mijzelf zie, op de televisie terwijl ik naar het vogeltje kijk, zal ik werkelijk in de tuin naar het vogeltje hebben gekeken.''

Hoe komt het dat er ouderwetse antennes op de daken staan? Deze strip is verschenen in de Britse weekbladen, de laatste week van augustus 1955, toen kabeltelevisie en schotelantennes nog niet bestonden. Het is een reclame van de frisdrankenfabriek Schweppes, bedacht en getekend door Stephen Potter, een aflevering in een profetische reeks. Hier wordt de laatste fase in de evolutie aangekondigd: na de Cromagnon mens, de Neanderthaler, enzovoort, de Teeveejaan, die alleen kan begrijpen wat de werkelijkheid is als hij de werkelijkheid op de televisie ziet. Potter had het goed voorzien.

In vroegere sciencefiction kon het gebeuren dat de aarde in de giftige staart van een komeet terechtkwam. In Het verstoorde mierennest van Kees van Bruggen sterven dan alle mensen, op twee na: een mijnwerker die diep in een schacht bewusteloos is geraakt, en een jonge gravin die nog onder narcose is, nadat haar blindedarm eruit is gehaald. Onvermijdelijk komen ze elkaar tegen, moeten eerst hun klassenverschil overwinnen, krijgen dan twee zoons die zich als Kain en Abel gedragen.

Mooi vind ik ook The Day of the Triffids van John Wyndham. Door een regen van kometen wordt 99 procent van de wereldbevolking blind. Wat daarna gebeurt, ook door toedoen van een nieuw soort giftige planten die bovendien langzaam kunnen lopen, is te ingewikkeld om hier na te vertellen.

Intussen houden we in de werkelijke werkelijkheid al rekening met alle elektronica vernietigende computervirussen, terroristische netwerken, verspreiding van superbacillen, enzovoort. En vast en zeker zijn, terwijl u dit leest, in geheime laboratoria groepjes geleerden bezig de dodende straal te ontwikkelen. Maar bij mijn weten heeft nog niemand een roman geschreven of een scenario ontwikkeld waarin, door bijvoorbeeld een via satellieten uitgestraald magnetisch veld alle zend-, ontvangst- en andere televisieapparatuur reddeloos onklaar wordt gemaakt. Volgens de theorie van Stephen Potter zal in dat geval de hele wereld haar werkelijkheid zijn ontnomen. Het niet meer kunnen zien wat er gebeurt, of schijnt te gebeuren, zou een desoriëntatie en daardoor een radeloosheid veroorzaken die een uitdaging voor iedere scheppende verbeeldingskracht zou moeten zijn. Zonder televisie is president Bush geen president meer, Saddam Hussein geen schurk, voetbal bestaat niet meer, en de verkiezingen kunnen worden afgelast.

Maar het kan ook anders gaan, in de richting van het tegendeel dat door Potter is beschreven. Televisie verleent dan de werkelijkheid niet haar laatste bevestiging. In plaats daarvan komen er langzamerhand twee afzonderlijk van elkaar bestaande vormen van werkelijkheidsbesef. Er is een werkelijkheid als de televisie aanstaat, en een andere die begint als het ding wordt uitgezet. Ik kijk naar de televisiedebatten, en hoe meer ik er zie, hoe gemakkelijker het wordt om te geloven dat dit een met groot talent en ontzettend veel geld in elkaar gezet hyper-tv-spel is. Een ongelofelijk geraffineerde Big Brother. Het kan wel allemaal waar zijn, maar tegelijkertijd is het niet `echt'. Op 22 januari 's avonds komt er onder veel getetter een meisje in een soort badpak annex avondjurk het toneel op. Stralende lach. Opgetogen roept ze: `En de winnaar is! Kan niet verdommen welke naam ze noemt. Applaus, uitzinnig gejuich, alle motoriek van de opgetogenheid zoals de mensen dat van de tv hebben geleerd.

Dan is het voorbij. Anonieme vuilnismensen komen de rotzooi aanvegen, die mogen ook nog even voor de camera. Dan hebben we, als alles goed gaat, over vier jaar de volgende aflevering van het grote spel.

Over vijf dagen zien we op het journaal hoe de lijsttrekkers gaan stemmen. Lachend, geheimzinnig kijken ze in de camera. U ziet ze, straks zien ze zichzelf in de herhaling. Dat is het bewijs: ze bestaan.