Hard rennen voor 10 minuten bellen

Het leven is tot op de minuut geregisseerd in de Penitentiaire Inrichting Haaglanden. Een dagje meelopen in het huis van bewaring.

Het is precies 7.00 uur als John Bruce de celdeuren van unit 4, afdeling D in de Penitentiaire Inrichting Haaglanden één voor één van slot doet en de gedetineerden in het Scheveningse huis van bewaring een welluidend `goedemorgen', maar ook wel `salam u alikum' of `bon dia' toeroept. De meeste gedetineerden staan al klaar, achter hun deur. Haast hebben ze om bij de telefoonlijst te komen. Wie het eerst intekent, mag tien minuten bellen vandaag. Met eigen telefoonkaart uiteraard.

,,Leeft Henk nog'', vraagt een penitentiair inrichtingswerker (PIW-er; het woord cipier wordt niet meer gebruikt) als hij aanschuift in de observatieruimte, waar de taferelen op de gang door glazen wanden gevolgd worden. De vriendelijke bejegening bij het opstaan is niet enkel goedhartigheid, vertelt John Bruce. ,,Ik let elke ochtend even op of er vervolgens ook wat beweegt in de cel.''

Henks moeder heeft een paar dagen geleden een hartaanval gehad. Ze is er slecht aan toe. ,,Wat heb ik nou nog om voor te leven'', had hij in een naargeestige stemming gezegd. ,,Mijn vrouw en dochter zijn er niet meer en nu verlies ik ook mijn moeder nog.'' Henk wordt ervan verdacht vrouw en kind om het leven te hebben gebracht.

De douches lopen. Voor de ramen verschijnen nieuwsgierige hoofden boven blote basten en slobberende trainingsbroeken. Het nieuwe gezicht wordt begroet met rollende biceps. Ruim een uur is er om zich aan de persoonlijke verzorging te wijden en wat te eten `op cel'. Bruce is bezig met het medicijnenrek. Van de 32 gedetineerden op deze afdeling krijgen veertien mensen medicijnen uitgereikt. Vooral pijnstillers en kalmeringsmiddelen, maar ook worden er flink wat antidepressiva geslikt. Henk zit zijn moeder al te bellen, zijn pantoffel nerveus heen en weer wippend op zijn voet. Abdul klopt aan. ,,Waarom ben ik niet opgehaald voor de fysiotherapeut'', vraagt hij. ,,Dien maar een verzoekbriefje in, dan zien we wel'', krijgt hij te horen.

Boven de opgevroren sneeuw van de luchtplaats hangen twee druilerige basketbalnetten. Het is 8.00 uur, drie graden Celsius onder nul. Voorzichtig schuifelen de mannen wat rondjes op de spekgladde stoeptegels. Drie Turken lopen samen op, geflankeerd door een kleine Marokkaan die hen nauwelijks kan bijbenen; de Colombianen hebben elkaars gezelschap gevonden, de Kameroener dat van een Antilliaan. Bij de deur proberen een Limburger en een Brabander uit de wind te staan.

De bijbels liggen al klaar wanneer anderhalf uur later een achttal gedetineerden aanschuift bij het bijbelclubje van Willem Hertog. De voormalige fabrikant van het bekende Hertogijs werd enkele jaren geleden `geroepen' en wijdt zich nu aan de zielzorg van boeven. ,,Onbegrijpelijk'', zegt Hertog. ,,Dat nou net onze Eddy op strafcel is gezet.'' Ja, knikken allen eensgezind met ongespeelde verontwaardiging. De ogen staren in het Boek der Psalmen. Hertog verklaart psalm 1, over het onzalige lot van de goddelozen. ,,Nee'', zegt Daniël in de koffiepauze, ,,Ik ben niet plots vroom geworden in dit huis, ik ben spiritueel ingesteld: ik geloof in karma.'' Zakken met slagroomsoesjes (,,uit eigen slagroomfabriek'') komen voor de dag en een pakje Marlboro. ,,Vooruit, jongens, tast toe'', zegt Hertog. ,,Wat ik nog wilde zeggen'', zegt Daniël: ,,meneer Hertog is de enige hier voor wie ik gewoon Daniël ben.''

