Tom Petty

Symphatieke muzikant, Tom Petty. Hij maakt melodieuze rockmuziek met directe teksten, en ligt al sinds het begin van carrière midden jaren zeventig regelmatig met z'n platenmaatschappij overhoop over bijvoorbeeld de in zijn ogen te hoge cd-prijzen.

Op The Last DJ wordt Petty's ongenoegen over de platenbiz het voornaamste onderwerp van vier van de twaalf liedjes. Dat leidt in drie gevallen helaas tot het soort protestsong waarin de boodschap de luisteraar tot vervelens toe wordt ingepeperd. Ellenlange coupletten waardoor je gaandeweg naar het einde snakt (in het titelnummer en in Money Becomes King, eendimensionale teksten, (platendirecteuren met dikke sigaren in Joe) – kortom, veel van wat zo onuitstaanbaar was in de jaren zestig wordt hier nog eens uit de kast gehaald.

Daar staat tegenover dat er ook een heleboel leuke dingen uit die jaren nog eens voorbij komen. Van zijn samenwerking met Orbison, Dylan en Harrison in The Traveling Wilburys is bij Petty kennelijk vooral de invloed van Jeff Lynne blijven hangen: het lijkt warempel wel of er een light-versie van het Electric Light Orchestra aan de gang is in Dreamville, en dat klinkt verrassend aangenaam. En niet alleen ELO, ook de progrock van Jethro Tull steekt subtiel de kop op, in Lost Children. Lennon en z'n mede-Beatles klinken door in het enige mooie, want persoonlijk getinte protestlied Can't Stop The Sun, en de Stones van Wild Horses komen voorbij in het rafelige countryrocknummer Blue Sunday. Zo is The Last DJ mits je de nummers 1, 2 en 4 overslaat toch nog een mooie plaat, modern geproduceerd met subtiele, klassieke popornamenten.

Tom Petty/Heartbreakers: The Last DJ. Warner Bros. 9362-47955-2

    • Bart Jippes