Innoveer het innovatiebeleid

Er is een ingrijpende wijziging nodig in het innovatiebeleid, met meer ruimte voor de opvattingen uit de praktijk, vindt Richard Tanke.

De technologische innovatie in Nederland blijft zo ver achter dat een economische ramp dreigt. Nu heeft Thomas Edison gezegd dat iedere verandering een ramp nodig heeft, maar we kunnen beter eerder ingrijpen om ervoor te zorgen dat er meer hoogwaardige kennis aanwezig is in ons land. Er is een Innovatieraad nodig, met een zwaarder accent op mensen uit de praktijk dan in de gevestigde `innovatieorde'. Zo'n raad zou rekening moeten houden met de volgende overwegingen.

Meer kennis.

Nederlandse bedrijven en instituten bezitten een stuwmeer aan kennis, maar het gaatje in de stuwdam waaruit de vernieuwing en werkgelegenheid stromen, is maar klein. De nadruk moet worden gelegd op het effectief gebruiken van kennis in plaats van het genereren van nog meer. Philips bezit 25 toptechnologieën, maar slechts één daarvan wordt een tophit zoals de cd-speler. Bij andere grote bedrijven is dat niet anders. De cultuur en organisatiestructuur van grote bedrijven, de risicomijding en -spreiding houden echt ondernemerschap tegen. Kennis is per definitie het resultaat van het verleden. De nadruk ligt nu te veel op analyse en te weinig op synthese. Om kennis te synthetiseren tot een commercieel succes is meer nodig dan een goed georganiseerd proces van onderzoek en management: durf, zelfvertrouwen, creativiteit, visie (en geloof in die visie) en improvisatietalent. Het realiseren van technologische innovatie is topsport. Niet voor niets noemt Frits Suèr, oud bestuurder van de volleybalbond, hartstocht en niet beleid als de belangrijkste reden voor succes van een topsporter.

Subsidies.

In Europa worden jaarlijks miljarden euro aan onderzoekssubsidies uitgegeven. Het merendeel komt terecht bij de grote bedrijven. Het is toch vreemd dat de belastingbetaler meebetaalt aan deze R&D van grote bedrijven met hun miljardenwinsten, terwijl er van een commercieel succesvolle realisatie vaak ook nog eens weinig terechtkomt. De subsidies moeten verschuiven van het grote bedrijf naar het kleine bedrijf, van managerial naar entrepreneurial organisaties. Voor de grote bedrijven is dit impliciet goed nieuws: zij kunnen zich bezighouden met het overnemen en inbedden van de kleine bedrijven zodra de groei er in zit.

Bovendien moet het doel van subsidies worden verschoven, naar de uitontwikkeling van producten, de marktintroductie en doorgroei. De early customers die hun nek durven uit te steken en de nieuwe technologie gaan gebruiken, dienen daarvoor gewaardeerd te worden. Kosten voor kwaliteitsborging en certificering, voor kennisbescherming en marketing dienen te worden gesubsidieerd.

Echt ondernemerschap.

De drempels voor succesvolle marktrealisatie van de innovatie zitten vaak niet meer aan de onderzoekskant, maar bij de product- en systeemontwikkeling, bij marktintroductie en doorgroei. Het in een lab of werkplaats onderzoeken of de natuur wel werkt zoals men hoopt leidt tot een nog imposanter stuwmeer van kennis, maar maakt het gaatje in de dam niet groter.

Voor de realisatie van technologische innovatie zijn mensen nodig met een diep doorvoelde visie op de positie van hun product in de maatschappij, de markt. Zij dromen er van, zij geloven, het is bijna een roeping. De overheid heeft het belang van deze groep mensen onderkend en probeert echt ondernemerschap te stimuleren (initiatieven als Twinning, Dreamstart en Biopartner). Er wordt echter teveel gefaciliteerd op geld, kennisintensiteit en businessplan, en niet op de persoon en drive van de ondernemer, zijn achtergrond en omgeving. Veel echte ondernemers lossen door onze cultuur onzichtbaar op in grote bedrijven, ambtelijke organisaties of vinden ergens een klein plekje waar ze weinig `kwaad kunnen'.

Ze zijn er dus wel; ze moeten alleen geroepen worden. Onder allochtonen en asielzoekers lijken relatief veel hoog opgeleide ondernemende mensen te zitten. Laat ze inburgeren, maar niet inpolderen.

Andere samenwerking.

Er wordt op projectinhoudelijk niveau al veel samengewerkt, maar er moet juist beter worden samengewerkt tussen ondernemers, early customers en financiers. Een grote drempel hiervoor vormen de cultuurverschillen tussen de financiële en de technisch/wetenschappelijke wereld. Financiers begrijpen die moeilijke beta's niet en misprijzen hun commerciële naïviteit. De bèta's zijn argwanend, maar denken ook teveel dat er een wachtlijst is van klanten voor hun uitvinding.

Hier wreekt zich de typisch Nederlandse cultuur waarin de `exacte medemens' al op de middelbare scholen op een eiland wordt gezet. Ook daar is nog een wereld te winnen. Daarnaast is een nieuwe MBa-subcultuur ontstaan (prof. Weggeman gaf het al aan op de Opiniepagina van afgelopen zaterdag) die weliswaar tegemoet komt aan eisen van financiers en managers, maar doorbraakinnovatie in de weg staat.

Bij het nadenken over een Innovatieraad is essentieel dat het een raad wordt vol zwaargewichten uit de praktijk, uit de doelgroepen: echte ondernemers, privé-investeerders, participatiemaatschappijen, marketeers en business developers. Natuurlijk moet het grote bedrijfsleven een rol krijgen; zij zijn de enigen die alle middelen en het belang hebben om het prille succes van het kleine bedrijfje uit te bouwen. Zij zijn ook de enigen die de tijd- en kostenverslindende grote ontwikkelingstrajecten kunnen hanteren. Het moet een Authoriteit worden met grote bevoegdheden en een `afdwingend' vermogen vergelijkbaar met dat van de NMa, OPTA of Rekenkamer en als de minister-president daarvan dan voorzitter wordt, zoals D66-leider Thom de Graaf bepleit (Opiniepagina, 21 december), is dat prima.

Naast versoepeling van het ondernemingsrecht moeten er ook nieuwe financieringsvormen worden ontwikkeld. Bijvoorbeeld een Innovatiebank die aan echte ondernemers een speciaal budget toekent waarmee deze de volgens hem of haar benodigde kennis en middelen inkoopt. Terugbetaling alleen bij maatschappelijk succes. Als het om constructies met geld gaat is Nederland toch het slimste jongentje van de klas? Dit zou op zichzelf al een grote innovatie zijn. Laten we maar niet wachten op de ramp.

Richard Tanke is ondernemer en fysicus.