De stroom die je in slaap sust

Limburg zucht onder voortdurende overstromingen. Waar komt het water van de Maas vandaan? Op zoek naar de bron van deze typische regenrivier.

Het is moeilijk te begrijpen dat een grote rivier als de Maas zo klein begint in Pouilly-en-Bassigny, een dorp van niks in het noordoosten van Frankrijk. Uitgestorven, zo lijkt het op deze mistige winterochtend. Een grijze kat sluipt de straat over en verdwijnt achter een staldeur. Dat is ook wat alle toeristen uit Nederland en België zeggen, vertellen de inwoners van het dorp. Dat het hun verbaast dat zo'n liefelijke beek zo groot kan zijn geworden in Rotterdam. Ja, zeggen de inwoners dan, dat komt omdat dit het begin is van de rivier, en daar bij u het einde.

De Maas ontspringt vijftig meter buiten het dorp. Er is een gat in de grond met een vierkante meter water, dat via een drempel een sloot in valt en richting dorp stroomt. Er staat een monument met een citaat van schrijver Charles Peguy over de `Meuse endormeuse', de kalme stroom die je in slaapt sust. Het monument werd onthuld in 1980, voor een `rivier zonder grenzen' en ter ere van de Frans-Belgisch-Nederlandse vriendschap. In het monument zijn plaquettes gezet, onder meer een kaart in brons met de plaatsen die de Maas aandoet. Neufchateau dat vorig jaar nog onderliep. Verdun met de brede valleien. Charlesville-Mézières dat met grote overlast kampt. De Belgische steden Dinant, Namen en Luik. En na 850 kilometer Maastricht. Roermond. Venlo. Gennep. Cuijk. Mook. Grave. Heusden. Gorinchem. Dordrecht. Rotterdam. Noordzee.

Voor de inwoners van Pouilly stond het al jaren vast dat in hun dorp de Maas ontspringt. De voormalige burgemeester Paul Bégrand en zijn vrouw zetten port en pastis op de keukentafel en halen een schoolboek uit 1830 te voorschijn, waarin wordt vermeld dat de Maas in Pouilly haar reis begint op een hoogte van 409 meter op het Plateau de Langres. Dat ze eerst westwaarts stroomt maar al na enkele kilometers, bij het dorp Meuse, een bocht maakt en het noorden zoekt. De dorpelingen wisten als kind dat je aan hun Maasje kikkers kon vangen, dat achter de kerk de allereerste brug ligt, met twee gietijzeren hekken. Dat het stroompje snel breder wordt, in Bazoilles onder de grond verdwijnt om bij Neufchateau weer op te duiken en daar samenvloeit met de Mouzon. Zo was het en niemand die eraan twijfelde.

Een punt van discussie werd de bron pas door de komst van een Belgische priester, Justin Evrard, die te voet vanuit Luik was komen lopen naar de bronnen van de Maas. Evrard hoorde van twee jongetjes dat hij niet verder hoefde te lopen want dat hier de Maas begint. Hij stelde nader onderzoek in. Andere dorpen als Parnot en Malroy legden claims dat zij óók een bron van de Maas hadden. Er ontstonden kleinere en grotere meningsverschillen, er was zelfs iemand uit een dorp hiernaast die dankzij connecties in Parijs de kaartenmakers van Michelin zover wist te krijgen dat de bron in zíjn dorp gesitueerd werd.

Toch wezen de naspeuringen van de in het dorp met grote liefde gememoreerde Belgische priester uit, dat de bron van Pouilly de hoogstgelegen en dus de echte is. Hij kreeg het voor elkaar dat het monument er kwam, onthuld op een dag in mei die werd afgesloten met een diner in de mairie, in aanwezigheid van onder anderen toenmalig burgemeester Baeten van Maastricht. Er stonden nog vlaggen op het monument, en er was nog een bordje met het aantal kilometers naar Maastricht, verfraaiingen die inmiddels zijn verdwenen, gestolen door souvenirjagers uit België of Nederland.

De dorpelingen weten dat de Maas snel groeit tot een grote rivier. Ze weten dat er stroomopwaarts problemen zijn. De oud-burgemeester Bégrand heeft een zuster verderop wonen, in Pompièrre, in een huis dat vorig jaar nog onderliep. Dan moeten ze daar ook maar niet gaan wonen, is zijn stelling, want de natuur komt altijd terug. En een overbevolkt land als Nederland zal best veel woningen hebben staan in het winterbed van de Maas, maar dan moeten ze ook niet verbaasd zijn over de risico's en de schade, waarvoor deze week in Nederland een vergoeding werd overeengekomen. Want dat is nu eenmaal de Maas, die merkwaardige rivier die bijna 900 kilometer aflegt, met een hoogteverschil van slechts 409 meter.

Over de oorzaken van en oplossingen voor overstromingen zijn de dorpelingen het niet eens. De bejaarde broer en zus André en Andrée Tripotin zijn geneigd in te stemmen met de conclusie van een internationale werkgroep tegen het hoogwater dat met name in Frankrijk te weinig water wordt vastgehouden op de plaats waar het valt, en te snel wordt afgevoerd. Dat komt door de drainage die de boeren de laatste decennia hebben doorgevoerd, zeggen ze. Anderen spreken dat tegen en vertellen dat overstromingen zich meestal alleen voordoen wanneer de grond is bevroren, dat het water pas in dat geval echt in hoog tempo afstroomt. En oud-burgemeester Bégrand, die een geslaagd boerenleven achter de rug heeft, wijst erop dat het twintig jaar geleden voor 10.000 oude Franse francs per hectare uitgevoerde drainageprogramma er in deze streek toe heeft geleid dat de hoeveelheid geoogst graan is verachtvoudigd. En als de mensen uit Brussel nu denken te moeten voorstellen om hier de sloten weer dicht te gooien, weet dan dat de boeren weer arm zullen worden. Net als vroeger. Het zijn voorstellen van Europese technocraten die niet weten waar ze over praten, zegt Bégrand, geesteszieken zijn het die van ons geld mooie salarissen verdienen.

Andere dorpelingen wijzen op de aanleg van wegen en industrieterreinen, eveneens onwenselijk omdat het water daarop afvloeit. Op het kappen van bossen, wat eenzelfde effect heeft. En broer en zus Tripotin willen anders dan de meeste Fransen uit deze streek best geloven dat er een klimaatverandering aan zit te komen, die onder meer kan leiden tot meer regens en dus meer Maaswater. Want dat is de tol die we betalen voor de vooruitgang, zeggen ze, de mens maakt de natuur kapot.

Ze zitten aan het middagmaal en mijmeren over vroeger, toen André handelde in Charolais-runderen. En over wat er gebeurd zou zijn als Andrée, zijn zus, destijds niet geweigerd zou hebben het land van de familie te verkopen. Er was een man uit het noorden, die een bod had gedaan op het weiland waarop later het monument zou verrijzen. Zij mocht de prijs zelf bepalen, de man zou elk bedrag hebben betaald omdat hij er een hotel wilde bouwen, aan de bron van de Maas. Ze weigerde, kon het niet over haar hart verkrijgen de eeuwenoude familiegrond van de hand te doen. Later raakten ze het land toch kwijt. Een hotel is er nooit gekomen. Zelfs geen restaurant. De toeristen zijn passanten, die vanuit hun campers een foto maken van de bron en weer doorrijden. Er moeten meer mensen naar de bron komen, zegt André. Laat nog meer Nederlanders naar Frankrijk komen. Hier is nog ruimte. Hier is nog natuur.

Dit is het eerste deel van een serie over de Maas.