Wraak is zoet voor OM's Tonino

Het Openbaar Ministerie behaalde gisteren succes in de beursfraudezaak `Clickfonds'. Vooral het feit dat de rechtbank meer gewicht toekende aan de strafbare feiten dan aan juridische voorvragen, pakte goed uit voor justitie.

Zoete wraak voor Joost Tonino.

De fraude-officier van het Amsterdamse parket was eind vorig jaar het gesprek van de dag toen de televisiecamera's nauwgezet registreerden hoe hij in de rechtszaal tegen de grond werd geslagen door Clickfonds-hoofdverdachte Dirk de Groot.

Gistermiddag haalde Tonino zijn gram. Met de zwaarste veroordeling tot nu toe in de beursfraudezaak `Clickfonds' – 15 maanden onvoorwaardelijk en een boete van 200.000 euro – kon op het parket de vlag uit.

Het openbaar ministerie (OM) kan om meerdere redenen verheugd zijn met het oordeel. Los van de strafmaat was de motivatie van het vonnis door de rechters een flinke opsteker voor Tonino en consorten. De Clickfondskamer – de speciaal voor de beursfraudezaak samengestelde rechtbank – koos ervoor om de beoordeling van de strafbare feiten meer gewicht te geven dan enkele juridische voorvragen.

Voor het OM is dat een klinkende overwinning. In een eerdere grote Clickfondszaak, tegen het voormalige effectenhuis Leemhuis en Van Loon, ging justitie onderuit nog vóórdat de rechtbank goed naar de strafbare gedragingen kon kijken. Het OM werd niet ontvankelijk verklaard wegens fouten in het vooronderzoek.

In de zaak tegen De Groot, een in Zwitserland woonachtige Nederlandse vermogensbeheerder, speelden diezelfde fouten, misschien nog wel meer dan in de Leemhuis en Van Loon-kwestie. Maar de rechtbank oordeelde dat de schade die De Groot daarvan geleden had niet dermate groot is dat zijn hele zaak van tafel moest worden geveegd. De fouten zijn met strafvermindering gecorrigeerd, waarna de rechtbank gedetailleerd de strafbare gedragingen onder de loep heeft genomen.

De Groot is door het OM neergezet als spin in het web van een stelsel van coderekeningen. Die werden in Nederland, vaak met tussenkomst van effectenhandelaren, aan cliënten aangeboden om zo de fiscus te ontlopen. De Groot beheerde het geld in Zwitserland. In sommige gevallen werd het via de Amsterdamse beurs `witgewassen'. De Clickfondskamer volgt in grote lijnen de visie van het OM. Het verweer van de 71-jarige vermogensbeheerder dat hij, als professionele Treuhänder, in feite weinig anders deed dan filialen van Nederlandse banken in Zwitserland, werd van tafel geveegd. Het verwijt, zo stelt de rechtbank, is niet het optreden als Treuhänder, maar het feit dat De Groot de regels misbruikte en zo meewerkte aan fiscale fraude van zijn cliënten.

Daarbij oordeelt de rechtbank hard: ,,Uit puur geldelijk gewin heeft verdachte zich ingelaten met een ieder die zich met zijn hulp wilde verrijken (..) Verder is verdachte er niet voor teruggedeinsd om op geraffineerde wijze zwart inkomen wit te wassen door effectenstaten en andere documenten te vervalsen.''

De Clickfondskamer verwijt De Groot dat hij te weinig verantwoordelijkheid nam. Volgens de rechters had hij kunnen weten dat de coderekeningen waren bedoeld voor belastingontduiking en heeft hij, door niet door te vragen bij zijn cliënten, zelfs het risco genomen dat hij werkte met crimineel geld.

Het grotendeels veroordelen van de gedragingen van De Groot, is de belangrijkste winst voor het OM. De zaak is de ruggengraat van de oorspronkelijke Clickfonds-verdenkingen uit 1997. Met dit harde oordeel kan makkelijker de legitimiteit van de beursfraude-operatie worden verdedigd.

Justitie heeft daarbij wel een duwtje in de rug gehad van de rechtbank, die in het vonnis-De Groot het optreden van het OM in Zwitserland weinig gewicht toekent. Daarbij gaat het niet alleen om de onzorgvuldigheden in de rechtshulpprocedure, maar ook om complexe vragen over de reikwijdte van bijvoorbeeld het fiscale Zwitserse voorbehoud.

De Clickfondskamer heeft steeds geweigerd deskundigen over de aspecten rond deze Zwitserse vragen te horen. In het vonnis-De Groot geeft de rechtbank weliswaar haar visie, maar of die, vanuit Zwitsers juridisch oogpunt, ook de juiste is, blijft de vraag.

Het lijkt onbevredigend dat, nu alle feiten bekend zijn, niemand van Zwitserse kant zijn licht over deze vragen heeft kunnen laten schijnen. Deze `witte vlek' in het Clickfonds zal ongetwijfeld weer aan de orde komen in de beroepszaken bij het Hof, die binnenkort van start gaan. Dat neemt niet weg dat, na het vonnis-De Groot, voorlopig niemand meer kan zeggen dat de beursfraudezaak voor het Openbaar Ministerie `totaal' mislukt is. Vooral dat zal Tonino als zoete wraak ervaren.

    • Joost Oranje