EUFORIE: Jayne Torvill en Christopher Dean

Negen jaar `slavenarbeid' was er aan vooraf gegaan. Iedere dag uren trainen, in het begin zelfs van 4 tot 6 uur in de ochtend, voordat het `gewone' werk begon.

Het resultaat mocht er zijn. Het Engelse danspaar Jayne Torvill en Christopher Dean oogstte wereldwijd bewondering voor de manier waarop ze in 1984, bij de Winterspelen van Sarajevo, de strakke maar opzwepende muziek van Ravels Bolero op het ijs gestalte gaven. Er ging een siddering door het publiek dat als betoverd toekeek. `Als je ze bezig ziet is het alsof god zelf op de ijsvloer staat', merkte John Hennessy, zelf top-kunstschaatser, er over op. De jury leek het met hem eens: voor het eerst in de olympische geschiedenis werd de `6', het hoogste cijfer, uit de bak getrokken. De twee die hun relatie omschreven als `meer dan broer en zus, minder dan man en vrouw', vormden op het ijs een perfecte eenheid. In de loop van de jaren tachtig stopten ze. De gesublimeerde twee-eenheid werd sleets, ook al omdat ze ieder een eigen liefdesleven gingen leiden. Hun roem vervluchtigde snel. Begin jaren negentig kwamen ze, deels voor het geld, weer terug op het ijs. Maar de magie was er af. In Hamar reikten ze bij de Winterspelen van 1994 niet verder dan de derde plaats, hoewel ze vonden dat ze nog nooit zo goed hadden gepresteerd. Ze moesten het als `semi-bejaarden' (want al halverwege de dertig) afleggen tegen de jeugd. Met duidelijke tegenzin accepteerden ze dat uiteindelijk. Als winnaars waren ze vergeten dat verliezen er gewoon bijhoort.

Dit is het 23ste deel in een serie over vreugde in en rond de sport.

Gerectificeerd

Torvill en Dean

In Euforie (18 januari, pagina 12) staat dat het Engelse ijsdanspaar Jayne Torvill en Christopher Dean in de loop van de jaren tachtig stopte. Dat gold alleen voor de wedstrijdsport; het paar ging verder in het professionele circuit van onder meer de ijsshows. Begin jaren negentig keerden ze enige tijd terug in de wedstrijdsport.