Een zwevende natie

Het leek zo eenvoudig: de sociologen hadden verklaard dat met de afgang van de LPF er heus geen einde was gekomen aan de onvrede van het volk. Kranten hadden haastig voor wat nieuwrechtse columnisten gezorgd die deze boze burger naar de mond konden praten, en die een even karikaturaal als nostalgisch beeld van linkse ideologische verdwazing konden schetsen, met dank aan de jaren zestig en zeventig. Gezapige opiniebladen die de afgelopen decennia iedere pregnantie ondergeschikt hadden gemaakt aan de geriefelijke roes van de lifestyle, zagen zichzelf ineens als de trotse geuzen van de rechtse revolte. De VVD dacht van Fortuyn geleerd te hebben dat de partij onder Paars de rechtervleugel jammerlijk had verwaarloosd en hoopte de verloren zetels terug te winnen door per dag hardere taal uit te slaan. De ideologische tweedeling leek weer een feit. Er viel, zo werd steeds opnieuw opgelucht vastgesteld, eindelijk weer iets te kiezen.

Maar juist toen de erfenis van Fortuyn zijn beslag gekregen leek te hebben in het politieke landschap, bleek de wind alweer gedraaid. De LPF-kiezers liepen in de opiniepeilingen massaal over naar de andere kant van het politieke spectrum: eerst naar de SP, later naar de PvdA. En de winnaars van een half jaar geleden blijken de losers van nu: de grijns van Gerrit Zalm is angstig verstrakt, de diplomatieke behoedzaamheid van JPB oogt ineens als bleke nietszeggendheid. De advocaat Hammerstein en de mediaprofessor Beunders, die in de slipstream van Fortuyn alle camera's voortdurend op zich gericht wisten, hebben zichzelf veroordeeld tot het verdomhoekje van een rancuneuze splinterpartij. In het nieuwe Nederland is het iedere dag bijltjesdag.

Wat bezielt de kiezer? De verbeten duiders van de volkswoede voelen zich nu verraden; zij hadden al die blinde haat tegen de `linkse kerk' immers al te letterlijk genomen. Zij denken nog altijd in stromingen en bewegingen, in een blijvend herstel van ideologische tegenstellingen. Je bent wat je kiest. Als de kiezer een ruk naar rechts maakt, dan wordt hij geacht ten minste vier jaar aan die kant te blijven staan. Je kunt niet binnen een halfjaar van rabiaat rechts naar gestaald links switchen.

Maar het gebeurt wel. Er wordt daarom veel geklaagd, vooral door de misleide voorspellers, over de rol van de media. Imago is alles geworden; er wordt avond aan avond op vier netten inhoudelijk gedebatteerd, maar uiteindelijk geeft het lekkere kontje van Wouter Bos toch de doorslag. Was de kiezer die vorig jaar uit onvrede overliep naar het kamp Fortuyn nog een getart mens dat een woedend signaal afgaf, nu hij zo snel alweer op zijn schreden terugkeert is hij eigenlijk toch de verwende diva waarvoor eerder alleen de hopeloos paarse Dijkstal hem uit durfde te maken.

Wat is het nu eigenlijk: betrokken burger of grillige prima donna? Ineens wordt er alweer behoorlijk afgedongen op de woede die nog geen halfjaar geleden heilig werd verklaard. Veel onvrede, zo blijkt, is een kwestie van perspectief. Zeker, er loopt veel niet soepel in de publieke sector, en de ambtenarij, nou ja maar alleen mensen die denken dat alles in het leven voor ze geregeld hoort te worden, maken er zo'n existentieel drama van.

Onlangs las ik een commentaar waarin nog gesteld werd dat Fortuyns moordenaar Volkert van der G. zoveel burgers van Nederland hun hoop had afgenomen. Hoop? Hoop waarop? Op treinen die op tijd rijden? Op het verdwijnen van de wachtlijsten? Op het dalen van de criminaliteitscijfers? Of is het de hoop op iets groters, iets dat zich onttrekt aan iedere politieke werkelijkheid?

Dat laatste is het geval, ben ik bang. Het verklaart de wispelturigheid van de kiezer. Die is hopeloos verscheurd tussen realisme en idealisme, maar vooral tussen twee afgeleiden daarvan: agressie en sentiment. Hij is getraind in het mondig verdedigen van zijn eigenbelang, maar zodra zijn persoonlijke onvrede door de politiek enig en zaligmakend is verklaard, krijgt hij weer oog voor de Ander. De begrafenis van Fortuyn en die van prins Claus houden elkaar wat dat betreft in evenwicht. De kerstspecial van All You Need is Love op SBS 6, dat ook het rancuneprogramma De Stem van Nederland uitzendt, trok een miljoenenpubliek, terwijl het één nauwelijks verkapt pleidooi was voor een soepeler immigratiebeleid: Nederlands-Pakistaanse bruiden werden eindelijk met hun Pakistaanse echtgenoot herenigd, er werd met verblijfsvergunningen gestrooid in plaats van auto's en wasmachines, alle mogelijke rassen werden door Robert ten Brink gemixt uit naam van de liefde. Had Gerrit Zalm die uitzending gezien, dan zou hij zijn electorale deceptie van komende woensdag hebben kunnen voorkomen. Als de VVD de stemmen van de LPF had willen kapen, dan had ze juist moeten afwijken van de lijn van Fortuyns partij.

Want de kiezersgunst volgt, zoals alles in een massacultuur, de beweging van een pendule. De agressie hebben we gehad, het is alweer tijd voor het sentiment. Die zogenaamde heropleving van de spanning tussen links en rechts in het politieke landschap is bedrieglijk; want die spanning bestaat alleen in het hoofd van de meeste kiezers zelf. Al te zakelijk pragmatisme roept automatisch idealisme op, al te veel nadruk op het gefnuikte eigenbelang, doet als vanzelf verlangen naar het geloof in een gemeenschap. Des te fermer de taal van Zalm, des te groter de overwinning van de PvdA. Daaruit volgt een les die de gehele politiek zich zou moeten aantrekken: des te heftiger een partij de kiezer naar de mond praat, des te eerder ze die weer van zich vervreemdt. De grootste fout van de politiek is om in navolging van zoveel zwevende kiezers, zelf ook maar zwevend te worden.

Want er is inderdaad nog veel onvrede in Nederland, maar die onvrede blijkt ongrijpbaar. Het is het onvermogen ergens blijvend in te geloven, terwijl de behoefte aan geloof alleen maar groter wordt. Daarom maken charisma en bevlogenheid de dienst uit, en op de televisie worden die twee gemakkelijk met elkaar verward. Het zijn uiterst onzekere eigenschappen, want ze voegen zich naar de tijdgeest – in een paar maanden kan het alweer voorbij zijn. Maar ze zijn al bijna een doel op zich geworden. Wie de suggestie van een oprecht geloof weet te wekken, het maakt eigenlijk niet zoveel uit waarin, vindt de kiezers aan zijn zijde.

Dàt is de nieuwe politiek.

    • Bas Heijne