Ga heen en zondig

In zijn nieuwste boek `Seek my Face' beschrijft John Updike de curve van een leven, in dit geval van een kunstenares in haar laatste levensjaren. ,,Het wil een troostend boek zijn.'

od is terug van nooit helemaal weggeweest in het hart van John Updike. Net als bij Hope Chafetz, de heldin van zijn jongste roman Seek My Face. Zij is de weduwe van drie meeslepende schilders die veel gemeen hebben met Jackson Pollock, Andy Warhol, Jasper Johns en Willem de Kooning. Nu keert zij terug tot de quaker-inspiratie van haar jeugd en schildert kalme lijnpatronen.

Updike ontkent de parallel met zijn eigen leven niet. ,,Hope is tien jaar ouder dan ik. Zij komt ook uit Pennsylvania, al heeft zij een iets andere achtergrond, de mijne is meer Lutheraans. Maar het is waar, de notie dat kunst een spirituele, bijna religieuze ervaring is, is ook haar niet vreemd. Zij gaat als jonge vrouw naar New York om zich in de amorele en roekeloze kunstwereld te storten. Zij gelooft daar in, zoals sommige mensen in godsdienst geloven.

,,Ik zie schrijven als een religieuze exercitie. De bijbel leert ons dat wij de Heer en Zijn schepping moeten loven. Door te proberen die te beschrijven, zelfs in al zijn lelijke en wrede gedaanten, bewijs je de schepping eer en betoon je je dankbaar in leven te zijn. Anders zou je niets van de wereld hebben gezien en geproefd. Ondanks alle ervaringen die je wijsmaken dat het leven stompzinnig en zinloos is, drijft de beoefening van een kunst die gedachte uit. Bijna iedere constructieve, creatieve bezigheid heeft iets puurs en verhelderends.'

Spreekt hier dezelfde Updike die de seksuele bevrijding van `middle America' met een ornithologisch oog voor detail en mechaniek beschreef in Couples, die in vier decennia romans en korte verhalen begeerte, overspel en echtscheiding in suburbia van alle kanten belichtte, die in vier delen de materialistische Amerika-burger Harry (Rabbit) Angstrom portretteerde? Partnerruil wordt in de Schrift amper aanbevolen. Vindt zijn God dat allemaal maar goed?

Updike: ,,We zitten opgescheept met een vrijzinnige God. Omdat hij de Schepper is verbaast niets Hem. Hij schijnt genoegen te nemen met geloof zonder gehoorzaamheid aan de geboden. Toen ik de inwoners van Tarbox in Couples en de wereld van Harry Angstrom beschreef, was iedere seksuele verrichting een daad van bevrijding, een vorm van losbreken, die je in zekere zin dichter bij God bracht, en in ieder geval de accu weer oplaadde. Paulus zegt in Thessalonicenzen 5:19: `Blust den geest niet uit!' dat is een van de weinige bijbelcitaten die ik ken. Ik tracht te schrijven over zielen die vechten tegen uitgeblust raken. Als overspel daartoe de methode is, dan is dat misschien de minste van de beschikbare kwaden. Mijn God is Lutheraan. Hij zegt: `Ga heen en zondig een beetje'. Een roman zonder ontwrichting, zonde en pijn mist dynamiek. De wereld draait om leed en conflicten en mensen die zich losscheuren, het diepe verlangen naar vrijheid, het verkennen van grenzen aan vrijheid.'

Dit kan niet dezelfde God zijn die in het Witte Huis wordt gediend.

,,Sommige politici roepen hem meer aan dan anderen. Het is een manier om onszelf gerust te stellen. Dit land leeft in de onredelijke verwachting dat het Gods voorkeur geniet. Wij denken nog steeds `A City upon a Hill' te hebben gebouwd, zoals de Puriteinen [in de zeventiende eeuw] zeiden, `met alle ogen op ons gericht'. Veel Amerikanen ik behoor tot hen menen dat wij gezegend zijn. Dit is een rijk en sterk land dat zich veel moeite getroost onze vrijheid te garanderen. Er is ook veel armoede en ongelijkheid, maar de hoop bestaat dat ieder mens telt. Dat wordt ons met de paplepel ingegoten. Veel Amerikanen zijn daar dankbaar voor, en de enige die zij kunnen bedanken is God. Ik ben net zo bezorgd als ieder weldenkend mens over de fundamentalisten die de regering willen overnemen. Er is altijd een vrij schril fundamentalistisch, evangelical element geweest. Dat krijg je als je een geloof serieus neemt. Je ziet het ook bij onze islamitische broeders. Als ik Nederlander of Zweed was, zou ik niet klagen.'

