Epo-primeur stemt tot tevredenheid

In navolging van het wielrennen heeft ook het tennis besloten tot de invoering van epo-dopingtesten. De Australian Open heeft de primeur.

Het hoogste woord voerde deze week een speler die als de clown van het Australische tennis wordt aangemerkt. Maar Andrew Ilie, met een wildcard toegelaten tot de Australian Open en vervolgens meteen in de eerste ronde uitgeschakeld, beweerde namens velen te spreken toen hij de hypocrisie van zijn sport ter discussie stelde in het Australische dagblad Herald Sun. `Het is een illusie te veronderstellen dat tennis een schone sport is.'

Ilie meent dat de autoriteiten een verloren strijd voeren en suggereerde dat de verantwoordelijke instanties er verstandig aan zouden doen om de verboden prestatiebevorderende middelen vrij te geven. `Het probleem is zo groot dat je spelers beter kan laten gebruiken. Pas zodra er mensen sterven en exploderen, beseffen ze waartoe doping kan leiden.' Na negen jaar in de marge van het professionele tenniscircuit te hebben doorgebracht, beweert de 26-jarige geboren Roemeen te weten waarover hij praat. `Tennis komt aan op fitheid en op de vraag wie die langste adem heeft. Mensen zijn bereid hun gezondheid op te offeren in ruil voor drie jaar beroemdheid.'

Ilie's ontboezeming volgde op de aankondiging van de spelersvakbond ATP om dit jaar twee keer zoveel out-of-competition-tests uit te voeren als in het voorbije seizoen, toen het aantal uitkwam op naar schatting vierhonderd. Ook het aantal in-competition-onderzoeken (vorig jaar bij de mannen 950 urinetesten) wordt opgevoerd, en wel met twintig procent, zo maakte ATP-directeur Mark Miles bekend twee dagen voor het begin van de Australian Open.

Miles bevestigde voorts dat het eerste grandslamtoernooi van het jaar inderdaad de primeur heeft van het willekeurig testen op het gebruik van het verboden bloeddopingmiddel epo. Daartoe is de organisatie in Melbourne verplicht nadat de verantwoordelijke instanties, behalve de ATP ook de vrouwenvakbond WTA en de internationale tennisfederatie ITF, vorig jaar instemden met de dopingrichtlijnen van het Internationaal Olympisch Comité. Met die maatregel komen de bonden tegemoet aan de groeiende kritiek als zou het (prof)tennis in vergelijking met andere takken van sport al jaren uit de pas lopen waar het gaat om dopingbestrijding, en halsstarrig vasthouden aan de eigen softe opsporingsmethodes. Niet voor niets beklaagde Lindsay Davenport zich onlangs over het feit dat zij slechts één keer was gecontroleerd in veertien maanden tijd. ,,Ik had van alles kunnen slikken'', meende de Amerikaanse voormalige nummer één van de wereld.

Al jaren bestaat het vermoeden dat ook in tennis het dopingspook rondwaart. Veel verdachtmakingen zijn gebaseerd op de overvolle agenda's van de spelers, van wie sommigen opvallend gespierd, die van hot naar her vliegen. Vorig voorjaar nog klapte Nicolas Escudé, in Melbourne uitgeschakeld door Andre Agassi, uit de school: ,,Wie durft te beweren dat tennis clean is, leeft in een droomwereld.''

Vooral de Argentijnen staan in een kwaad daglicht sinds de positieve dopingcontroles van Juan Ignacio Chela en Guillermo Coria. De eerste werd in augustus 2000 betrapt op het gebruik van het verboden spierversterkende middel methyltestosteron. Het vergrijp kwam Chela op een schorsing van drie maanden te staan een sanctie die veel van zijn collega's omschrijven als `een lachertje'. Bovendien moest de voormalig jeugdkampioen van Zuid-Amerika de computerpunten inleveren die hij in de voorafgaande elf maanden bijeen had geslagen. Coria overkwam een jaar later hetzelfde, toen een dopingtest uitwees dat hij een soortgelijk middel (nandrolon) had gebruikt als Chela. Voor zeven maanden ging hij in de ban.

Onder de tennisprofs zijn de meningen verdeeld over de nieuwe aanpak. ,,Als ze het ziekenhuis naar de Australian Open willen halen, dan hebben ze een groot probleem'', sprak Marat Safin vorige week dreigende taal. Sommige collega's, onder wie Jevgeni Kafelnikov, vallen al flauw bij het zien van een naald, aldus de Russische nummer drie van de wereld.

Safin, vorig jaar met naar verluidt veertien geregistreerde urinetests de meest onderzochte speler uit het profcircuit, is bevreesd voor een heksenjacht. Dat komt de sport niet ten goede, en zeker ook de spelers niet die recht hebben op hun privacy. Bovendien is tennis geen wielrennen, in de ogen van de US Open-winnaar (2000). Sterker: volgens hem vergroot epo een hormoon dat de groei van het aantal zuurstoftransporterende rode bloedlichaampjes bevordert het prestatievermogen van een tennisser niet. ,,Zes uur in de bergen is wat anders dan anderhalf à twee uur op de tennisbaan staan.''

Hoewel Safin bijval kreeg van onder anderen Jennifer Capriati (,,Het lijkt op een invasie''), vertegenwoordigen zij het standpunt van een minderheid. Het voorstel om over te gaan tot bloedtesten kreeg een half jaar geleden de goedkeuring van de spelerscommissie van de beide spelersvakbonden ATP en WTA. Volgens een zegsman van ATP staat 95 procent van de tennissers achter de maatregel.

Daartoe behoort zeker Andre Agassi, de 32-jarige Amerikaan die een groot voorstander is van epo-testen. ,,In het belang van de sport moet geen middel onbenut gelaten worden om valsspelers te pakken.'' Maar bij ,,ondoordachte'' uitspraken à la Ilie is de discussie niet gebaat, aldus de routinier, die als een van de meest gerespecteerde tennissers uit het circuit geldt. ,,Ik hou me liever bij de feiten en die zeggen dat er in de afgelopen jaren een minimum (zes positieve gevallen in zeven jaar, red.) aantal spelers is betrapt.''

Maar Ilie heeft al laten weten zich de mond niet te laten snoeren. Gesterkt voelt hij zich bovendien door de opmerkingen van landgenoot Mark Woodforde. Want ook de elfvoudig grandslamkampioen in het dubbelspel vermoedt dat sprake is van dopinggebruik. ,,Ik zou graag willen denken dat onze sport schoon is, maar net als veel collega's vraag ik me af of dat werkelijk zo is.'' Bevreesd als de ITF is voor het onberispelijke imago dat het (prof)tennis nog altijd heeft, deed een woordvoerder ook die opmerking af als ,,niet slim''. Want: ,,Geen bewijs is geen verhaal.''

    • Mark Hoogstad