De minister en de heroïneverdachte

Maandagavond werd de Iraakse Koerd mullah Krekar halsoverkop uitgezet naar Noorwegen. Hij zat vier maanden vast in Vught om uitgeleverd te worden aan Jordanië. Op verdenking van heroïnesmokkel. Maar dat is slechts een deel van de feiten. Is de strijd tegen terroristen belangrijker dan het uitleveringsrecht?

Luchthaven Schiphol zal Najm al-Din Faraj Ahmad, alias mullah Krekar, voor altijd in het geheugen gegrift staan. Op donderdag 12 september 2002 strandde de `islamitisch wetsgeleerde' onverwacht op het vliegveld van Amsterdam. De Iraakse Koerd is leider van de islamitische organisatie Ansar al-Islam en was op doorreis van Iran naar Noorwegen waar hij sinds 1991 als vluchteling woont. Maar voor hij het wist, zat hij in de Penitentiaire Inrichting in Vught. Daar zou hij vier maanden blijven, in afwachting van een uitleveringsverzoek. Niet van de VS, dat hem verdenkt van banden met Al-Qaeda. Maar van Jordanië. En niet vanwege terroristische activiteiten. Maar vanwege heroïnehandel.

Afgelopen maandag werd mullah Krekar halsoverkop uit zijn cel gehaald en teruggereden naar de plek waar hij Nederland in september betrad: Schiphol. Daar stond een gecharterde Learjet voor hem klaar die koers zette naar Gardermoen, het vliegveld van Oslo. Het ministerie van Justitie in Den Haag gaf die avond een verklaring uit waarin stond dat ,,de Noorse autoriteiten de Nederlandse regering hebben verzekerd dat Krekar in hechtenis zal worden genomen.'' Maar op Gardermoen was geen politie te bekennen. Wel tientallen journalisten. Want mullah Krekar is in Noorwegen, vanwege geruchten over banden met Al-Qaeda, al maanden groot nieuws.

De drie Nederlandse agenten die Krekar begeleidden, keken verbouwereerd om zich heen en kozen voor de pragmatische oplossing. Ze gaven de mullah een hand, wensten hem succes en verdwenen weer in de Learjet, terug naar Schiphol. Krekar omhelsde zijn vrouw, begroette andere familieleden en zat een uur later thuis, in zijn woning in Urtegt, Oslo. Daarmee kwam voor Najm al-Din Faraj Ahmad een voorlopig einde aan een raadselachtig Hollands avontuur.

Waarom zat mullah Krekar vier maanden in een cel in Vught? Onderzoek naar de feiten levert meer vragen op dan antwoorden. Maar één ding wordt duidelijk uit gesprekken met betrokkenen en uit documenten van de Nederlandse en Jordaanse Justitie, de Koninklijke Marechaussee, de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst: dit was geen gewone uitleveringszaak. Dit is een zaak waarin bijzonder weinig mensen op de hoogte zijn van alle feiten. En dit is ook een zaak waarin dingen gebeurden die uitzonderlijk zijn voor het Nederlandse uitleveringsrecht.

Chemische wapens

Wie is mullah Krekar eigenlijk? Najm al-Din Faraj Ahmad werd in 1956 geboren in de Iraakse provincie Al-Sulaymaniyah. Begin jaren tachtig vertrok hij voor een studie islamitisch recht naar Pakistan. Daar raakte hij betrokken bij het Afghaanse verzet, waarbij hij naar eigen zeggen nooit aan gewapende acties deelnam. Na Saddams aanval met chemische wapens op de stad Halabja in Krekars geboortestreek sloot hij zich aan bij de islamitisch Koerdische verzetsbeweging. Net als andere Koerdische verzetsleiders bracht hij zijn familie in veiligheid in Europa, maar bleef hij zelf regelmatig op en neer reizen naar Koerdisch Noord-Irak. In 1991 kreeg Krekar met vrouw en kinderen asiel in Noorwegen.

