`Optreden tegen jeugdbende zonder effect'

Het optreden van de overheid tegen leden van een Marokkaans-Nederlandse jeugdbende in Amsterdam-West heeft geen effect. De bendeleden, die al jaren zwembaden, treinen en de buurt terroriseren, keren na hun straf weer terug naar de groep en hulpverleners slagen er niet in ze op het rechte pad te houden.

Dit zijn de conclusies van het onderzoek: In de greep van de groep. Een onderzoek naar een Marokkaanse problematische jeugdgroep. Het onderzoek is uitgevoerd door onderzoeksbureau Regioplan in opdracht van het ministerie van Justitie en behandelt de periode van augustus 2001 tot juni 2002. De wetenschappers maken deel uit van een samenwerkingsverband van onderzoekers uit 15 Europese landen en de Verenigde Staten die gangs in verschillende landen volgen. De onderzoekers F. van Gemert en zijn Amerikaanse collega M. Fleisher gebruikten gegevens van politie, justitie, jongerenwerk en spraken met de bendeleden zelf.

De invloed van de groep op individuele criminelen is volgens het rapport groot. ,,Dat leidt tot de conclusie dat het rigoureus verbreken van de banden tussen individu en groep een noodzakelijk onderdeel moet zijn van interventies'', aldus het rapport.

Het is volgens de onderzoekers de afgelopen jaren onmogelijk gebleken greep te krijgen op de 24 jongens die de harde kern vormen van de bende in Amsterdam-West. Zij hadden in juni 2002 154 delicten op hun naam staan. De jongens zijn gemiddeld 18 jaar, gaan niet naar school en hebben ook geen werk. De aanpak om de meest actieve bendeleden te benaderen en hen als bruggenhoofd te gebruiken, werkt niet.

De onderzochte groep voldoet niet aan het stereotype van een gang uit Amerikaanse films. De Amsterdamse groep heeft geen sterke leider en er wordt ook geen slag geleverd met andere gangs. De bende voldoet wel aan de definitie van een gang die de onderzoekers hebben geformuleerd. De Marokkaans-Nederlandse jongens – ze zijn bijna allemaal in Nederland geboren – vormen duurzaam een groep, vertonen problematisch gedrag en betrokkenheid bij illegale activiteiten is een onderdeel van hun groepsidentiteit.

,,Het is niet erg dat er rotte appels bij zitten, maar het zijn er te veel,'' verzuchtte een agent tegen de onderzoekers. De politieman bedoelde, volgens de onderzoekers, te zeggen dat hij en zijn collega's niet genoeg slechte elementen uit de groep kunnen halen. ,,Zo wordt de invloed van de ingrepen van buitenaf geneutraliseerd doordat de heersende cultuur in de groep intact blijft'', meldt het rapport.

Ook de inspanningen van Jongerenwerk lijken geen effect te hebben. Jongens er zijn geen meisjes actief lid – worden wel beziggehouden, maar hun gedrag verandert niet. Jeugdige leden van de bende worden tegenwoordig na een veroordeling naar Den Engh gestuurd, een heropvoedingsinrichting van het rijk. Aanvankelijk ging ook dat mis doordat veel jongens uit `West' bij elkaar werden geplaatst. Ze vormden een blok tegen de leiding. Hun verzet kon worden gebroken doordat ze uit elkaar werden gehaald.

De onderzoekers zien geen heil in zero tolerance. In het huidige politieke klimaat wordt volgens hen te snel gesuggereerd dat lik op stuk-beleid wellicht uitkomst kan bieden, maar het rapport wijst op de negatieve effecten van een dergelijk beleid.

Het strikt verbaliseren en beboeten kan de jongens opzadelen met een schuldenlast die ze niet kunnen aflossen. ,,Dat brengt hen van de regen in de drup'', aldus het rapport. ,,Bovendien zet zero tolerance de verhoudingen op scherp en dat is niet wenselijk, want in de groepscultuur neemt het vijandbeeld nu een zeer centrale plaats in.''