Hoogste tijd voor een migratiebeleid

In 2050 is Europa het meest vergrijsde continent ter wereld en heeft derhalve migranten nodig voor de arbeidsmarkt. Nederland moet daarop anticiperen door heldere criteria te formuleren voor een succesvol migratiebeleid, meent Jeroen Corduwener.

Migratie wordt in Nederland al decennia geassocieerd met `allochtonen zonder werk' en `asielzoekers zonder toekomst'. Essentiële vragen als: welke migranten melden zich hier en aan wie van hen behoefte is, hebben niet meer opgeleverd dan de Vreemdelingenwet 2001. Daarin wordt alleen verwoord wie in Nederland recht heeft op een vluchtelingenstatus. Maar migratiebeleid betekent meer dan het beoordelen van asielaanvragen.

Vorig jaar publiceerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid het rapport Nederland als immigratiesamenleving. Daarin werd de vloer aangeveegd met vijftig jaar gemist beleid betreffende migratie én integratie. De boodschap in het rapport luidde: het wordt tijd dat Nederland een helder migratiebeleid ontwikkelt. En dat hangt nauw samen met een gedegen integratiebeleid.

Sinds de komst van de eerste Molukkers in de jaren vijftig is integratie blijven hangen in prijsschieten zonder aantoonbaar resultaat. Beleidsmakers zagen migratie als een tijdelijk gegeven, waarop geen integratie zou hóeven volgen. Integendeel, integratie zou verkeerde verwachtingen wekken, namelijk permanente aanwezigheid en inburgering, terwijl migranten nu juist geacht werden na gedane arbeid of verblijf weer terug te keren.

Dat is illusionair gebleken: de aanwezigheid van Molukkers, Turken en Marokkanen wijst op het tegendeel. Voor een deel heeft dat te maken met het sociale zekerheidsstelsel, waarnaar scribenten over de migratieproblematiek terecht verwijzen. Dit stelsel vernietigt de prikkels om terug te keren of verder te trekken en ontneemt de motivatie om economisch actief te zijn – en dat is nu juist de reden geweest waarom ze zich destijds als migrant meldden.

Omdat de integratie al decennia faalt, is in de samenleving en de politiek de laatste jaren en vooral maanden een rigide houding gegroeid tegenover migranten. Migratie wordt gezien als een hutspot van mensen en ontwikkelingen, zonder samenhang en gerangschikt onder één noemer, namelijk: profiteurs.

Dat is niet alleen een belediging voor hen die om politieke, economische of humanitaire redenen hier aan de poort kloppen. Deze rigide opstelling gaat ook voorbij aan het feit dat migranten nodig zijn.

Migratiebeleid kan niet lukken zonder analyse wie migranten zijn en wat wij met hen voor hebben. Er zijn drie soorten migranten: vluchtelingen volgens het Vluchtelingenverdrag van Genève, arbeidsmigranten, asielzoekers.

Toegespitst op de tweede categorie: de Nederlandse samenleving én de economie hebben behoefte aan arbeidsmigranten. Als Nederland wil profiteren van migranten, dan wordt het tijd juist voor deze categorie beleid te ontwikkelen. Nederland vergrijst in rap tempo, net zoals de rest van Europa. In 2050 is de gemiddelde leeftijd bijna vijftig jaar, tegenover gemiddeld 41 jaar in de Verenigde Staten en 27 jaar in Afrika. Daarmee is Europa het meest vergrijsde continent van de wereld.

Het is kortzichtig en naïef om daarop niet te anticiperen. Er zijn migranten nodig om arbeid te verrichten én om de lasten te betalen van een vergrijzende samenleving. In de jaren zestig van de vorige eeuw maakte Nederland de fout om als een van de laatste West-Europese landen de toen noodzakelijke arbeidsmigranten te zoeken in de mediterrane landen. Het gevolg was dat de buurlanden de hoger opgeleide Spanjaarden, Italianen, Turken en Marokkanen al hadden geworven. Hier arriveerden vervolgens de armste en minst opgeleide migranten uit het Marokkaanse Rif-gebergte en Turks Anatolië. Het hoge uitkeringspercentage onder die allochtone groepen van vandaag vindt ondermeer haar oorzaak in dat lakse beleid.

Onlangs heeft de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) onder druk van de Nederlandse werkgevers een speciaal loket geopend om een kleine groep arbeidsmigranten wat sneller een visum te bezorgen, maar deze noodmaatregel bevestigt alleen maar de urgentie voor een consistent economisch migratiebeleid. Er is nu, én vooral straks, behoefte aan goed opgeleide jonge migranten. Zij zijn geen bedreiging maar een verrijking, mits het ontvangende Nederland heldere criteria formuleert, actief de boer op gaat en een goed integratiebeleid vormgeeft.

Jeroen Corduwener is freelance journalist