In de zomer van 2001 ontstond de Ansar al-Islam (volgelingen van de islam), die zich oorspronkelijk Jund al-Islam (soldaten van de islam) noemde. De nieuwe beweging ontstond uit een fusie van verschillende islamitische groepen en telt ongeveer 600 strijders. Radicale elementen hadden oorspronkelijk de overhand en riepen op tot een heilige oorlog in de regio. Of mullah Krekar die lijn ondersteunt is onduidelijk. Er zijn bronnen die hem juist als een gematigde compromisfiguur schetsen. Westerse Koerdistan-deskundigen, zoals Michiel Leezenberg, docent islamitische filosofie aan de Universiteit van Amsterdam, omschrijven Krekar meer als prediker die mensen in de moskee kon bewegen dan als militair leider. Maar rivaliserende anti-islamitische groeperingen zeggen dat Krekar banden heeft met Al-Qaeda en verantwoordelijk zou zijn voor talloze aanslagen. Overtuigende bewijzen daarvoor zijn er niet. Wel heeft Krekar zich ooit positief over Osama bin Laden uitgelaten. In juni 1991 noemde hij hem in een interview ,,het juweel in de kroon van de moslim-natie''. Daarbij past nuance, zegt Leezenberg: ,,Veel islamitische schriftgeleerden hebben, zeker vóór 11 september, dit soort kwalificaties gebruikt.''

Waar of niet, de suggesties over banden met Al-Qaeda en zelfs Saddam Hussein, hebben Krekar in Noorwegen in problemen gebracht. Na veel maatschappelijke druk is de Noorse justitie begonnen met onderzoek naar vermeende geldinzamelingsacties voor ,,guerrilla-activiteiten.'' Ook ontstond er de afgelopen maanden publieke discussie over Krekars vluchtelingenstatus. Moet die hem niet worden ontnomen als de mullah toch regelmatig in Noord-Irak is, zo vroegen Noorse politici zich publiekelijk af.

In die sfeer reist mullah Krekar in september 2002 naar Koerdisch Irak. Zoals vaker doet hij dat via Iran. Hoewel Teheran officieel ontkent, is praktijk dat mensen van Ansar al-Islam via dat land naar Koerdisch Noord-Irak reizen. Maar die keer komt er een kink in de kabel. Mullah Krekar zit in Teheran korte tijd vast en wordt het land uitgezet. Wat de achtergrond is van de plotselinge Iraanse koerswijziging is onbekend. Geruchten over een gunst van Iran voor westerse inlichtingendiensten zijn tegengesproken door de Iraanse regeringswoordvoerder Abdullah Ramezan Zadeh. Hij stelt dat ,,wij zo handelen met iedereen die verdachte banden heeft met terroristen'', zonder die banden overigens te specificeren.

Krekar wordt in Teheran op vlucht 765 van Iran Air gezet naar Amsterdam. Hij besluit, zo vertelt zijn broer in Noorwegen, in Amsterdam uit te stappen om zijn zwager te bezoeken. Krekar wil één nacht in Nederland blijven en daarna met trein en boot doorreizen naar Oslo. Zover komt het niet. Als vlucht IR 765 op 12 september rond tien uur in de ochtend op Schiphol landt, staat de Koninklijke Marechaussee aan de gate te wachten.

Uit processen-verbaal van de Dienst Grensbewaking blijkt dat er die ochtend, om half negen, een e-mail is ontvangen van de Nederlandse ambassade in Teheran. Die heeft op haar beurt een bericht gekregen van de Noorse diplomatieke vestiging waarin de reis van ,,vermoedelijk een Al-Qaedalid vanuit Teheran'' wordt aangekondigd. ,,Bij aantreffen van betrokkene wil ik u verzoeken contact op te nemen met uw Noorse collega's'', aldus de e-mail.

De marechaussee belt met de Nederlandse ambassade in Iran. Inmiddels weet men daar dat Krekar op vlucht 765 zit en dat hij ,,mogelijk door Jordanië in het kader van een uitlevering zou worden gezocht''. Later volgt er nog een fax van de ambassade waarin volgens het proces-verbaal staat dat ,,de betrokken persoon leider is van de Ansar al-Islam (...) en dat de vluchtelingenstatus inmiddels was ingetrokken door Noorwegen, maar dat hij nog wel beschikte over zijn documenten''.

Samenzwering

Wat de marechaussee op dat moment nog niet weet, is dat er die ochtend op de Nederlandse vestiging van Interpol een fax is ontvangen uit Amman. Afzender: het directoraat Publieke Veiligheid. In de korte fax wordt gesteld dat Krekar door de Jordaanse justitie wordt gezocht voor ,,criminele samenzwering om misdaden te plegen tegen individuen''. Specificaties ontbreken. Wel wordt om zijn uitlevering gevraagd.

