Exit

Voor de 87ste keer heeft Richard Krajicek aangekondigd dat hij zijn toekomst wil overwegen. Had dat niet eerder gekund, bijvoorbeeld vóór de fatale wedstrijd tegen Rainer Schüttler?

Rainer Schüttler: zo heet de Oostenrijkse skileraar aan wie mannen van middelbare leeftijd hun vrouw verliezen. Een gebronzeerd skelet dat zich voor de dag geplamuurd heeft tot een tweederangs Don Juan. Een sukkel van drinkgeld, bovendien.

Krajicek ontluisterd.

Beroepschagrijnen als ondergetekende zeggen dan: Stop ermee! Ga in een Bentley rijden! Neem een maîtresse met een overweldigend Yab Yum-parfum! Word als de Nederlandse kiezer: los zand! Gooi je in de leegte van de massacultuur, en liever nog, in de parafernalia van een docusoap! Of slaap!

Zo zit Richard niet in elkaar. Hij houdt van de zelfkastijding. Gaat zich met de vanzelfsprekendheid van het Afrikaanse palaver wentelen in de geheimen van mentale kronkels, geteisterde meniscussen, tegendraadse ellebooggewrichten. En zegt dan: ,,Het wordt tijd dat ik mezelf weer eens een schop onder mijn reet geef''. De precaire hang naar het martelaarschap heerst ook in sportmiddens.

Natuurlijk mogen we niet vergeten dat Krajicek winnaar van Wimbledon is. Een groots, bijna religieus moment. Onnederlands. Met het effect van een Máxima-achtige herbewapening. Een les voor de toekomst ook: het verhaal van de epigonen in de polder klopt niet. Soms zijn we in staat tot mondiale exploten, laten we de prinses van Kent voor ons buigen, vervolledigen we onszelf aan de trog van glamour en glitter. Van Wimbledon.

Als een kunstgebit, maar niet onopgemerkt.

Groots was Richard Krajicek in het succes, kleiner was hij in de follow-up van het succes. Ook dat is wellicht typisch Nederlands. Waarom zou je twee keer van een broodje-kaas een broodje-kaviaar maken? Geluk, trots, identiteit, dat alles is een vak. Misschien is het wel wiskunde en chemie. Of berekening. Eens koopman, altijd koopman.

Richard Krajicek is een man op krukken.

Ik las dat zijn vrouw, Daphne Deckers, hem na de uitschakeling in de Australian Open een sms-berichtje had gestuurd: ' Ga vissen!' Dit zegt dan de moeder van je bloedeigen koters. Wat valt er, na zo'n oekaze, überhaupt nog te winnen? Een vrouw die beveelt dat je na een retraite van een kleine twee maanden vooral niet in de buurt van haar clitoris hoeft te komen, is de moeder van alle weeshuizen. Die heeft haar schoot definitief gesloten. Er is geen penetreren aan, niet in korte broek, niet in laarzen, niet in een jagerstenue. Je bent al dood als je haar ziet.

Tegen deze achtergrond worden de teksten van Richard gewoon melig. ,,Als het om wat voor reden tegenzit, moet je het over een andere boeg gooien. Dan wordt het knokken en dat moet vanuit je hart komen.'' Vanuit een gebroken hart, zal hij bedoelen. Toch heeft hij nog een missie: 'Nederland behoeden voor de linkse hel.' Richard Krajicek, het monster van onbewogenheid, gaat achter Gerrit Zalm aan. Nou ja, de dood heeft vele maskers.

Het was mij al eerder opgevallen: topsporters zijn rechts, vaak ultra-rechts. Zij hebben iets te verdedigen: geld, de massacultuur, sentimentele rimram, egomanie. Maar ik heb in de bek van topsporters ook altijd een soort hoogmis van 'de gelijke kansen'-retoriek gezien. Een trechter van populisme, met aftrek van het nationalistische rococo.

Krajicek kiest voor Zalm en voor de VVD. Dat is zijn goed recht. Toch, in Drenthe weet ik ook wel iemand die zich aan de rekstok van zijn prestaties heeft opgehangen om, na vele moeizame jaren, verzoend te raken met zijn komaf en zijn betekenisloosheid, met zijn doem van klei en water. Op winteravonden zei hij tegen zijn kinderen: ,,Richard Krajicek is de man die je moet worden. Flegmatiek, roestvrij, ingeburgerd zonder rang en stand, kortom koninklijk.''

Zo heb ik Gerrit Zalm nooit horen spreken. En Daphne Deckers al helemaal niet. Daphne zegt dat ze de nachten doorwaakt wanneer Richard speelt - ,,Ik word om de vijf minuten wakker, alsof ik zijn adrenaline voel'', - ach, het zijn woorden van een strijkijzer: ga maar vissen!

Nu we het toch over de lévende democratie hebben, zou Mat Herben niet van nu tot in de eeuwigheid willen gaan vissen?

    • Hugo Camps