U bent ook een beetje Nederlands.

,,Zeker. Mijn naam is Nederlands en ik voel me Nederlands. Ik voel me aangetrokken tot Nederlandse kunst. Wanneer ik dat opgeruimde, platte landschap zie, voel ik me thuis. Het is mijn soort land.'

De schrijver kijkt met een zeker welbehagen naar alle boeken om hem heen. We hebben een kamer gekraakt bij zijn uitgever, Knopf, vlakbij het Waldorf Astoria Hotel op Park Lane in New York. Overal stapels manuscripten en boeken. Ook de gangen liggen er vol mee, zoals het hoort. Bijna zonder overgang zegt Updike: ,,Ik ben erg gelukkig met mijn leven. Nu het einde in zicht is...' Enigszins geschokt teken ik protest aan. Updike is een van mijn helden, die mag niet dood. Dat verzet doet hem enig plezier. John Updike is een van die mensen die altijd lijken te glimlachen, ook als zij hun eigen levenseinde ter sprake brengen. ,,Ik ben vrij gezond, zeker voor iemand van zeventig. Het is een voorrecht schrijver te zijn geweest te midden van de duizenden die dat ook zouden hebben gewild. Slechts enkelen krijgen vergunning het echt te worden.'

Is hij langzamerhand zelfgenoegzaam of berustend? Welnee. De dankbaarheid is gemeend, maar niet zonder kanttekeningen. Het lange gezicht lijkt ieder jaar iets scherper te worden geciseleerd; maar rimpels komen er nauwelijks in. Zijn nu vrijwel witte haar valt als poedersneeuw over zijn voorhoofd. John Updike heeft net zijn twintigste roman af, en is alweer bezig met de volgende. Hij voelt zich hoogst ongemakkelijk als hij niet iedere dag minstens drie uur werkt in de woordsmidse aan de kust bij Boston. Ook al ziet hij op tegen ieder nieuw boek.

Updike: ,,Als ik aan een nieuwe roman begin ben ik altijd bang dat ik het niet kan. Het is een onnatuurlijke lengte voor me. Het vermoeden dringt zich op dat ik niet echt een romanschrijver ben. De angst bekruipt me dat het niets voorstelt, dat ik meer een tijdschriftenman ben, een korteverhalenschrijver die het moet hebben van korte uitbarstingen van energie. Mijn eerste boeken [The Poorhouse Fair en Rabbit, Run] schreef ik omdat ik mezelf wilde bewijzen dat ik het kon. Die schreven zichzelf, het gebeurde gewoon. Ik had genoeg te vertellen voor 300 pagina's. Nu gaat het moeilijker. Toch heb ik het gevoel dat het moet. In een roman ben je baas in eigen huis. Natuurlijk is een goed kort verhaal een universum op zichzelf, maar ik heb erbij meer het gevoel dat ik op de deur van een tijdschrift of een uitgever klop. In twee weken moet een verhaal van vijftien pagina's wel af zijn. Een roman is een huis dat je al werkende bouwt. Bij een kort verhaal krijg je, net als bij een gedicht, in een flits het idee van het begin en het eind en genoeg van het midden om te kunnen beginnen. Een roman is een moeras dat je opzuigt. Je blijft de ene inval na de andere aansjouwen. Het is nooit genoeg. Voor iedere stap die je buiten je eigen schrijversleven wilt doen moet je op stap, onderzoek doen. Dat is gezond, maar het is hard werken. Ik blijf bij ieder boek denken: dit is mijn laatste kans te zeggen wat ik te zeggen heb. Nu leef ik nog. De volgende ochtend word ik wakker en constateer dat ik er nog steeds ben. Dan moet ik weer aan de slag.'