Op Schiphol wordt Krekar ondertussen meegenomen door de marechaussee. Die neemt om kwart over elf 's ochtends contact op met de IND op de luchthaven. De Immigratie- en Naturalisatiedienst geeft opdracht om Krekar ,,op te houden en een onderzoek in te stellen omtrent de verblijfstatus van hem in Noorwegen.''

De marechaussee gaat aan de slag en belt met de Noorse Immigratiedienst. Daar blijkt men, aldus het proces-verbaal, ,,geheel met de zaak op de hoogte''. Tot verbazing van de dienstdoende marechaussee zal de Noorse ambassadeur in Den Haag hoogstpersoonlijk naar Schiphol komen voor ,,een onderhoud'' met Krekar. Op de vraag of het inderdaad zo is dat zijn vluchtelingenstatus is ingetrokken, komt geen antwoord: ,,De ambassadeur zou eerst met betrokkene willen spreken en daarna uitspraak doen omtrent zijn status.''

Terwijl er op Schiphol wordt gewacht op de komst van de Noorse diplomaat, is er contact met het openbaar ministerie (OM) in Haarlem over de mogelijke uitlevering aan Jordanië. Maar omdat er ,,op dat moment geen sprake was van een daadwerkelijk strafbaar feit of een concrete aanwijzing omtrent een uitlevering, kon door het OM geen actie worden ondernomen'', staat in het proces-verbaal.

Het Haarlemse parket weet niet dat er wel degelijk een concrete aanwijzing is voor een strafbaar feit in Jordanië. Die ochtend heeft de hoofddirecteur van de IND in Den Haag, Dick Schoof, een telefoontje gehad van de directeur democratische rechtsorde van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Volgens de AIVD wordt Krekar door Jordanië gezocht in verband met een bomaanslag in dat land, waarbij twee omstanders werden gedood. De informatie, die nog door de AIVD op papier zal worden gezet, is reden voor de IND om de marechaussee rond half zes de ,,concrete aanwijzing'' te geven Krekar de toegang tot Nederland te weigeren. ,,Dit naar aanleiding van een nog te ontvangen ambtsbericht van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst'', aldus het proces-verbaal.

Op Schiphol is inmiddels de Noorse ambassadeur gearriveerd. Als de marechaussee hem vraagt hoe het nou precies met de verblijfsstatus van de mullah zit, ontkent hij, anders dan de Nederlandse ambassade in Teheran heeft gemeld, dat Krekars paspoort niet meer geldig zou zijn. Wel heeft hij een ,,uitvoerig onderhoud'' met de mullah waarin hij hem vertelt dat ,,de Noorse regering een procedure zal opstarten waardoor mogelijk de legale verblijfsstatus (..) zal worden ingetrokken.'' Dat neemt niet weg dat Krekar volgens de ambassadeur gewoon naar Noorwegen kan reizen. ,,De weigering tot Nederland beschouwde hij (de ambasadeur, red.) als een beslissing van de Nederlandse overheid'', aldus het proces-verbaal.

Krekar overnacht op Schiphol. De volgende dag, vrijdag 13 september, zal de zaak worden afgehandeld. De marechaussee gaat ervan uit dat men, vanuit de Nederlandse optiek, snel van mullah Krekar af is. En de IND blijkbaar ook. Op die vrijdag bericht het hoofd van de IND op Schiphol dat Krekar de volgende dag, 14 september, ,,onder begeleiding van twee functionarissen van de Koninklijke Marechaussee'', naar Oslo zal reizen. Er wordt alvast een KLM-ticket geboekt.

Maar om half tien die avond krijgt de zaak een cruciale wending. Dan komt er een telefoontje binnen van bureau Interpol in Zoetermeer. Krekar moet, op last van het Haarlemse OM, toch worden aangehouden, omdat zijn uitlevering door Jordanië is gevraagd. Waar het OM de vorige dag niets kon doen met het vage Jordaanse uitleveringsverzoek, is de situatie nu blijkbaar anders. En inderdaad, Amman heeft aanvullende informatie gestuurd met een nieuwe verdenking: heroïnehandel. Werd er in de eerste fax nog niet gerept van drugs, een dag later is dat delict toegevoegd: ,,In vervolg op onze eerdere berichten (...) zijn wij ook geïnformeerd door onze competente autoriteiten dat hij is betrokken bij drugshandel (heroïne) van Noord-Irak naar ons land met hulp van Jordaanse burgers voor distributie.''

