Geld verdienen met gedetineerden

Steeds meer gevangenissen slagen erin winst te maken op hun arbeidsafdelingen. Maar de economische malaise dreigt nu roet in het eten te gooien.

De zoete geur van versgebakken brood waait door de gangen van de gevangenis in Krimpen aan den IJssel. `Ben ik écht in de gevangenis?' vraagt de naïeve bezoeker zich af. ,,Iedereen denkt dat er in gevangenissen alleen maar lucifersdoosjes worden gemaakt'', zegt Theo Bac, hoofd arbeid van penitentiaire inrichtingen (PI) De IJssel, zoals het gevangeniscomplex officieel heet. ,,Dat je vanuit de gevangenis een bakkerij kunt opzetten, brood gaat bakken en dat vervolgens verkoopt aan derden, zoals hier gebeurt, beseffen weinig mensen''.

,,Er worden de meest uiteenlopende producten gemaakt in gevangenissen'', beaamt Martin Meijer, directeur beheer penitentiaire inrichtingen bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), onderdeel van het ministerie van Justitie. Hem vielen de afgelopen jaren onder meer op: prefab huizen (uit een bouwpakket), sierspiegels en namaak antieke kasten.

Sinds 1994 is het beleid van de overheid dat arbeidsafdelingen in gevangenissen zo rendabel mogelijk moeten zijn. Arbeid dient het belangrijkste onderdeel te zijn van het dagprogramma van de gedetineerde, stelt de nota Werkzame Detentie, geschreven in datzelfde jaar.

Elke gevangenis beschikte weliswaar allang over zogenoemde arbeidszalen, waar gedetineerden verplicht werken, maar van bedrijfsmatig denken was volgens Meijer tot voor kort geen sprake. De gezamenlijke winst of omzet van de circa 65 arbeidsafdelingen in, zeg, 1992, is onbekend. ,,De bedrijfsresultaten werden niet centraal bijgehouden'', zegt Meijer. Wel herinnert hij zich dat het ministerie jaarlijks fors geld moest toeleggen op de arbeidsafdelingen, om lopende verliezen te dekken. ,,Dat deden we zonder vragen te stellen.''

Het huidige beleid, waarbij de gevangenissen zelf opdrachten moeten binnenhalen voor de arbeidsafdelingen (voorheen deed het ministerie dat), leek de afgelopen jaren vruchten af te werpen. Toen de bedrijfsresultaten van alle arbeidsafdelingen bij elkaar werden opgeteld, kwam er in 2000 voor het eerst een (bescheiden) winst tevoorschijn. Het jaar werd afgesloten met omgerekend ruim 1 miljoen euro winst, terwijl drie jaar ervoor nog een negatief eindsaldo van omgerekend 44.000 euro werd genoteerd. En gedetineerden werkten in 2000 gemiddeld 20 uur per week (dat was in 1994 nog 12 uur).

Maar nauwelijks is het tij aan het keren of de slechte economische situatie lijkt roet in het eten te gooien. De cijfers van 2002, zojuist geanalyseerd door het ministerie, laten een daling zien van de winst met 10 à 15 procent. Steeg in 2001 de totale winst van de penitentiaire inrichtingen nog tot 1,6 miljoen euro, afgelopen jaar daalde die tot 1,4 miljoen. Ook sloten minder inrichtingen het jaar af met een positief saldo: slechts 11 van de 20 gevangeniscomplexen lukte dit, terwijl dat er in 2001 nog 13 waren. Bovendien is het huidige winstcijfer geflatteerd: de hoge winst van enkele gevangeniscomplexen (zoals dat in Breda, dat 456.000 euro winst maakte) camoufleert de slechte resultaten van een aantal zwakke broeders.

Meijers interpretatie van de cijfers is echter minder somber. Volgens hem hebben de gevangenissen en hun arbeidszalen nauwelijks last van de huidige economische malaise. ,,Als dat zo was, hadden wij de signalen inmiddels echt wel opgevangen. Maar van gevangenisdirecties horen wij niets dat in die richting wijst.'' Zijn verklaring: de penitentiaire inrichtingen opereren aan de onderkant van de markt, waar zij een gat hebben gevonden. Het bedrijfsleven lukt dat niet. ,,Voor het laaggeschoolde, maar handmatige productiewerk waarin gevangenissen zijn gespecialiseerd, kan een bedrijf buiten onmogelijk voldoende personeel vinden'', aldus Meijer. ,,Wij hebben dus geen concurrentie, ook nu niet.''