U heeft bundels korte verhalen [o.a. `Bech at Bay', 1998], gedichten [o.a. `Americana and other Poems', 2001], essays en kritiek [o.a. `More Matter', 1999, Updike's vijftigste boek], memoires [`Selfconsciousness', 1989], kinderboeken [o.a. `A Helpful Alphabet of Friendly Objects', 1996] en een toneelstuk [`Buchanan Dying', 1974] gepubliceerd, en zelfs een boek over de golfsport [`Golf Dreams', 1996]. U hoeft toch geen romans te schrijven als het genre u niet ligt?

,,Het is de enige manier om als schrijver indruk te maken, om jezelf op de proef te stellen, om het uiterste uit jezelf te halen en een wereld te creëren die helemaal van jou is. Eerlijk is eerlijk, sommige van mijn romans zijn goed voor me geweest, hebben prijzen gewonnen. Er zijn heel weinig bestsellers bij geweest. Ik heb me langzamerhand erbij neergelegd dat ik het soort schrijver ben die het moet hebben van de verkoop over een lange termijn. Een Amerikaanse schrijver wil graag net zo zijn als Mark Twain of Walt Whitman, die zich tot Amerika richtten en een conversatie met de natie hadden.'

Is het niet genoeg de Vermeer van de Amerikaanse binnenkamer te zijn?

,,Dat is een alleraardigste gedachte van u. Zoiets probeer ik wel. Maar de mensen die Amerikaanse levens leiden, schijnen mijn boeken niet in grote hoeveelheden te kopen. In mijn nieuwste boek tracht ik iets te zeggen over de curve van een leven, in dit geval van een kunstenares in haar laatste levensjaren. Het wil een troostend boek zijn. Deze vrouw is vitaal. Zij stelt zich open voor de ander de jeugdige interviewster uit New York. Tegen het eind is er een kus. Zij gaat nog houden van deze onbekende indringster, die haar in veel opzichten niet sympathiek gestemd is. Het is een boek vol bemoediging, dacht ik. Het bevat allerlei levensversterkende gedachten. Maar ik krijg niet de indruk dat ik er erg veel levens mee heb versterkt.'

`Seek My Face' speelt zich af in één dag waarop Hope in haar huis in Vermont wordt geïnterviewd door de kattige Kathryn. Tegelijk gaat het boek over een bijzondere periode uit de naoorlogse Amerikaanse schilderkunst. Waarom noemt u de eerste man van Hope niet bij zijn naam, Jackson Pollock?

Updike, die als jongeman een jaar de Ruskin kunstacademie in Oxford volgde en veel schreef over beeldende kunst, onder meer gebundeld in Just Looking uit 1989, wist wat hij deed: ,,Dan zou het non-fictie zijn en zou ik me om de feiten moeten bekommeren. Ik wilde wel over dat belangrijke moment voor het Amerikaanse Imperium schrijven. Ik zeg dat met opzet zo. Hier werd voor het eerst kunst gemaakt die het Amerika als wereldrijk waardig was, die kon worden uitgevoerd. Het was afgelopen met het sociaal realisme, de spinnenwebben van de negentiende eeuw werden afgeschud, dit was vrijheid in actie. Hier kon je zien wat kunst vermag in een vrije samenleving. Het was een politiek en een artistiek moment van de eerste orde. Zoiets is sindsdien niet meer vertoond. Het moest fictie worden. Er is al een uitstekende biografie van Pollock. En een film daar was ik eerst wel bang voor, maar die geeft alleen maar buitenkant, je ziet hem met verf gooien zonder zijn diepere motieven te leren kennen.'

Het is vaak gezegd dat Updike schrijft over drie geheimen van het menselijk leven: seks, kunst en religie. In zijn analytische boek Updike, America's Man of Letters (2000) wijst de literatuurhistoricus William Pritchard op een centraal motief in Updike's werk, een diep gevoel van verlies. Ook in het laatste boek ziet de hoofdpersoon Hope al haar veroveringen en ambities door haar handen glijden. Herkent de schrijver een dergelijk thema? Updike weet het nog niet zo zeker.

,,Ieder moment dat je leeft is een moment van verlies. Je hebt geen sterfgevallen nodig om mensen kwijt te raken uit je leven, om te weten dat je bepaalde beelden nooit meer zult zien, om te weten dat kinderen hebben een oefening is in verlies incasseren zij blijven veranderen en hun natuurlijke bestemming is weg van jou, om zelf iemand te worden; al die charmante kindermomenten vol vertrouwen verglijden. Het leven is een serie momenten die niet meer terugkomen. Het is alleen het kind in ons dat niet kan geloven dat voorbij ook echt voorbij is, dat de dood een ernstige en onherroepelijke aandoening is.