Het drugsdelict is een opmerkelijke toevoeging. Bronnen bij justitie, die anoniem willen blijven, vertellen dat uitleveringsverzoeken van Jordanië, áls ze al voorkomen, zelden in behandeling worden genomen. Daarvoor is een simpele reden. Nederland heeft geen uitleveringsverdrag met het Arabische land omdat er, zoals dat formeel heet ,,geen vertrouwen is in het rechtssysteem.'' Vandaar dat er nooit mensen aan Jordanië worden uitgeleverd.

Er geldt één uitzondering: het VN-verdrag tegen sluikhandel in verdovende middelen uit 1988. Volgens deze overeenkomst, waarbij bijna alle landen zijn aangesloten, zouden personen kunnen worden uitgeleverd als er sprake is van drugsdelicten. Dat is overigens een zeldzaamheid: in Nederland is nog nooit iemand op basis van alleen dit verdrag aan welk land dan ook uitgeleverd. Anders dan andere uitleveringsverdragen is de VN-overeenkomst bovendien een wat juristen `zwak verdrag' noemen: het schept geen verplichting, maar een bevoegdheid, zeker als het om een land als Jordanië gaat. Toch wordt het verdrag in de zaak-Krekar gebruikt.

De mullah zelf wordt in de vroege ochtend van 14 september met de drugsverdenking geconfronteerd. Tegen de hulpofficier van justitie op Schiphol zegt hij: ,,Heroïnesmokkel is mij onbekend. Ik ben een goed moslim. Wanneer ik word uitgeleverd aan Jordanië, vrees ik voor mijn leven, want Jordanië en Irak grenzen aan elkaar en ze sturen me zo naar Irak.'' Krekars verklaring wordt opgenomen, waarna de mullah wordt overgebracht naar de Penitentiaire Inrichting in Vught. Zijn KLM-ticket naar Oslo wordt geannuleerd.

Bomaanslag

Dat weekend gaat Krekars zwager in alle haast op zoek naar een Nederlandse advocaat. In Koerdische kringen kent men maar één kantoor: het Amsterdamse Böhler, Franken, Koppe, De Feijter, dat eerder de Koerdische leider Öcalan verdedigde. In de loop van de dag meldt Victor Koppe zich als raadsman. Hij krijgt van het OM te horen dat het om een drugsverdenking gaat, maar mag zijn cliënt niet bezoeken.

Inmiddels is de arrestatie van mullah Krekar uitgelekt. Het is groot internationaal nieuws. Alle media leggen een verband tussen de Ansar al-Islam-leider en Al-Qaeda en Saddam Hussein. Met name dat laatste trekt veel aandacht: het zou de eerste keer zijn dat er een verbinding zou lopen tussen Al-Qaeda en de Iraakse dictator.

Toevallig is er dat weekend in Kopenhagen een bijeenkomst van de ministers van Justitie van de EU met hun Amerikaanse ambtsgenoot John Ashcroft. Minister Donner bevestigt dat hij over de zaak-Krekar heeft gesproken en dat de VS ,,zeker belangstelling'' hebben. Op dat moment weet het ministerie van Justitie al dat er, naast de vermeende drugszaak, nóg een verdenking is. IND-directeur Schoof kreeg de donderdag ervoor immers het telefoontje van de AIVD over de bomaanslag.

Een dag later heeft de AIVD die informatie bevestigd in het reeds aangekondigde ambtsbericht. Dit document, ondertekend door AIVD-hoofd Van Hulst en in het bezit van deze krant, is gedateerd op 13 september en ,,dient ter bevestiging van de telefonisch verstrekte informatie'' op de dag daarvoor. In het bericht staat dat de AIVD ,,uit betrouwbare en kwetsbare bron heeft vernomen'' dat Krekar op het vliegtuig uit Iran is gezet, omdat ,,hij ervan werd verdacht deel uit te maken van het zogenaamde Al-Qaedanetwerk''. Over de aanslag staat er: ,,Voorts is bij de AIVD bekend dat betrokkene door de Jordaanse autoriteiten wordt gezocht, omdat hij ervan verdacht wordt betrokken te zijn geweest bij een bomaanslag op 28 februari 2002 op het Hoofd van de Afdeling Contraterrorisme van de Jordaanse Veiligheidsdienst, de GID, waarbij twee omstanders om het leven zijn gekomen.''

