Een geval van Wingardium Leviosa

Dat er een vijfde Harry Potter komt in juni van dit jaar was zo ongeveer het enige positieve nieuws op de financiële markten. Want, geloof het of niet, één Potterboek is al snel goed voor één miljard euro.

De eerste spreuk die Harry Potter leert op school is wingardium leviosa: het verheffen van personen of objecten. Potter, en alle zakelijke belangen om hem heen, waren deze week zelf ongeveer het enige verheffende dat er op de aandelenmarkten gebeurde. Woensdag kwam het verlossende nieuws dat deel vijf van J.K. Rowlings Potter-serie in juni zal verschijnen.

Wie dit af zou doen als perifeer nieuws zit er naast. Met Potter zijn enorme belangen gemoeid. Wereldwijd zijn er, van de vier delen die al zijn uitgegeven, 200 miljoen exemplaren verkocht. De tweede speelfilm, Harry Potter en de Geheime Kamer, bracht in de bioscopen in de Verenigde Staten en Canada 252 miljoen dollar op, en in de rest van de wereld staat de teller op 519 miljoen. Wereldwijd is de opbrengst nu al 771 miljoen dollar. De eerste Potterfilm, Harry Potter en de Steen der Wijzen, bracht tot nu toe 968 miljoen op. Exclusief de merchandise, de poppetjes, spelletjes en andere gadgets.

Wie uit gaat van de intekenprijs van tegen de 18 dollar per boek, en de film- en andere inkomsten daar bij optelt, komt wereldwijd nu al met gemak tot ruim 5 miljard dollar aan Potter-omzet.

Geen wonder dat niet alleen op de basisschool maar ook in de financiële centra met smart op de vijfde Potter werd gewacht. Het uitstel van het boek gaf aanleiding tot speculaties over een writers block van auteur Rowling. Analisten van zakenbanken als Merrill Lynch hielden zich serieus bezig met het calculeren van Rowlings zwangerschap: als zij niet vóór haar uitgerekende datum in februari klaar was geweest, had er zo een half jaar bij de verschijning van het vijfde deel mogen worden opgeteld.

Maar woensdag kwam het verlossende nieuws. Het vijfde deel, The Order of the Phoenix komt in juni op de Engelstalige markt. De koers van de Britse uitgever Bloomsbury steeg met ruim twee procent, die van de Amerikaanse uitgever Scholastic met bijna 9 procent. De koersreactie is zo fors omdat Potter-inkomsten zo'n tien procent van de totale omzet van de Amerikaanse uitgever uitmaken, en een nog groter deel van de winst. Het Pottergevoel spreidde zich uit tot boekverkopers Barnes & Noble en Amazon, waarvan de laatste meteen al 30.000 voorintekeningen van klanten kon bijschrijven. Als de vier vorige delen een voorbeeld zijn, mag de totale wereldwijde bruto-omzet van de `Feniks' worden geraamd op tegen de miljard euro.

Zo brak toch even de zon door op de beurzen. Want het vooruitzicht van een nieuw product, een nieuwe investering of initiatief is schaars. Dat ligt niet alleen aan de windstilte die in de internationale economie lijkt te zijn ingetreden. Het is ook de slagschaduw van de mogelijke oorlog met Irak die alle plannen op een laag pitje heeft gezet. De onzekerheid die dat creëert zorgt voor besluiteloosheid.

Belangrijkste bedrijfsnieuws naast Harry Potter: de chipmaker Intel. Die produceerde weliswaar meevallende kwartaalcijfers, maar de mededeling dat de investeringen worden uitgesteld, drukte de stemming.

De beursindices schommelen nu al maandenlang rond hetzelfde niveau. De beweeglijkheid, de volatiliteit, van de koersen is drastisch afgenomen. De gemiddelde dagelijkse schommeling van de AEX-index, gemiddeld over een maand genomen, bedroeg in juli van vorig jaar nog 3 procent. De laatste weken komt de AEX-index, met een dagelijkse afwijking van gemiddeld 0,7 procent, nauwelijks meer van zijn plek.

Beleggers vluchten intussen liever in obligaties, in veilig geachte valuta's en in goud, tot er duidelijkheid is rond de oplossing van de kwestie-Irak. Als de afgelopen maanden een leidraad zijn, lijden de aandelenbeurzen tot die tijd aan een ernstig geval van verstening. Of, om in het Potter-jargon te blijven, petrificus totalus.