,,Ik weet niet of ik als kind een onnatuurlijk vroege levensangst had. Ik was in ieder geval vrij vroeg op zoek naar mogelijkheden om te ontsnappen aan een gevoel van verdriet en verlies. Het is waar, seks is een voor de hand liggende kandidaat. Het neemt je zo totaal in beslag dat je aan niets anders kunt denken. Je wordt buiten jezelf getild. Maar mijn generatie had wat dat betreft een late jeugd. Wij groeiden op tot goede en verantwoordelijke burgers. Toen de generatie onder ons de revolutie afkondigde waren wij jong genoeg om te proberen mee te doen, op onze amateuristische wijze.

,,Godsdienst zat er zeker vroeg in via mijn vaders voorbeeld. Hij was de zoon van een dominee, dat schud je niet makkelijk meer af. Mijn vader, een onderwijzer, was een dierbare man. Hij trachtte het goede te doen. De artistieke route was meer mijn moeders idee. Zij had zelf schrijver willen worden. Waar wij woonden in Pennsylvania ging je of werken in de staalfabriek of op de boerderij. Mijn moeder injecteerde mij met het inzicht dat kunst een aardiger manier was jezelf te vereeuwigen, althans om te voorkomen dat je een baan had van acht tot zes.'

En nu zit u iedere ochtend van tien tot één te schrijven?

,,Mijn vrouw zegt dat ik altijd werk en dat ik dat van die drie uur schrijven per dag lieg tegen interviewers. Ik ga na het ontbijt meestal om een uur of negen aan het werk, brieven beantwoorden en dat soort praktische dingen. Ik probeer inderdaad vanaf tien uur minstens drie uur productief te schrijven. Vaak gaat het langer door. Ik voel me schuldig als ik niet drie pagina's af heb. Het is een soort secretie. Je voelt je niet in orde als je het niet hebt gedaan. Drie bladzijden is een haalbaar doel. Op een productieve dag kun je ook zes pagina's schrijven, of twintig als je je aan je stoel vastbindt. Het moet wel goed zijn. Je vraagt mensen er 25 dollar voor te betalen.'

Updike vertelt dat hij bij het werk aan zijn nieuwste boek na vijftig pagina's de hoop heeft laten varen dat hij het op de computer kon schrijven. ,,De wereld der dingen komt op me af als ik voor dat scherm zit. De muziek die je tracht op te roepen schijnt makkelijker te komen met potlood en papier. Zo heb ik al mijn boeken geschreven. Ik tik het later over, vijf bladzijden per dag. Dan heb ik meteen een nieuwe versie. Het is even efficiënt.'

Het ambacht is zijn houvast en tegelijk een moeras. De schrijver die met zijn oer-Amerikaanse alter ego Rabbit Angstrom de vijfde plaats op de lijst van best gelukte romanhelden van de twintigste eeuw haalde in Book Magazine, kan niet zeggen hoe Rabbit zou hebben gereageerd op de Oorlog tegen het terrorisme en `Irak'. ,,Rabbit is behoorlijk dood. Ik voel me wel schuldig dat ik hem op betrekkelijk jeugdige leeftijd om het leven heb gebracht. Er zit een onmiskenbare wreedheid in het schrijver-zijn. Ik heb geprobeerd hem terug te brengen, althans zijn ziel, in de novelle Rabbit Remembered die is opgenomen in de bundel Licks of Love (2000). Ik had geen nieuwe roman over hem in me. Nu ik niet meer over hem schrijf kan ik moeilijk verzinnen hoe hij op de huidige situatie zou reageren. Ik weet niet eens wat hij op 11 september 2001 deed. Het is gênant, ik ben veel ouder geworden dan mijn alter ego.'

John Updike, `Seek My Face'. Uitg. Alfred Knopf, 288p. €24,95 (geb.) Besproken in Boeken, 29/11/2002. De Nederlandse vertaling verschijnt in maart.

    • Marc Chavannes