Sober tussen wulpse schoorsteenstukken

Wie aan de bronzen huisbel trekt, de marmeren gang inloopt, en dan een blik werpt in de grote zaal met idyllische wandtapijten, waant zich op bezoek bij de Dordtenaar Simon van Gijn. Deze erudiete advocaat, bankier en verzamelaar woonde aan de Nieuwe Haven 29, keek uit op de aangemeerde zeilboten, toen de enige verbinding met het vasteland, en als hij zijn hoofd een kwartslag draaide, kreeg hij de gotische Grote Kerk in het vizier, het baken van Dordt. In de kerk sta je nu nog paf van al die verschillend gedecoreerde koorbanken.

Van Gijn (1836-1922) hield van Nederland en het verleden. Hij hield ook van het Oranjehuis, en de prenten, keramische stukken en wapens die hij daarover verwierf, worden tot op de dag van vandaag tentoongesteld in het onlangs gerestaureerde Simon van Gijn Museum. Maar nóg liever was hem het 17de en 18de-eeuwse Dordrecht, het eiland tussen Merwede, Maas en Dordtse Kil dat in zijn jeugd zo lag te verpauperen dat er alleen nog maar gesloopt kon worden. Hij deed wat in zijn vermogen lag om het stadsbeeld in zijn grafische en tekenkunstige glorie te collectioneren. En de gemeentelijke archiefdienst dankt aan hem ruim vijfduizend tekeningen, prenten, kaarten, foto's en affiches.

In Het leven van de verzamelaar van Ella Reitsma, die eerder een boek over kunstenaarshuizen in Europa schreef, leren we Simon van Gijn een beetje beter kennen. Hij was een patriciërskind dat met zijn ouders door Europa reisde, dat al aardig kon tekenen, keurig notities maakte over zijn leven van alledag en al op het internaat in Voorburg aan het verzamelen sloeg, mede dankzij de aansporingen van zijn leraar oude talen, Jan Christiaan Drabbe, die hem later bleef adviseren. Na zijn rechtenstudie in Leiden trouwde hij met Cornelia Agatha Vriesendorp. Ze bleven kinderloos, maar namen samen de modernisering van hun 18de-eeuwse pand ter hand. Cornelia stierf korte tijd later, en Van Gijn werkte nog 33 jaar gestaag aan zijn collecties voort – met altijd het portret van zijn vrouw en zijn hondje Othello in de buurt, en met de zorg van zijn huishoudster juffrouw Fijn van Draat.

Van Gijn hield privé wat privé was. Toen hij in 1922 zijn huis, tuin, naburige panden en historische atlas naliet aan de Vereniging Oud-Dordrecht, verdwenen persoonlijke documenten naar erfgenamen. Tóch meandert Reitsma behendig door dit degelijke leven en mede dankzij een ware overvloed aan illustraties – ook Van Gijns eigen schetsen – weet zij een sfeervol beeld op te roepen van Dordrecht, toen en nu. Fotograaf Marco van Nood mocht intussen door het museum dwalen, naar zolder en rode zaal, naar keuken en bibliotheek. Van lambriseringen, goudleerbehang en muurschilderingen zoomt hij in op gordijnkwasten, houtinlegwerk, kinderspeelgoed, modelschepen en wulpse schoorsteenstukken.

De aimabele Van Gijn leefde sober maar vorstelijk. Deze uitgave zou hem deugd hebben gedaan. Zoals hij er ook plezier in zou hebben gehad dat zijn museum in deze voortreffelijke staat nog aan de Nieuwe Haven staat. Dordrecht en zijn verleden gaat nu veel méér mensen ter harte, zo blijkt uit het feit dat twintig Dordtse bedrijven, begunstigers van het museum, het boek financierden.

Ella Reitsma en Marco de Nood: Het leven van de verzamelaar, Simon van Gijn advocaat, bankier, koopman. Simon van Gijn – museum aan huis, 190 blz. €31,40

    • Marianne Vermeijden