Op de loop met verdachte kennis

Kan hier boeiend over misdaad worden geschreven? Onderwerpen te over. Naast tulpen, drop en klompen, is nu weinig zo `made in Holland' als xtc. Deze wereldwijd geslikte uitgaansdrug verdient serieuze aandacht van schrijvende misdaadjournalisten. Marian Husken en Freke Vuijst schreven er het boek XTC-Smokkel over, en dat is voor ingewijden een feest van herkenning. Zo begroeten we in het eerste hoofdstuk Robert Hollemans. Deze selfmade professor was ooit de spraakmakende en inventieve chefkok van een geestverruimende lettersoep (mdma, mdea, 2cb, mdoh etc). In Hongarije liet hij mdea maken als `voedingsadditief in veevoer'. Later verbouwde hij een boot tot laboratorium om er tot zijn ontsteltenis door de Hermandad vanaf te worden gehaald. Al gauw echter struikelt de lezer over de Patrick L.'s en de Raymond K.'s. Die afkortingen en namen zijn hét zwaktebod van XTC smokkel, dat evenveel bladzijden telt als namen in de index.

Dat teveel aan namen is geen detailkritiek. Achter de beknopte titel schuilt een complexe werkelijkheid: snel veranderende netwerken van handelaren in grondstoffen, pillenmakers, geldschieters, laboratoriumbouwers, grootafnemers, detailhandelaren, bewakers, infiltranten en vele anderen. De lezer is dan gebaat bij helderheid en die ligt niet in het presenteren van telkens nieuwe bendes met vele, onduidelijke aftakkingen. Toch zal iedereen die zich bezighoudt met xtc-smokkel dit boek moeten lezen. Al was het maar om alle recente ontwikkelingen, zoals de opkomst van de Israëlische maffia en de opkomst van Australië als afzetgebied. En door de vele intrigerende terzijdes: `Er was een persoon binnengedrongen in een Afghaanse drugsorganisatie, die waarschijnlijk al-Qaeda financierde. We [de Amerikaanse politie] volgden de lijn naar Nederland. Maar de wetten in jullie land belemmerden ons in het onderzoek.' En wie wil niet iets lezen over `de verdachte Peerke S.', in verband gebracht met onopgeloste en geruchtmakende liquidaties? Helaas, geen van deze terzijdes wordt uitgewerkt.

Een mooie boef

Een misdaadboek zonder index, en zonder pretenties, is Mijn leven als beroepscrimineel, `een biografie van achter de tralies'. De auteur tooit zich met de nom de plume Bert Prins. Hij schrijft wat onbeholpen, maar roept wel een persoonlijk en daardoor authentiek beeld van de boeverij op. Het intrigerende schuilt er vooral in hoe hij voortdurend bezig is anderen, via list, bedrog en geweld, geld of goederen afhandig te maken. Illustratief is de episode over het financieel uitkleden van iemand die xtc wil laten produceren. Een voorval dat, als zovele in dit boek, tekenend is voor de meedogenloze cultuur van `het milieu'.

Hoe behoren journalisten eigenlijk om te gaan met criminelen als Bert Prins? Dat vraagt Bart Middelburg zich af in Onderwereld-p.r. Volgens Parool-journalist Middelburg hebben boeven, wanneer zij de pers zoeken, maar één doel: hun straatje schoonvegen. Journalisten riskeren onbedoeld straatveger van de boeverij te worden, een enkele journalist kiest er zelfs voor om als perschef van de criminelen op te treden. Vandaar de ondertitel van dit boek: `Hoe de misdaad de media manipuleert'.

Probleem in dit boek, net als bij XTC-Smokkel, is het grote aantal namen, ruim 250, dat de revue passeert. Gebruiken Husken en Vuijst vaak initialen, Middelburg schroomt niet de namen van mensen die hij als crimineel bestempelt voluit op te schrijven. Zo komt de lezer onder anderen Etienne Urka, Norbert Stok en John Mieremet tegen. Dat maakt het makkelijker de zaken waarover hij het heeft te checken bij advocaten, of bij de betrokkenen zelf.

Door een scherp onderscheid te maken tussen eerzame burgers en criminelen is Middelburg gaan zitten op de stoel van de rechter. Het had hem gesierd wanneer hij deze keuze had onderbouwd met argumenten. Waarom bijvoorbeeld, zou een journalist om goede misdaadjournalistiek te kunnen bedrijven, `tegen' boeven moeten zijn? Want dat is wat Middelburg impliciet steeds aangeeft: boeven zijn slecht en moeten als zodanig in de media worden neergezet. Is het niet mogelijk goede misdaadjournalistiek te bedrijven zonder deze morele vooringenomenheid?

Droogtrommel

Daarnaast leest Onderwereld-p.r. als een droogtrommel waarin elkaar wederzijds beschuldigende mensen onontwarbaar door elkaar buitelen. De beschuldigingen zijn ingewikkeld en zeer gedetailleerd weergegeven. Middelburg schrijft bijvoorbeeld dat de overleden journalist Feike Salverda er, `als zovelen,' geen problemen mee had om gestolen informatie naar buiten te brengen. En wat daarbij voor Salverda pleit is dat hij `in tegenstelling tot veel andere journalisten die bij de campagne werden ingeschakeld, wel zijn geheel eigen koers (bleef) varen.' Om in een terzijde toe te voegen: `Veelzeggend in dat verband is ook dat Salverda wél, maar Peter R. de Vries weer niet het doelwit van een campagne werd'. Nog afgezien van de onleesbaarheid is het probleem dat je als buitenstaander niet meer kan beoordelen wat van deze verhalen waar is en wat niet.

Eén ding is na lezing van Onderwereld-p.r. duidelijk: Middelburg is in allerlei langslepende vetes verwikkeld. En wat zich aanvankelijk laat aanzien als een objectieve weergave van `hoe de misdaad de media manipuleert' blijkt al snel het verhaal te zijn van: hoe de misdaad de hele media manipuleert, uitgezonderd dan Bart Middelburg.

Middelburgs vraag blijft interessant: hoe moeten journalisten met `verdachte' kennisbronnen omgaan? Een schrijver met de nodige distantie had misschien zijn mening gedeeld dat `de overgrote meerderheid van de misdaadjournalistiek in Nederland haar werk gewetensvol doet'. Maar of zo'n auteur ook geschreven zou hebben dat de scheidslijn bij een enkele journalist `tussen onderwereld en journalistiek zo goed als vervaagd is, zo er al zo'n scheidslijn is geweest', is zeer de vraag.

Bart Middelburg: Onderwereld-p.r. Hoe de misdaad de media manipuleert. L.J. Veen, 260 blz. €15,95

Marian Husken en Freke Vuijst: XTC-Smokkel. De Boekerij, 349 blz. €14,50

Bert Prins: Mijn leven als beroepscrimineel. Een biografie van achter de tralies. Opgetekend door Koen Scharrenberg. Elmar, 283 blz. €16,50

    • Hans Moll