Noord-Korea plaatst wereld op tweesprong

Hoe was het ook al weer? In 1968 waren er vijf mogendheden die over atoomwapens beschikten. Het waren dezelfde staten die in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties als permanente leden met vetorecht de dienst uitmaken. Zij waren de overwinnaars uit de Tweede Wereldoorlog. Feitelijk waren er maar twee overwinnaars geweest: de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Groot-Brittannië had de verdienste gehad in het begin van die oorlog in zijn eentje stand te hebben gehouden. Het China van de Kuomintang en het Frankrijk van generaal de Gaulle kregen in 1945 als erkenning van hun bijdrage aan de worsteling met de As-mogendheden eveneens formeel de status van grote mogendheid.

Het zogenoemde non-proliferatieverdrag (NPV) van 1968 dat het bezit van kernwapens beoogde te beperken tot de vijf `haves', was een gezamenlijk initiatief van de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en de Sovjet-Unie. Hoewel de Koude Oorlog nog ruim twintig jaar zou voortwoeden was dit verdrag, samen met het verbod op bovengrondse kernproeven uit 1963, een aanwijzing dat samenwerking mogelijk was waar catastrofes dreigden. Een groot aantal landen beloofde vervolgens, bekrachtigd met een handtekening, af te zien van het bezit van atoomwapens. Op dit moment zijn het er 187. China en Frankrijk traden toe in 1992, overigens met behoud van hun kernbewapening. Noord-Korea, dat nu in opspraak is, deed dat in 1985.

Het NPV staat op twee poten, ofwel twee typen van verplichtingen. De niet-bezitters zien af van het verwerven, produceren, bezitten en inzetten van kernwapens. De bezitters zien af van iedere hulp aan een niet-bezitter om kernwapens te verwerven. Bezitters nemen zich bovendien voor uiteindelijk tot nucleaire ontwapening over te gaan. Dit voornemen was en is de zwakste schakel in het systeem gebleken. India bijvoorbeeld heeft in het niet-nakomen van deze regel door de `haves' zijn rechtvaardiging gevonden om buiten het NPV te blijven en een eigen kernwapen te ontwikkelen. Is immers de erkende atoommacht China niet zijn buur en heeft China niet al eens van zijn agressieve bedoelingen blijk gegeven?

Het was de uiteindelijke consensus tussen de vijf grote mogendheden die het NPV zijn prestige en geloofwaardigheid gaf, althans voor de overgrote meerderheid van de leden van de internationale gemeenschap. Intussen stond de ontwikkeling en verbreiding van kennis en middelen niet stil, en waren er mogendheden die de beschikking over het ultieme wapen wensten. Naarmate het concept van de wederzijdse afschrikking aan geloofwaardigheid won, leek het ook meer en meer geschikt om het machtsevenwicht in een bepaalde regio te handhaven. India is al genoemd, Pakistan volgde. In Zuid-Amerika speelden Brazilië en Argentinië geruime tijd met de mogelijkheid. Het Zuid-Afrika van de Apartheid zag in het kernwapen een kans om zich de verwachte zwarte vloedgolf van het lijf te houden. Israël wilde zekerheid tegenover zijn Arabische buren.

Uit deze opsomming blijkt dat de geschiedenis van het NPV tegenslagen en successen kent. Latijns Amerika zag ten slotte in zijn geheel af van de nucleaire optie, Zuid-Afrika keerde op zijn schreden terug. Maar Israël wordt algemeen gezien als een, weliswaar niet-verklaarde, atoommogendheid. Pakistan en India dreigden vorig jaar in hun geschil over Kasjmir tot aan of zelfs over de rand van de nucleaire oorlog te gaan. Het ligt besloten in de dogmatiek van het atoomwapen dat het afgelasten van dit conflict achteraf eveneens aan de beschikbaarheid van datzelfde wapen wordt toegeschreven. Anders gezegd: de wederzijds verzekerde afschrikking heeft in dit geval escalatie voorkomen. Of nog anders gezegd: de ervaringen uit de Koude Oorlog zijn ook elders van toepassing.

Maar een groot deel van de onrust over landen als Irak en Noord-Korea komt nu juist voort uit de vrees dat dit concept niet onder alle omstandigheden werkt. Sterker, dat het weglopen uit het NPV door deze landen rechtstreeks tegen de vrije wereld en meer in het bijzonder tegen de VS is gericht. En als het al nauwelijks voorstelbaar is dat heersers als Saddam Hussein of Kim Jong Il zelf zullen bevelen een kernwapen op of in New York of Londen te deponeren, de kans dat zij andere, moeilijker traceerbare vijanden van het Westen zullen helpen dit te doen, wordt onaanvaardbaar groot geacht. Vooral het straatarme, maar op nucleair gebied al behoorlijk ontwikkelde Noord-Korea zou in de handel in atomaire kennis en middelen een bron van zelfverrijking kunnen zien, zo wordt wel verondersteld.

De regering-Bush heeft inmiddels besloten het concept van de non-proliferatie uit te breiden met contra-proliferatie, ofwel waar verbreiding van kernwapens niet voorkomen kan of kon worden, of waar de verdenking bestaat dat dit het geval is, over te gaan tot het ongedaan maken ervan. Bovendien gaat het Washington allang niet meer uitsluitend om kernwapens maar om alle zogenoemde massavernietigingswapens, inbegrepen chemische en biologische wapens, in het vakjargon samengevat: ABC-wapens. Preventief gewapend ingrijpen behoort tot de reële mogelijkheden waarbij ook het beginsel dat geen kernwapens worden gebruikt tegen landen die niet zelf over kernwapens beschikken en die niet verbonden zijn met een kernwapenstaat, een van de hoekstenen van het NPV-systeem, overboord wordt gezet.

In de commentaren wordt veel werk gemaakt van het verschil tussen de Amerikaanse reactie op Irak en op Noord-Korea. Voor dit verschil worden uiteenlopende verklaringen gegeven. Of: Noord-Korea is een veel gevaarlijker tegenstander dan Irak. Of juist: met Noord-Korea is 't gemakkelijker zaken te doen omdat dit land de nucleaire optie alleen gebruikt om Amerika financieel-economische en politieke concessies af te dwingen. Een andere verklaring wil dat Saddam onder het Amerikaanse juk door moet omdat de VS de volledige zeggenschap wensen over de Golf en over de olie die daar wordt geproduceerd. Noord-Korea heeft daarentegen slechts betekenis als potentieel gevaar.

In al deze verklaringen wordt over het hoofd gezien wat het belangrijkste manco is gebleken van het NPV en aanpalende catastrofemijdende conventies. Tal van mogendheden en bedrijven, waarvan meer verantwoordelijkheid had mogen worden verwacht, zijn in de loop der jaren nonchalant omgesprongen met de controle op en het beheer van kennis waarmee en middelen waarvan massavernietigingswapens kunnen worden gemaakt. Zonder een hernieuwde consensus om hierin verandering te brengen blijft contra-proliferatie een even gebrekkig middel als non-proliferatie gebleken is te zijn. De Noord-Koreaanse provocatie plaats de wereld op een tweesprong.

J.H. Sampiemon is oud-redacteur van NRC Handelsblad.

    • J.H. Sampiemon