Ons afval, hun brood in Zuid-Afrika

Wie zegt dat Zuid-Afrika niks geeft om het milieu? Sjofelaars scheiden het afval van de rijken. Zo komen ze aan de kost. Armoe als stofzuiger.

Hun gezichten laten ze zelden zien. De `aaseters' komen meestal vroeg, vlak na zonsopgang, als de vuilniszakken nog walmen van de etensresten. Diep voorover gebogen duwen ze winkelwagens de heuvels van de lommerrijke buitenwijken op, de karren zo vol geladen dat ze waggelen als dames op hoge hakken.

Op de dagen dat Johannesburg zijn afval buiten zet, speuren ze in elke zak naar iets van waarde. In Zuid-Afrika doen alleen de armoedzaaiers aan gescheiden afvalverwerking.

Kevin steekt zijn handen diep in de smurrie. Tussen de rottende bananenschillen en een pak maandverband vindt hij een twintigtal vellen A4, keurig aan elkaar geniet. ,,Kijk, daar doe je het voor'', grijnst hij. Wit papier brengt twee rand per kilo op (22 eurocent), karton 4,5 eurocent, krantenpapier 3,5 eurocent. Met een paar winkelwagens vol verdient hij op goede dagen tien euro, wat in Zuid-Afrika geldt als een redelijk salaris.

Johannesburg is een stad gebouwd op afval. Sinds er in 1886 goud werd gevonden is de stad omringd door immense molshopen van zand en klei, als herinnering aan de gedolven rijkdommen. De gemiddelde Johannesburger produceert tegenwoordig 2 kilo afval per dag, elk jaar vier procent meer. De gemiddelde Johannesburger zou dat vuil natuurlijk ook zelf kunnen scheiden, vóór hij het op straat zet.

Maar daarvoor is de tijd nog niet rijp, zegt Muna Lakani van de milieugroepering Earthlife Africa. Volgens hem heeft apartheid de grootste vervuilers lui gemaakt. ,,In de rijke wijken zijn ze altijd gespaard gebleven voor milieuproblemen. Vijfennegentig procent van de vuilstortplaatsen ligt bij zwarte woonwijken. Bedrijven konden onder het blanke regime dumpen wat ze wilden. Geen haan die er naar kraaide.''

Waag het niet een (blanke) Zuid-Afrikaan te verwijten dat hij niets om het milieu geeft. Dan slaat hij je om de oren met de verhalen over de eerste president van de Zuid-Afrikaansche Republiek, Paul Kruger. In 1898 al liet Kruger in het oosten van het land een wildreservaat aanleggen ter bescherming van flora én fauna. Zuid-Afrikanen zijn nog steeds zuinig op hun parken en zullen zich daar niet makkelijk laten betrappen op viezigheid. ,,De meeste Zuid-Afrikanen denken nog steeds'', schampert milieuactivist Lakani, ,,dat zorg voor de natuur hetzelfde is als zorg voor het milieu.''

Het land is erg dol op plastic zakken. Een keer boodschappen doen: 15 plastic zakken. Zelfs bij een zak brood krijg je een plastic tas. De Universiteit van Kaapstad berekende dat op elke vierkante kilometer in de Zuid-Afrikaanse kustwateren 3.500 stukken plastic drijven. Omdat je ze even vaak in de berm van de weg tegenkomt, wordt de zak van Zuid-Afrika's grootste supermarkt ook wel ,,de nationale bloem'' genoemd.

Maar de armoede in het land werkt als een stofzuiger. Het project Collect-a-Can dat in 1993 geld ging uitbetalen voor elk ingeleverd blikje, slaagde er vorig jaar in tweederde van alle verkochte blikjes terug te krijgen. Het boek Coming back to Earth dat de journalist James Clarke vlak voor de VN-top voor duurzame ontwikkeling in Johannesburg publiceerde, beschrijft een experiment dat doet denken aan het werk van de meikever. ,,Een collega () zette een aantal bier -en colaflessen waar statiegeld op zat bij een vuilnishoop in het park van Kaapstad. Binnen een uur waren alle flessen weg.''

De groep Zuid-Afrikanen die voor de keuze staat om een inkomen te verdienen aan andermans vuil of nutteloos thuis te zitten, is de afgelopen negen jaar snel gegroeid. Volgens cijfers die Statistics South Africa deze week publiceerde, is de werkeloosheid sinds de afschaffing van apartheid verdubbeld tot meer dan dertig procent van de beroepsbevolking. Pijnlijk voor de ANC-regering van president Thabo Mbeki is dat de kloof tussen arm en rijk tussen 1995 en 2000 alleen maar groter is geworden.

Daarom is het niet zo verwonderlijk dat de jongen met zijn broek en t-shirt vol gaten op zijn eerste werkdag staat te glunderen op de vuilnishoop bij de krottenwijk Alexandra. In temperaturen van bijna veertig graden is de geur van rottend afval tussen de bulldozers en brakende vuilniswagens bijna ondraaglijk. Met een jute zak in zijn hand graaft de jongen met blote hand papier en karton uit de dampende hopen. Na twee maanden op de wachtlijst kreeg hij vandaag van de directie eindelijk toestemming om met de tachtig anderen mee te rapen.

Sinds de VN-top voor duurzame ontwikkeling eind augustus worden deze aasvreters `reclaimers' genoemd, terugwinners. De meeste mensen kwamen hier al jaren maar werden voorheen op hun strooptocht naar oud papier door bewakers en honden weggejaagd. Nu hebben ze van de projectontwikkelaar Steven Tshabalala oranje overalls gekregen en recyclen ze zestig ton afval per maand. Papierproducent Sappi en anderen betalen hem daar vorstelijk voor.

Tshabalala grinnikt. Vanaf het hoogste punt van de afvalberg heeft hij een prachtig uitzicht op de nabij gelegen zakenwijk Sandton. Zou niemand in die kantoren achter spiegelglas de waarde beseffen van het afval dat ze wekelijks dumpen aan de straat?

    • Bram Vermeulen