Politiecontract

,,Tegenover één politie-euro staat steeds minder opsporing'', noteerde een medewerker van het openbaar ministerie onlangs in het Tijdschrift voor de politie. Uitbreiding van de politiesterkte, een vast agendapunt op de politieke agenda's, leidt niet automatisch tot hogere ophelderingspercentages. Het zorgt ook niet vanzelf voor meer dienst- of hulpverlening of voor een afname van gevoelens van onveiligheid. Het demissionaire kabinet heeft daarom het initiatief genomen tot een prestatiecontract, te sluiten met de landelijke politietop en het korpsbeheerdersberaad en uit te werken in de diverse regio's. De formule doet een beetje denken aan een loonakkoord dat wordt uitgewerkt in afzonderlijke CAO's. Net zoals het loonakkoord is het politiecontract in zwaar weer beland. Het kabinet wil deze maand nog tekenen, maar de politiepartners zien beren op de weg.

Het contract met de politie vormt een belangrijk onderdeel van het veiligheidsplan dat het kabinet-Balkenende presenteerde vrijwel op de dag dat het uiteenviel. Het ambitieuze doel is criminaliteit en overlast in de publieke ruimte in vijf jaar tijd met 20 tot 25 procent terug te dringen.De aandacht wordt daarbij vooral gericht op ,,veelplegers en hardekernjongeren''. De politie moet meer verdachten aanleveren bij het OM en ook zelf meer bonnen uitschrijven. In de bedrijfsvoering wordt een efficiencyverbetering van 5 procent (inclusief terugdringen van het ziekteverzuim) bedongen. Het gemiddelde percentage van de bevolking dat in de zogeheten monitor zegt tevreden te zijn over de politie moet omhoog.

Er wordt nogal wat geëist van de politie. Daar moet wat tegenover staan, aldus de demissionaire minister van Binnenlandse Zaken, Remkes. Hij stelt een uitbreiding van de sterkte met 4.000 plaatsen in het vooruitzicht. De burgemeesters hebben eerder al laten weten dat deze niet valt te financieren uit de `veiligheidsenveloppe', de extra fondsen die het kabinet heeft uitgetrokken. Remkes heeft moeten toegeven het aantal van het Strategisch Akkoord niet helemaal te halen. Het bezwaar van de korpsbeheerders is vooral dat niet alleen de politie moet worden gebonden aan afspraken, maar ook de `ketenpartners', zoals het OM en de rechtspraak.

Dit laatste raakt de achilleshiel van het hele plan. OM en rechter kunnen natuurlijk nooit een garantie geven over het percentage veroordelingen. Het is ook zeer de vraag wat de meerwaarde is van een kale verhoging van het aantal uitgedeelde boetes – behalve dat

het aardig aantikt voor de schatkist. Het politiebedrijf leent zich bepaald voor optimalisering en afspraken daarover zijn geen overbodige luxe. Dat gebeurt echter in het kader van een ,,breed maar orthodox palet repressieve maatregelen'', zoals de Rotterdamse politiedeskundige Cachet het uitdrukte in een bespreking van het veiligheidsplan. ,,Onbeantwoord blijft de klemmende vraag waarom nu zou werken wat in het verleden niet of ruimschoots onvoldoende heeft gewerkt.''

Het kabinet heeft het vorige (paarse) veiligheidsplan nota bene niet eens geëvalueerd. ,,Het kabinet wil op de uiteindelijke resultaten in landelijk perspectief worden aangesproken en afgerekend'', liet het op 26 november over het nieuwe plan weten. Dat is gemakkelijk gezegd in demissionaire status.