Vervolg op pagina 24

De minister en de heroïneverdachte

Vervolg van pagina 23

De AIVD-informatie past heel goed bij de verdenkingen die Amman in haar eerste fax omschreef (,,criminele samenzwering om misdaden te plegen tegen individuen'') en die niet op drugsdelicten sloegen. Die worden pas een dag later genoemd, als de Jordaniërs schrijven dat ze ,,ook'' zijn geïnformeerd over vermeende betrokkenheid van Krekar bij heroïnesmokkel.

Hoe betrouwbaar de informatie over de bomaanslag is, is onduidelijk. In de Jordaanse pers is terug te vinden dat de bomaanslag heeft plaatsgevonden. Maar een verband met Ansar al-Islam of mullah Krekar is nooit bewezen.

De gang van zaken roept veel vragen op. Is de verdenking van de bomaanslag slechts bedoeld geweest om Krekar snel in Jordanië te krijgen? En is, toen men zich realiseerde dat dat vanwege het ontbreken van een uitleveringsverdrag onmogelijk was, `overgeschakeld' op de drugsverdenking? Immers: dat is de enige mogelijkheid om iemand vanuit Nederland uit te leveren aan Jordanië.

De zaak wordt nog vreemder als uit navraag van deze krant blijkt dat het AIVD-ambtsbericht en de processen-verbaal van de marechaussee, waarin aan het AIVD-bericht wordt gerefereerd, niet in het uitleveringsdossier van Krekar zitten. Het OM in Haarlem, de rechter-commissaris – die over verlenging van Krekars uitleveringsdetentie heeft beslist – en de verdediging hebben er nooit kennis van kunnen nemen. Dat is een relevant punt. Zelfs al zou de drugsverdenking hard genoeg zijn, dan nog is het de vraag of de Nederlandse rechter iemand aan Jordanië zal uitleveren. Zeker als hij weet dat er nog een andere verdenking loopt. De door Jordanië gegeven `garantie' dat Krekar alleen voor drugs zal worden vervolgd doet daar niets aan af.

Krekars advocaat Koppe zegt de afgelopen maanden in diverse media dat de drugsverdenking een gelegenheidsargument is, bedoeld om Krekar naar Jordanië uitgeleverd te krijgen. ,,Een vriendendienst voor de Amerikanen'', aldus Koppe, refererend aan berichten, onder meer in The Washington Post van 23 december 2002, dat de VS landen als Jordanië of Marokko gebruiken om Al-Qaeda-verdachten aan de tand te voelen.

In een brief van 28 november 2002 aan minister Donner vraagt Koppe expliciet of de bewindsman, ,,dan wel enig andere Nederlandse overheidsinstantie (...) wetenschap heeft over een verdenking jegens mijn cliënt in Jordanië van andere feiten dan de feiten waarvoor thans zijn uitlevering wordt gevraagd''. Justitie ontkent. Ook tegenover de pers zegt het departement dat er ,,van meet af aan'' maar één verdenking was: heroïnesmokkel.

Vorige week donderdag diende de zaak bij de Haarlemse rechtbank. De verdediging houdt het OM voor dat er meer verdenkingen dan alleen de drugs moeten zijn. Aanwijzingen genoeg: de kennelijke betrokkenheid van de Amerikanen, het feit dat de heroïnezaak in de eerste Jordaanse fax niet genoemd wordt. Bovendien blijven antwoorden op talloze vragen over de inhoudelijke kant van de drugszaak uit, bijvoorbeeld over de medeverdachten. De officier van justitie erkent dat deze vermoedens voor de hand liggen. Maar het blijven vermoedens, zo zegt zij.

De rechtbank gaat daarin mee: ,,Op grond van hetgeen uit de zich in het uitleveringsdossier bevindende stukken naar voren komt (...) is de rechtbank van oordeel dat voorshands niet aannemelijk is geworden dat er sprake is van misleiding door de minister'', aldus het vonnis van donderdag 10 januari. Geen van de partijen, rechtbank, OM en verdediging, weet op dat moment van de AIVD-informatie over de bomaanslag. De zaak werd doorgeschoven naar 23 januari. Op die dag stond de zitting over de uitzetting naar Jordanië gepland.

