Het Wilde Wonen

Dat het `Wilde Wonen' al veel heeft losgemaakt, erkent Marcel Kastein van adviesbureau De Regie in het artikel `Vrijbuiters op de huizenmarkt' (NRC Handelsblad, 5 januari). Maar hij verwijt mij als auteur van het Wilde Wonen een particulier opdrachtgeverschap voor te staan, waarbij architecten en aannemers in de hand moeten worden genomen om de huizen te realiseren en dus alleen voor rijken zijn weggelegd. Nu inmiddels ook instituties als VROM, gemeenten en het NAi onderdelen van het Wilde Wonen hebben omarmd, is het blijkbaar met een vals beeld omgeven.

Het boekje Het Wilde Wonen (www. hetwildewonen.nl) beoogt juist het tegendeel en bepleit toepassing van catalogus huizenbouw. Een bouwvorm waarop in Nederland nog een taboe rust. Niet onbegrijpelijk, omdat deze sympatieke bouwmethode huidige taken van de instituties in de bouw (duizenden ambtenaren) tot een minimum beperkt, zo niet overbodig maakt. Ook De Regie van Kastein bestaat dankzij deze complexe bouwpraktijk waarbij het publiek geen kans van slagen heeft. Het is vooral uit eigenbelang ingegeven dat Kastein, en met hem vele in de bouwwereld, de complexiteit van het bouwproces cultiveert en benadrukt.

Het Wilde Wonen beoogt op de eerste plaats het verlagen van deze complexiteit ten behoeve van directe participatie aan het bouwproces door een breed publiek. Catalogus bouw is te vergelijken met confectiekleding, dus juist niet gericht op de rijken. Het Wilde Wonen gaat uit van massaproductie, gericht op keuzevrijheid. Nog maar tien jaar en we zijn zover.