Die gedaalde winst van afgelopen jaar, zegt Meijer, kan even goed komen doordat gevangenisdirecties meer personeel hebben aangenomen op de arbeidszalen of dure apparatuur hebben aangeschaft. Dat is weliswaar een probaat middel om de productiviteit op te drijven, maar de hoge afschrijvingskosten drukken wel de winst.

Het hoofd arbeid van PI De IJssel is wat minder optimistisch. ,,Sinds anderhalf jaar heb ik ontzettende last van de economische tegenspoed'', zegt hij. De twee grootste toeleveranciers, met wier opdrachten Theo Bac zestig gedetineerden (drie volle arbeidszalen) aan het werk kon houden, trokken zich terug. In plaats van 80.000 kabeldoosjes per week hoefde De IJssel er soms maar 5.000 te leveren. Ook worden er wekelijks geen 56.000 doosjes meer gevuld met bouten en moeren, maar vaak slechts 1.000.

Volgens Bac kwam de tegenslag vooral doordat De IJssel traditioneel veel halffabrikaten maakt voor de Duitse bouw. ,,En daar gaat het nog een stuk slechter dan met de Nederlandse bouw.'' Eenvoudig productie- en inpakwerk, voorheen de niche van de gevangenissen, laten opdrachtgevers de laatste tijd vaker uitvoeren door eigen personeelsleden, meent Bac. ,,Die moeten toch doorbetaald worden en draaien anders maar met hun duimen.''

Wie nu een slecht bedrijfsresultaat verwacht van de arbeidszalen in De IJssel, heeft het echter mis. Honderdduizend euro winst werd er afgelopen jaar gemaakt, meer dan in 2001. Bac, voorheen werkzaam in een zeer commerciële omgeving (een productiebedrijf dat voor reclamebureaus werkte) nam een nieuwe acquisiteur aan en gaf die de opdracht zo veel mogelijk externe bedrijven te bezoeken. ,,Het bedrijfsleven weet meestal niet wat wij voor hem kunnen betekenen'', aldus Bac. ,,Dus moet je als gevangenis jezelf luid aanprijzen en uitleggen wat je kan.'' Het eerste deel van zijn missie slaagde: de verloren opdrachten, van de `arbeidszalen metaal', wist hij te vervangen door nieuwe orders. De gedetineerden zaagden afgelopen jaar bijvoorbeeld vele stalen buizen, bedoeld voor bedbodems, in opdracht van een grote beddenfabrikant. Dit jaar moet hij op zoek naar werk voor de andere arbeidszalen, waar bijvoorbeeld drukkerij-opdrachten kunnen worden uitgevoerd. Maar ook dat gaat lukken, voorspelt hij.

,,Zo ingewikkeld is het niet hoor, winst maken in een gevangenis'', zegt Bac. ,,Een van de grootste kostenposten die een normaal bedrijf heeft, de personeelskosten, hebben wij niet. Als wij die moesten betalen, draaiden we zwaar verlies, zo'n twee miljoen euro.'' Gedetineerden verdienen weliswaar geld, ,,maar dat is natuurlijk peanuts, 64 of 73 eurocent per uur. Over die kostenpost hoef je je dus helemaal geen zorgen te maken.'' Ook het salaris van het gevangenispersoneel hoeft Bac niet zelf te betalen. ,,Dat doet het ministerie''. ,,Klopt'', zegt Meijer. ,,Dat personeel zit er tóch, of het wordt ingezet op arbeidszalen, zoals nu, of als bewaking, maakt ons financieel niet uit.'' Bac: ,,Ik hoef dus eigenlijk alleen maar de energierekening te betalen, het gereedschap op de werkplaats, wat kantoorspulletjes en wat machines.''

`Valse concurrentie!' roept het bedrijfsleven regelmatig verontwaardigd. Maar het heeft geen poot om op te staan: weliswaar stelde het kabinet in 1998 regels op ter voorkoming van valse concurrentie door penitentiaire inrichtingen, maar daar valt wel een mouw aan te passen. Gevangenissen moeten nu marktconforme prijzen hanteren als zij producten verkopen. ,,Maar in de praktijk'', zegt Meijer, ,,hoeven zij geen sancties te vrezen zo lang ze zich beperken tot inpakactiviteiten of het maken van halffabrikaten.'' En het brood uit De IJssel dan? Bac: ,,Dat wordt verkocht aan vijf andere gevangenissen''.