Die zitting zal niet meer doorgaan. Want maandagmiddag besloot minister Donner onverwacht om de mullah uit te zetten naar Noorwegen. Volgens een persbericht omdat Jordanië geen antwoord gaf op vragen over de overhandiging van het aanhoudingsbevel en over de relevante wetsartikelen. Omdat de Noren de ,,meeste aanknopingspunten'' voor vervolging hadden en Nederland de garantie had dat hij zou worden gearresteerd, werd hij op het vliegtuig naar Oslo gezet.

Ook hier weer veel vragen. Het OM in Haarlem werd pas zeer laat ingelicht over de plotselinge uitzetting. Het moest van de Penitentiaire Inrichting in Vught horen dat Krekar vrij zou worden gelaten. Daar was hij in grote haast vertrokken. Het OM belde vervolgens raadsman Koppe. Die was, samen met een collega, op tijd op Schiphol om zijn cliënt te zien. Vervolgens ontspon zich een situatie die gisteren door de Vereniging van Strafrechtadvocaten werd omschreven als ,,ronduit schokkend en in flagrante strijd met de uitgangspunten van een democratische rechtsstaat die Nederland pretendeert te zijn.''

Mullah Krekar besloot, op advies van zijn advocaten, op Schiphol asiel voor Nederland aan te vragen. Daarvoor had hij twee redenen. In de eerste plaats wist hij van de Noorse ambassadeur dat zijn vluchtelingenstatus wellicht zou worden ingetrokken. In de tweede plaats was hij ervan op de hoogte dat er een strafrechtelijk onderzoek in Noorwegen tegen hem loopt. Volgens het Vluchtelingenverdrag en de Vreemdelingenwet had hij het recht asiel aan te vragen en de behandeling in Nederland af te wachten.

Deze keer besloot de IND op Schiphol de schriftelijke asielaanvraag na twintig minuten af te wijzen, ongebruikelijk snel. Toen de advocaten protesteerden en zeiden dat hier sprake was van een verkapte uitlevering, werden zij gesommeerd een busje van de marechaussee te verlaten. Zij weigerden en werden gearresteerd. Mullah Krekar vloog terug naar Oslo. Hij was eerder thuis dan zijn Nederlandse raadslieden. Die zaten tot half één vast in de post van de Koninklijke Marechaussee op Schiphol Triport 2.

Zo eindigde het Nederlandse avontuur van Najm al-Din Faraj Ahmad met een scala aan vragen. Wat was de rol van Nederland, Jordanië, Noorwegen en de VS? Waarom werd de AIVD-informatie verzwegen tegenover het eigen openbaar ministerie, en tegenover de rechtbank? Waarom moest de uitzetting naar Oslo ineens zo snel?

In een reactie zegt het parket in Haarlem dat het OM in de uitleveringszaak niets anders bekend was dan de drugsdelicten. ,,Alleen daarop hebben wij geacteerd'', aldus persofficier Hartjes. Een woordvoerder van het minister van Justitie erkent dat het AIVD-ambtsbericht over de bomaanslag bestaat, maar hij wil ,,bevestigen noch ontkennen'' of de informatie aan het OM in Haarlem is overhandigd.

Mullah Krekar is nog steeds op vrije voeten. De Noorse hoofdaanklager Lasse Qvigstad heeft laten weten dat er geen juridische basis is om hem vast te zetten. Het onderzoek naar zijn vluchtelingenstatus is nog niet afgerond. De Amerikanen, die maandag door minister Donner werden ingelicht over de uitzetting naar Noorwegen, hebben kribbig gereageerd. Hoewel zij niet om Krekars uitlevering hebben gevraagd en officieel zeggen dat hij in de VS niet verdacht wordt van strafbare feiten, heeft Washington er bij Noorwegen op aangedrongen om de mullah in zijn bewegingsvrijheid te beperken. Maar natuurlijk, zo voegde een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken eraan toe, willen we ,,er zeker van zijn dat personen verdacht van betrokkenheid bij terrorisme nauwgezet worden behandeld; via de juiste juridische wegen.''