De geheime autorit van Elfstedenheld Gemser

De Elfstedentocht van 1963 was de zwaarste race aller tijden. In de schaduw van winnaar Reinier Paping reed de latere bondscoach Henk Gemser zonder medeweten van de wedstrijdleiding twee kilometer in een auto.

De historische prestatie van Reinier Paping om als eerste te eindigen in de Elfstedentocht van 1963 heeft een schaduw geworpen over de rest van de tocht. Zo is het verhaal van de 10.000 toerrijders nagenoeg onbekend. Als we weten dat vandaag exact veertig jaar geleden er slechts 69 voor middernacht in Leeuwarden aankwamen, is meteen duidelijk dat het begrip `Hel van het Noorden' een understatement is. In dat gevecht tegen de elementen om het Elfstedenkruisje te bemachtigen, zien we een Nederland dat nu niet meer bestaat. Het was de laatste Elfstedentocht die in zwart-wit werd geschaatst.

De verhalen en belevenissen van de toerrijders van 1963 tarten ons huidige besef. Het stormde die dag onbarmhartig, in de donkere uren vroor het soms twintig graden. Het was de koudste dag van de koudste winter van de twintigste eeuw. Om 20.10 uur was Bertus Poiesz uit Steenwijk de eerst binnenkomende toerrijder. Iets voor middernacht was George Schweigmann uit Leeuwarden de laatste die over de eindstreep kwam. Hij had toen achttien uur op de schaatsen gestaan om zijn kruisje te verdienen. Allemaal hebben ze tussen Dokkum en Leeuwarden de moeilijkste momenten gehad. Regels werden overtreden, er werd alleen nog aan overleven gedacht, de mannen vielen bijna in slaap als ze voor de zoveelste keer in een sneeuwduin vielen.

Zo haalde de latere bondscoach Henk Gemser de eindstreep. Vanaf Franeker reed hij samen met Henk Buma, een klasgenoot uit Franeker. Ze wisten niet meer wat ijs was en wat weiland. Ze belandden met de schaatsen onder bij een boer op het erf. Verbaasd vroeg die aan de twee wat ze daar deden. ,,We zijn met de Elfstedentocht bezig'', antwoordden ze. ,,Oh, de vaart ligt 200 meter verderop.'' Gemser nu: ,,Die konden we gewoon niet meer vinden, want er was geen vaart meer. We hadden net zo goed kunnen verdwalen.''

Het ijs was onbegaanbaar. Gemser: ,,Dan liepen je schaatsen vast, en ging je plat op je bek. Als je eenmaal lag – en dat was dus de mazzel dat Henk Buma en Henk Gemser samen waren – wilde je blijven liggen. Er was absoluut geen behoefte meer om op te staan. Je was doodop en je was inderdaad met je grenzen bezig. Nou, wat deden we dan? Dan schopten we elkaar gewoon met de punt van de schaats omhoog. Daar was geen enkele vorm van diplomatie meer bij in die discussies. Je vloekte elkaar stijf. Je vloekte elkaar letterlijk weer op de schaatsen, en dan ging je weer verder.''

Om die eindstreep te halen, hebben Gemser en Buma de meest fundamentele regel van de Elfstedentocht geschonden: ze hebben twee kilometer in een auto gezeten en zijn toen weer verder geschaatst. Ze waren bang door een geheime controle van het ijs te worden gehaald. Bij Oudkerk stond namelijk een groep mensen, van wie de twee schaatsers dachten dat zij hen van het ijs zouden halen.

Gemser: ,,Een man heeft ons toen door Oudkerk gereden en heeft ons aan het einde van de bebouwde kom weer op het ijs afgezet. Vanaf daar zijn we verder geschaatst naar de Groote Wielen, naar de finish. Ik vertel dit voor het eerst. Niemand wist dit, behalve Henkie Buma. En die chauffeur. Dat wij tijdens de Elfstedentocht van 1963 een kilometer of twee niet geschaatst hebben, maar achterin een auto heb gezeten, 's nachts om een uur of half elf.''

En zo heeft elke rijder zijn eigen, unieke verhaal. De Brabander Kees Bovée bijvoorbeeld was de enige zuiderling die als toerrijder Leeuwarden haalde. De laatste uren hebben hem letterlijk een trauma opgeleverd. In doodsangst strompelde hij de laatste kilometers naar de finish toe. ,,Toen de misère het hoogste was, begon ik te hallucineren. Ondanks dat ik scheel zag van ellende zag ik visioenen van een lekker warm bed en een rijkelijk met etenswaren gevulde tafel. Soms viel ik twee keer op een meter, maar de angst om hier alleen achter te blijven hielp me iedere keer weer omhoog om verder te gaan. Als dat het plezier is van een Elfstedentocht rijden en je je echt zorgen gaat maken om je leven er niet bij in te schieten, dan hoeft het voor mij nooit meer. Dat waren de gedachten die mijn hersenen teisterden. Ik begon deze ijsklassieker te haten.''

Twee jaar lang kon Bovée niet meer knielen in de kerk door de vele valpartijen. Een jaar lang droeg hij een zonnebril, omdat zijn ogen bevroren waren geweest en daarom geen licht meer konden verdragen.

De Elfstedentocht van 1963 heeft niet voor niets mythische proporties aangenomen. Nederland keek die dag met verbazing, verwondering en verbijstering naar de prestatie die werd geleverd. Naar het gevecht tegen de elementen, het verleggen van de persoonlijke grenzen en de uiterste wil om de eindstreep te halen. En in al die jaren daarna groeide de bewondering voor deze mannen. Niet alleen omdat we 22 jaar moesten wachten op de volgende editie, maar ook omdat deze tocht werd geschaatst in een Nederland dat niet meer bestaat, dat nooit meer zal terugkomen. De wilde jaren zestig begonnen pas daarna en zouden ons land blijvend veranderen. Maar de Tocht van 1963 was nog de Tocht van het oude, rustige en overzichtelijke Nederland. Als er nu een Elfstedentocht komt, wordt die in kleur verreden.

Vandaag verschijnt het boek De mannen van '63 (uitgeverij Van Wijnen in Franeker) van de auteurs Marnix Koolhaas en Jurryt van de Vooren.

    • Jurryt van de Vooren