Patiënt mag niet de dupe worden van medicijnstrijd

Het nieuwste conflict tussen de apothekers en de overheid wordt weer uitgevochten over de ruggen van de patiënten. De bezuinigingsdoelstellingen die minister De Geus van VWS aan de apothekers heeft opgelegd, zijn voor hen aanleiding te dreigen dat patiënten met multiple sclerose, diabetes, hiv, kanker, hemofilie en groeistoornissen dan verstoken kunnen blijven van geneesmiddelen. De grootste gemene deler van deze ziekten is dat mensen die eraan lijden, overlijden aan de gevolgen van hun kwaal als zij geen geneesmiddelen krijgen.

Dat het ministerie van VWS in moeilijke tijden op zoek gaat naar bezuinigingen is één, dat de apothekers, een soort vaste geadresseerde van het departement, zich daartegen verzetten is twee. Dat een dergelijk conflict al rollebollend over straat kan worden uitgevochten lijkt drie, maar is het niet. Het is namelijk een conflict waarin de belangen van patiënten een grote rol spelen en die kunnen niet op het spel worden gezet. Zelfs ermee dreigen is onfatsoenlijk, onverantwoord en onaanvaardbaar.

Onfatsoenlijk omdat de overheid zich hoort af te vragen of haar voorstellen niet tot grote onrust leiden bij partijen die part noch deel aan het conflict hebben, maar er wel zwaar door getroffen worden. Onverantwoord omdat de apothekers de rekening doorschuiven naar de patiënt, zonder zich ook maar af te vragen wat voor effecten dit in de huiskamers teweegbrengt. Onaanvaardbaar omdat er andere mogelijkheden zijn waarop dergelijke conflicten kunnen worden beslecht, zonder dat de patiënt er de dupe van wordt.

In conflicten tussen overheid en andere partijen (bijvoorbeeld ambtenaren) zijn in de jaren tachtig instrumenten ontwikkeld om de ruzies te beslechten zonder dat de bevolking last ondervindt. In de commissie-Albeda leggen overheid en ambtenarenbonden hun geschillen vaak bij en wordt erger voorkomen. Ook in deze arbitrages gaat het om conflicten tussen partijen die, zonder dit middel, alleen maar tot grote schade van derden leiden; derden die part noch deel aan het conflict hebben en er ook niet in betrokken mogen worden.

Een dergelijke arbitrage zou voor conflicten tussen het ministerie van VWS en de apothekers (en wellicht voor andere groepen in de gezondheidszorg) ook moeten worden ontwikkeld. Is één van de partijen het uiteindelijk niet eens met de uitkomsten van de arbitrage, dan kan men altijd nog naar de rechter stappen. De noodzaak van arbitrage is hier nog groter dan in elk ander geval waarin van arbitrage gebruik wordt gemaakt. Als een week lang het vuilnis niet wordt opgehaald, is dat vervelend en schadelijk. Het ermee dreigen is niet leuk voor de bevolking. Als patiënten met hiv, diabetes, of prostaatkanker een week lang geen medicijnen krijgen, zijn zij ten dode opgeschreven. De brancheorganisatie van de apothekers (KNMP) heeft haar leden opgeroepen ermee te dreigen. Apotheken hangen posters op met de tekst `belangrijk nieuws'. ,,Voor Aids-patiënten, mensen met diabetes, haemofilie patiënten, mensen met groeistoornissen, mensen met prostaatkanker of leukemie en mensen met vruchtbaarheidsproblemen. Uw apotheek blijft uw medicijnen leveren, tot het kabinet dit definitief onmogelijk maakt.'' Onder het mom van publieksvriendelijke actie worden deze patiënten in onzekerheid gestort. Dat is verkeerd. Maar ook de overheid moet zich beraden op een andere manier om een conflict op te lossen.

Peter van Rooijen is directeur Stichting Aids Fonds en Martijn Verbrugge is voorzitter van de Hiv Vereniging Nederland.

    • Martijn Verbrugge
    • Peter van van Rooijen