Herziening EU-bestuur

Frankrijk en Duitsland bereikten deze week een akkoord over een gezamenlijk voorstel voor herziening van het bestuur van de Europese Unie.

Het Frans-Duitse plan voor het toekomstige bestuur van de EU omvat de volgende punten:

Net als de Europese Commissie en het Europese Parlement moet ook de Europese Raad (van regeringsleiders) een vaste voorzitter krijgen. Deze EU-president wordt door de regeringsleiders gekozen met gekwalificeerde meerderheid voor de duur van vijf jaar, of van tweeëneenhalf jaar met de mogelijkheid van een herverkiezing. De EU-president moet de Europese toppen voorbereiden, voorzitten en toezien op de uitvoering van de afspraken die de EU-regeringsleiders maken. Bovendien moet de EU-president de Europese Unie op internationaal niveau vertegenwoordigen.

Versterking van de rol van de Europese Commissie, onder andere door vereenvoudiging van de huidige procedure waarbij comités met vertegenwoordigers van de lidstaten de vrijheid van handelen van de Commissie beperken.

De Europese Commissie moet onafhankelijk van het oordeel van de ministers van Financiën vaststellen of een lidstaat de criteria van het groei- en stabiliteitspact dreigt te schenden.

De voorzitter van de Commissie wordt met een gekwalificeerde meerderheid gekozen door het Europees Parlement. Bij de keuze van de Eurocommissarissen moet de voorzitter rekening houden met geografisch en demografisch evenwicht. Omdat de Commissie na de uitbreiding (in mei 2004) met een Eurocommissaris per lidstaat zeer omvangrijk wordt, kan de voorzitter een aantal Eurocommissarissen geen portefeuille, maar speciale opdrachten geven.

De Raad van Ministers neemt in de regel besluiten met een gekwalificeerde meerderheid. Bij alle besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid krijgt het Europees Parlement automatisch het recht van medebeslissing.

De vergaderingen van de Raad van Ministers moeten openbaar worden als het over wetsvoorstellen gaat.

Wanneer de ministers van Buitenlandse Zaken over het totale EU-beleid vergaderen (de zogenoemde Algemene Raad) dan worden zij voorgezeten door de secretaris-generaal van de Raad. Vergaderen ze over het Buitenlands Beleid dan is de Europese minister van Buitenlandse Zaken hun voorzitter.

De ministers van Financiën (`Ecofin'), van de Eurogroep en van Justitie en Binnenlandse Zaken moeten onderling een voorzitter kiezen voor de periode van twee jaar. (Nu wisselt het voorzitterschap elk half jaar.)

De andere vakraden – van onder andere de ministers van Landbouw, Milieu, Onderwijs en Transport – moeten roulerende voorzitters kiezen zodat alle lidstaten een keer aan de beurt komen.

Om te voorkomen dat de Europese Unie zich met zaken bemoeit die tot de bevoegdheid van de lidstaten behoort, krijgen de nationale parlementen een rol in een zogenoemde subsidiariteitstoets.

Het Europese Congres komt jaarlijks onder leiding van de voorzitter van het Europees Parlement bijeen in Straatsburg. Hiermee gaan Frankrijk en Duitsland in tegen de stroming binnen de Conventie die wil dat Straatsburg in het nieuwe EU-verdrag wordt geschrapt als verplichte vergaderplaats (tien keer per jaar) voor het Europees Parlement naast Brussel.