`Bewijzen tegen Saddam zullen komen'

,,Het bewijs tegen Saddam Hoessein is overduidelijk. Het zal op tafel komen als hij eenmaal weg is. Het spreekt boekdelen, al een paar jaar lang. It is pretty hot.''

Dat zegt een hoge functionaris van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, die onder voorwaarde van anonimiteit spreekt over de afweging die voorafgaat aan een beslissing om al dan niet geweld tegen Irak te gebruiken.

De Amerikaanse regering beseft goed dat Europa bewijzen wil zien. Minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell heeft gesuggereerd dat die komen, maar het probleem is dat daarmee bronnen in levensgevaar worden gebracht. Het gaat dus niet alleen om satellietfoto's? ,,Op foto's zie je bunkers, gebouwen, maar niet wat daarbinnen gebeurt.''

Een tweede reden waarom Washington tot nu toe heeft gewacht met het vrijgeven van de bewijzen is dat daarmee de mogelijkheid langs de zelfde weg meer cruciale inlichtingen te krijgen wordt afgesneden. Maar Blix en zijn inspecteurs in Irak krijgen alle aanwijzingen die zij nodig hebben. ,,Die informatie is onderweg opdat hij naar de juiste plekken kan gaan en de juiste mensen kan ondervragen,'' aldus de functionaris.

De vondst van lege chemische wapenkoppen is voor Bush opnieuw een bewijs dat Saddam Hoessein zijn verplichtingen niet nakomt. Het Witte Huis noemt die vondst ,,ernstig en zorgwekkend'', maar evenals Blix geen `smoking gun'. De bewijslast ligt niet bij de VN-inspecteurs, maar bij Irak, zegt het Witte Huis. Hoe lang wacht de wereld nog op bewijzen dat hij heeft ontwapend? De datum van 27 januari, waarop de missie-Blix verslag uitbrengt aan de V-raad, is voor Washington geen absolute einddatum - ,,dat misverstand is ontstaan''.

De Amerikaanse regering heeft geen behoefte aan een tweede resolutie van de V-raad om geweld tegen Irak goed te keuren, maar men erkent dat veel landen er op prijs stellen. Powell probeert ,,een platform te creëren waarop iedereen zich comfortabel voelt om zo nodig handelend op te treden.''

Van EU-regeringen, NAVO-partners en Oost-Europese landen die lid zijn van het Partnership for Peace krijgt Washington ,,grote steun bij het vormen van een coalitie voor het geval militaire en logistieke steun nodig is voor een oorlog tegen Irak''. Washington is zich bewust van de kritiek dat zij de NAVO- en andere partners te weinig en te laat heeft betrokken bij de operatie-Afghanistan. Dat gaat nu anders.

Het State Department roemt de huidige samenwerking met de Europese bondgenoten, ook met Frankrijk, dat in de Veiligheidsraad lang weerstand bood. Men zegt zelfs niet op te zien tegen het Raadsvoorzitterschap van Duitsland, dat in anti-Amerikaans vaarwater terecht kwam en niet meedoet aan militair optreden tegen Irak. ,,De betrekkingen met Duitsland zijn weer normaal''.

    • Marc Chavannes