De kudde op drift

Mensen zijn kuddedieren, zegt men. Voor aanhangers van het Führerprinzip was dat een argument tegen de democratie: de kudde is het beste af met een machtige leider. Maar de vrees dat verkiezingen een vorm van kuddegedrag zijn, denk aan het begrip stemvee, blijft niet beperkt tot aanhangers van een dictatuur. Toen de socialisten invoering van het algemeen kiesrecht eisten, betoogden de hogere standen dat het plebs, als het stemrecht kreeg, de staat onherroepelijk zou uitleveren aan volksmenners, inspelend op de laagste hartstochten. Conservatieven en liberalen beschouwden het algemeen kiesrecht dan ook als niets anders dan de georganiseerde afgunst en de georganiseerde haat van het volk tegen de weldenkenden en welgestelden.

Nu is moeilijk te ontkennen dat bij verkiezingen allerlei vormen van kuddegedrag een rol spelen. Vroeger was het electoraat keurig verdeeld in een aantal kuddetjes, zuilen genaamd, elk met hun eigen goede herder, die bijvoorbeeld Romme of Drees of Oud heetten. Toen kwamen de televisie en de ontzuiling. `Don't follow leaders', zong Bob Dylan. Maar ja, de kuddegeest blijft vaardig over de kiezer. Nu heet het dat Maurice de Hond de uitslag kan manipuleren door woensdag voortijdig te vertellen wat de mode voorschrijft. En het schijnt wel vast te staan dat opiniepeilingen enige invloed op het feitelijke stemgedrag uitoefenen.

Die wijsheid heb ik uit het deze week gepubliceerde onderzoek naar de rol van de media bij de Tweede-Kamerverkiezingen van mei 2002. Onder de titel Puinhopen in het nieuws analyseerden vijf communicatiedeskundigen, aangevoerd door hoogleraar aan de Vrije Universiteit Jan Kleinnijenhuis, de samenhang tussen het door de media geselecteerde nieuws en de meningen van de kiezers. En wat dacht u? De kudde laat zich niet meer leiden door haar herders, ook niet door volksmenners, maar door de media. Maar door wie of wat laten de media zich leiden?

Eén ding staat vast: meningen in columns en commentaren hebben geen enkele invloed. Of ik hier nu een pleidooi ga afsteken voor Winny de Jong of Jan Peter Balkenende, het zal geen enkele kiezer ook maar iets uitmaken. Nee, het is de nieuwsberichtgeving die sterke invloed heeft op het stemgedrag. De onderzoekers pasten een statistische analysetechniek toe op acht media en constateerden dat het nieuws vorig jaar ,,een eindeloos herhaalde achtstemmige fuga was met variaties op Fortuyns credo van de `paarse puinhopen'.'' Het waren de journalisten die kuddegedrag vertoonden.

Een paar citaten uit het onderzoek. ,,De `paarse puinhopen' die Fortuyn schetste en die in de media breed werden uitgemeten, hebben hun uitwerking niet gemist. De werkelijkheid zag er in Nederland ineens een stuk somberder uit. Door de eindeloze herhaling van slecht nieuws over de gezondheidszorg, het onderwijs, de files, de integratie van immigranten, enzovoorts, werden de paarse regeringspartijen gesloopt.'' ,,Het aanzetten van de paarse puinhopen in het nieuws en het centraal benadrukken van rechtse thema's en van de problematiek rond de asielzoekers, heeft aan de basis gestaan van de aardverschuiving.''

Geen sprake van demonisering van Fortuyn, integendeel, diens opvattingen weerklonken in de wijze waarop de media de werkelijkheid in Nederland anno 2002 weergaven. Vervolgens stellen de onderzoekers de vraag hoe het mogelijk is dat `objectieve' media zo berichten dat de ene partij duidelijk bevoordeeld wordt ten koste van de andere. Journalisten hebben zich na mei vorig jaar wel de vraag gesteld hoe het kon dat zij de in Nederland bestaande onvrede niet eerder hadden gesignaleerd, maar een andere vraag bleef buiten beschouwing: of de media zelf door hun berichtgeving over de verkiezingscampagne de onvrede en het onbehagen aangewakkerd hebben. Hoe konden zij zich zo laten meeslepen? ,,Immers, als paars zoveel puinhopen had geproduceerd de afgelopen jaren naar de mening van de journalisten zelf, waarom had dat dan nog nooit de voorpagina's gehaald?''

Conclusie: de journalistiek heeft vorig jaar niet alleen Fortuyns kritiek weergegeven, maar diens beeld van de werkelijkheid versterkt en ingang doen vinden. Dit geldt volgens de onderzoekers voor alle door hen geanalyseerde media, van de kranten het sterkst voor NRC Handelsblad en De Telegraaf, van de omroepen het sterkst voor SBS6.

Partijdigheid speelt daar geen rol in, van manipulatie was geen sprake. Kleinnijenhuis heeft een ander soort kritiek. ,,Uit dit onderzoek blijkt dat media-effecten krachtig zijn. Dat brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Journalisten lijken echter alleen verantwoording af te willen leggen over de vorm van hun nieuws. Als het nieuws gebaseerd is op (meerdere) betrouwbare bronnen, als het nieuws in grote lijnen voldoet aan journalistieke normen als onpartijdigheid en toepassing van hoor en wederhoor, is het nieuws volgens journalisten gelegitimeerd. Voor de uiteindelijke consequenties van het nieuws voelt niemand zich verantwoordelijk.''

Volgens de onderzoekers ligt hier een taak voor de hoofdredacteuren die immers het geheel overzien. Anders groeit de journalistiek, betogen zij, uit tot een machtige institutie, waar niemand verantwoordelijk is voor de eindregie. Zij vinden dat van de journalistiek ,,een bijdrage mag worden verwacht om het publiek te immuniseren tegen hypes''. Inenten tegen mond- en klauwzeer moeten we het stemvee. Maar hoe? Er is toch niet één `eindregie' denkbaar voor een pluriforme pers? Dat zou pas tot Orwelliaanse manipulatie kunnen leiden. Veel verdergaande eisen dan diversiteit, betrouwbaarheid en relevantie mag men niet stellen zonder te raken aan het hoogste goed dat de journalistiek de democratie te bieden heeft: haar onafhankelijkheid.

Eindregie is om van te gruwen. Hoe kun je als journalist verantwoordelijk zijn voor `de consequentie' van nieuws? Maar toch, de kritiek van de onderzoekers op de wijze van beïnvloeding van het publiek (er was volgens hen vorig jaar voornamelijk `rechts nieuws' in de media) is daarmee niet weerlegd. De kern van die kritiek betreft de wijze waarop journalisten zich, ook als zij hun vak gewetensvol uitoefenen, op hun beurt laten beïnvloeden door `de stemming in het land', handige campagnes van politici en voorlichters, opiniepeilers, en veronderstellingen over wat het publiek graag zou willen horen.

Ten strijde tegen de kuddegeest!

    • Elsbeth Etty