Het dagprogramma dirigeert het gezelschap om exact kwart voor elf naar de sportzaal. Drie keer per week drie kwartier hebben de gedetineerden deze tot hun beschikking en elke seconde wordt benut. Aan de halters worden zware gewichten geschroefd. Tweemaal 25 kilo gaat hier met gemak nog omhoog. Loopband en hometrainer staan achteloos in een hoekje. De torso is in deze wereld kennelijk van groter belang dan het onderlijf. Misschien vanwege de kleine spiegeltjes in de cel, waarin de benen niet te zien zijn, zoals Bruce suggereert.

,,Roomservice'', klinkt het om 12.00 uur. Daniel vist een vegaburger uit de etenskar, de anderen krijgen een schnitzel met puree. De sinaasappel ontlokt een grapje over Hotel Oranje, zoals de Scheveningse gevangenis in de volksmond heet. Het gezelschap verdwijnt mak de cel in.

Net na het middaguur is de afdeling Bijzondere Zorg voor gevangenen met ernstige gedragsproblemen (zo'n 5 procent van de ruim 1100 gedetineerden in Scheveningen) in bijna serene rust gedompeld. De gedetineerden zitten `achter de deur'. PIW-er Bobby Kuyper komt grijnzend binnen. ,,Geen beweging in te krijgen'', zegt hij. Hij heeft al tweemaal vergeefs geprobeerd Boeba naar de tbc-bus te krijgen. Boeba is katatoon (neurotische toestand waarbij de spieren hardnekkig in dezelfde beweging blijven steken, bijvoorbeeld door angst) en ligt verstijfd op zijn bed. ,,Vroeger had je echte boeven, we zijn afgegleden – zo noem ik het maar – naar psychiatrische patiënten'', filosofeert een PIW-er met achttien jaar gevangeniservaring.

Om 13.00 uur opent Kuyper de celdeuren. Een deel van de gevangenen stommelt naar `de arbeid', die bestaat uit vier uur stekkerdozen voor trekhaakkabels in elkaar schroeven. Werken is niet verplicht, maar voor veel gedetineerden is de 0,64 euro per uur die ze verdienen, de enige inkomstenbron.

Boven de stekkerdozen gaat Philip tekeer over het medicijnenbeleid. Het komt er ongeveer op neer dat hij zijn pillen vier keer per dag aangereikt wil krijgen. ,,Mag ik ook even'', zegt Moïse verstoord als Philip maar niet ophoudt. ,,Schrijft u ook maar op dat ik niks krijg om mijn bijverschijnselen van de haldol (een antipsychoticum, red) te onderdrukken.'' Een ander vraagt: ,,Weten ze buiten wel hoe stressvol dat opgesloten zitten voor ons is.''

De rechtervleugel van zijn afdeling is ,,iets beter'', zegt Kuyper als we naar boven lopen. Daar krijgen de cellen nog even een schoonmaakbeurt voor de deuren weer dichtgaan. Stofzuigers en emmertjes water worden over de gang gezeuld. Goed moment om geïnformeerd te raken over de laatste oplichtingtrucs met bankrekeningen. Arie vertelt over zijn wurgslangen, die zijn ,,meisje'' zolang voor hem verzorgt. De junk zat zijn vader achterna met een bijl, maar maakt nu tamelijk lieflijke tekeningen die hij op de muur speldt.. ,,Wil je ze soms zien?'' Te laat! Kuyper is onverbiddelijk: de cellen moeten op slot.

Om privacyredenen zijn de namen van de gedetineerden en van Bobby Kuyper gefingeerd.

DAGELIJKS LEVEN